Leefgebiedgrenzen vlinders (135 km) en vogels (212 km) noordelijker opgeschoven

09/01/12 om 15:43 - Bijgewerkt om 15:43

(Belga) Op twintig jaar tijd zijn in Europa de leefgebiedgrenzen van vlinders (135 km) en vogels (212 km) noordelijker opgeschoven. Dat blijkt uit een studie van Europese wetenschappers in het tijdschrift Nature Climate Change, zo meldt Natuurbericht.be.

Leefgebiedgrenzen vlinders (135 km) en vogels (212 km) noordelijker opgeschoven

In tegenstelling tot de voorspellingen uit de "Climatic Risk Atlas", zijn nu voor het eerst effectieve verschuivingen in leefgebieden van dieren vastgesteld. Dat gebeurde na analyse van vrijwilligerswaarnemingen die gedurende 20 jaar verzameld werden. In bijna alle Europese landen blijkt dat warmteminnende soorten, met een meer zuidelijke verspreiding, een steeds groter aandeel uitmaken van de lokale gemeenschappen, ten nadele van koudeminnende soorten. "Voor Vlaanderen betekent het bijvoorbeeld dat het bont dikkopje, een vlinder uit de Kempische bossen, of het oranjetipje en vogels als de spotvogel dreigen te verdwijnen uit ons land", aldus Wouter Vanreusel van Natuurpunt. "Het betekent anderzijds ook dat de bijeneter en Cetti's zanger steeds meer tot broeden komen." Dat de grenzen van de leefgebieden opschuiven, kan problematisch worden voor de exemplaren die op de grens leven. De afstand tussen het klimatologisch, optimale gebied voor een soort en zijn feitelijke areaal op dat moment, wordt klimaatschuld genoemd. Die blijkt voor vlinders gemiddeld 135 kilometer te bedragen, voor vogels zelfs 212 kilometer. "Soorten die deze verschuiving niet kunnen bijbenen, riskeren uit te sterven. De snelheid waarmee het klimaat verandert, is wellicht sneller dan de termijn waarop soorten zich kunnen aanpassen. Bovendien is ons landschap sterk versnipperd. Het netto-resultaat is onzeker." (KME)

Onze partners