Kinderarmoede in Vlaanderen moet op alle niveaus aangepakt worden

27/06/12 om 14:21 - Bijgewerkt om 14:21

(Belga) Er is nood aan een brede maatschappelijke mobilisatie om kinderarmoede in Vlaanderen aan te pakken. Dat is een van de belangrijkste conclusies van een groep experts die door de Koning Boudewijnstichting en minister van Innovatie Ingrid Lieten rond de tafel werden gebracht.

Het aantal kinderen dat in Vlaanderen in armoede leeft, is volgens de criteria van Kind en Gezin tussen 1997 en 2010 verdubbeld van 4 procent naar 8,6 procent. Als de officiële armoederisicogrens wordt gebruikt -die enkel het inkomen in beschouwing neemt- dan komt men zelfs aan 11 procent. Acht deskundigen op het gebied van kinderarmoede, onder wie drie Vlamingen, zaten eind vorig jaar gedurende vijf dagen samen om de problematiek te bespreken en mogelijke oplossingen naar voren te brengen. Ze deden dat volgens de Finse STUDIO-methodiek, een soort denktank waarbij een strategisch antwoord wordt gezocht op een ingewikkeld probleem in een bepaalde nationale context. Als het aantal kinderen dat in Vlaanderen in armoede geboren wordt, tegen 2020 gehalveerd moet worden -zoals een van de doelstellingen uit het Vlaams Pact 2020 luidt-, dan zal de Vlaamse regering een tandje moeten bijsteken, zo concludeerden de experts. "Op dit moment is het armoedebeleid in Vlaanderen nog veel te versnipperd", zegt Ides Nicaise, onderzoeksleider bij het HIVA, een multidisciplinair onderzoeksinstituut van de KU Leuven, gespecialiseerd in sociaal beleid en één van Vlaamse deelnemers aan de denktank. "Bij de diensten van de (vice-)minister-president zou één persoon alle acties tegen kinderarmoede moeten coördineren". Een ander voorstel van de denktank is het kinderbijslagsysteem bij te sturen, met een basisbedrag voor iedereen maar met een supplement voor de lage-inkomensgroepen. (MVL)

Onze partners