Langer werken? Nee bedankt!

02/11/10 om 15:35 - Bijgewerkt om 15:35

De politieke boodschap over langer werken komt niet aan. De meeste mensen denken nog steeds op z'n laatst op hun zestigste de riem af te leggen.

Langer werken? Nee bedankt!

Dat blijkt uit een enquête in opdracht van Knack.

Een nieuwe regering zal er de handen mee vol hebben om de boodschap van langer werken te laten doordringen. Dat blijkt uit een pensioenenquête uitgevoerd door Roularta in samenwerking met Fintro. Er werd aan deelgenomen door 2500 Belgen: 1742 Vlamingen en 758 Franstaligen.

Net niet de helft vindt dat werken tot 60 jaar volstaat: voor 37,8 procent is 60 jaar de ideale pensioenleeftijd en 10,3 procent wil het liefst nog vroeger er het bijltje bij neerleggen. Werken tot 65 jaar en langer beschouwt slechts 28,3 procent als ideaal. De neiging om vroeger te willen stoppen is groter bij de actieven en de Franstaligen.

De consensus die er in de politiek en ook tussen de sociale partners bestaat over het behoud van de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar, komt veel minder naar voren uit de enquête. Het draagvlak voor die wettelijke grens is groter aan Vlaamse kant dan aan Franstalige zijde (52 procent versus 39 procent). Maar bijna een derde van de ondervraagden gaat in tegen een beleidstendens in andere Europese landen en is gewonnen voor een verlaging van de wettelijke pensioenleeftijd. Die wens is bovendien veel meer uitgesproken onder de Franstaligen (42 procent) dan onder de Vlamingen (27 procent).

Sparen

Tot 65 jaar werken is voor vier op de tien geen optie, ook al resulteert dat in een kleiner pensioen. Amper een vijfde wil ook na de leeftijd van 65 jaar doorgaan, als dat tenminste een hoger pensioen oplevert. Overigens meent bijna de helft van de ondervraagden dat een loopbaan van 40 jaar moet volstaan voor een volledig pensioen (slechts 22 procent gaat akkoord met 45 jaar en net geen 20 procent vindt dat 35 jaar al voldoende is).

Terwijl 65 procent van de actieven niet bereid is langer te werken zodat iedereen later een wettelijk pensioen krijgt, verwacht meer dan de helft van diezelfde groep toch niet dat de pensioenen omlaag zullen gaan. Zeven op de tien van hen denkt dat de overheid de pensioenen zal blijven betalen. Dat vertrouwen is opmerkelijk groter bij de Franstaligen (88 procent) dan bij de Vlamingen (62 procent).

Onder de actieven heeft 45 procent geen idee van het bedrag van het toekomstig wettelijk pensioen en 27 procent heeft een vaag idee. Toch is 60 procent ervan overtuigd dat ze met dat pensioen niet zullen rondkomen.

Om zich extra voor te bereiden op het pensioen blijkt pensioensparen (75 procent) het meest populair te zijn. Andere middelen zijn: gewoon sparen (54 procent), investeren in de eigen woning (41 procent), een groepsverzekering bij de werkgever (32 procent) en beleggen (20 procent). Slechts 10 procent rekent op een erfenis.

Patrick Martens

Knack Extra is deze week volledig gewijd aan het pensioendebat. Daarin o.m:. Hugo De ridder evalueert zijn voorspellingen van twintig jaar geleden. Volgens Paul Huybrechts staat in het pensioendebat niets minder dan de legitimiteit van de politieke elite op het spel.

Lees meer over:

Onze partners