Leefomstandigheden vooral bepalend bij gedragsstoornissen

28/10/11 om 13:54 - Bijgewerkt om 13:54

(Belga) Gedragsstoornissen bij jongeren en kinderen houden vooral verband met de leefomstandigheden. Vooral in het gezins- en schoolmilieu komen stoornissen tot uiting. Dat blijkt uit het vrijdag voorgestelde rapport "Kinderen en Jongeren: Gedragsstoornissen in context" van de Hoge Gezondheidsraad.

Gedragsstoornissen worden omschreven als een "zich herhalend en aanhoudend gedragspatroon waarbij de grondrechten van anderen of belangrijke bij leeftijd horende sociale normen of regels worden overtreden", zo luidt het in het rapport. Bij de oorzaak van de stoornissen spelen genetisch- biologische en vooral sociale en omgevingsfactoren een rol. Vaak gaat het om een combinatie van beide. In België hebben gemiddeld 2 tot 9 procent van de jongeren tussen 0 en 18 jaar te kampen met gedragsstoornissen. Volgens experts heeft het probleem altijd bestaan, maar is het de afgelopen 10 tot 20 jaar wel ernstiger geworden, mede door de veranderende gezinssamenstellingen. Er wordt dan ook op verschillende niveaus de nadruk gelegd op het ondersteunen van de ouders in de opvoeding. Onder andere positieve communicatie, structuur brengen en aandacht geven spelen een belangrijke rol. Straffen is nodig van tijd tot tijd, maar goed gedrag belonen is des te belangrijker, zo luidt het. Ook voor de school is een belangrijke rol weggelegd. Het is belangrijk dat een probleem vroegtijdig wordt opgemerkt door ouders en leerkrachten, en dat de toegang tot eerstelijnraadgevers (pedagogen, opvoedingswinkels, huisarts) laagdrempelig is. Voorts moet er gestreefd worden naar een blijvende positieve houding ten opzichte van elke leerling, en moeten sancties proportioneel en eerder herstellend dan bestraffend zijn. (MPE)

Onze partners