"Korpschefs hebben te veel macht"

10/11/10 om 17:12 - Bijgewerkt om 17:12

Emile Goldenberg, vicevoorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg, haalt zwaar uit naar wat hij noemt "de overmacht van de korpschefs, die zorgt voor een disfunctioneren van het gerecht."

"Korpschefs hebben te veel macht"

© Photo News

"Geen enkele andere sector geeft zijn leidinggevenden zo veel macht als het gerecht," zegt Emile Goldenberg. "Dat zien we duidelijk in bijvoorbeeld de zaak-De tandt, in Fortisgate en bij de Operatie Kelk."

"Kamervoorzitters, voorzitters of eerste voorzitters van hoven en rechtbanken, net als procureurs-generaal van parketten, beschikken over een ongelimiteerde macht die ze naar believen aanwenden, en daarbij worden ze door niemand gecontroleerd. Die absolutistische aanpak ligt aan de basis van wat de voorbije jaren fout is gelopen binnen justitie."

Goldenberg (65) is ondervoorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Brussel.

"Sommige korpschefs durven hun mederechters willekeurig en van de ene dag verschuiven als pionnen. Denk bijvoorbeeld aan Fortisgate, waar de eerste voorzitter (Guy Delvoie, nvdr.) kennelijk koos voor een andere dan de meest gespecialiseerde kamer. Vervolgens zou hij binnen die kamer een rechter vervangen hebben (Koen Moens, nvdr.), opnieuw zonder grondige motivering."

Korpschefs moeten zich toch aan bepaalde wetten houden?
Goldenberg: Sommigen trekken zich bitter weinig aan van de wet. Zo is wettelijk bepaald dat voor bepaalde materies een college van drie rechters zitting moet hebben. De voormalige korpsoverste van de rechtbank van eerste aanleg in Brussel heeft die regel tot voor een paar jaar systematisch met de voeten getreden.

Voor burgerlijke rechtszaken zegt de wet dat de rechter die getuigen oproept ze ook zelf moet ondervragen, met het oog op een zo coherent mogelijke lezing van het dossier. Maar er zijn rechtbanken waar de verhoren door andere rechters worden afgenomen, soms zelfs door rechters van een andere kamer binnen de rechtbank.

U klaagt ook aan dat voorzitters de wet op het taalgebruik geregeld durven te schenden.

Goldenberg: In België mag je alleen zitting hebben in de taal van je diploma, tenzij in uitzonderlijke gevallen die door de wet zijn bepaald. In de Brusselse rechtbank van koophandel wordt die regel systematisch met voeten getreden. De voorzitster (Francine De Tandt, nvdr.) heeft al meermaals zaken in het Frans voorgezeten, terwijl ze op de Nederlandstalige rol is ingeschreven. Zij leidde ook de fameuze Fortis-zaak, en deed dat ook in het Frans.

Heeft elk hof niet de taak om toe te zien op de werking van de lagere rechtbanken?

Goldenberg: De wet zegt inderdaad dat hogere hoven moeten toezien op de hoven en rechtbanken onder hun bevoegdheid, precies zoals ook het parket moet toezien op de organisatie van de rechtbanken en hoven, de naleving van de wet op de talen, en de samenstelling van de kamers. Ik begrijp dan ook niet dat het probleem zo lang kan blijven voortbestaan. (IVD)

Lees meer over:

Onze partners