Kasteelmoord opgelost: wat nu?

28/01/13 om 09:15 - Bijgewerkt om 09:15

De vermoedelijke dader van de kasteelmoord is overleden, wat betekent dit voor de rechtsgang? Justitiespecialist Jan Nolf legt uit.

Kasteelmoord opgelost: wat nu?

© Belga

Kan het gerecht een assisenproces organiseren als de vermoedelijke dader van een moord overleden is?
Jan Nolf: Niet altijd. Als de overledene de enige dader is, voorziet art. 20 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dat de strafvordering "vervalt". Het proces - in assisen of niet - kan wel opgestart worden met de overblijvende verdachten die door de raadkamer (of in beroep door de K.I.) in staat van beschuldiging gesteld worden.

Zo had je recent het Brussels proces tegen twee van de drie overvallers die een juwelier in Elsene doodschoten: een derde mededader kon ontkomen en werd zelfs nooit geïdentificeerd.

Voor het overige moeten we ook in de zgn. "Kasteelmoord" toch voorzichtig blijven: DNA-onderzoek blijft soms een discussie op zich. Het wijst - niet eens altijd 100% - op fysieke betrokkenheid, maar "verklapt" uiteraard niet alle details van de feiten. Ongeacht die doorbraak is er nog veel werk voor de onderzoeksrechter voor de boeg, bv. of het over moord of doodslag ging hetzij over opzettelijke slagen met de dood tot gevolg. En over wie daar allemaal bij dicht of net-niet-te-ver in betrokken is, al was het maar door schuldig verzuim.

Wat betekent dit voor medeverdachten, medeplichtigen en opdrachtgevers? Kunnen zij een eerlijk proces krijgen als de hoofdverdachte (en zijn verdediging) afwezig zijn op het proces?

Jan Nolf: Ja hoor, want dat zelfde probleem bestaat als mededaders, medeplichtigen en randfiguren overleden zijn of op hun beurt vermoord. Of denk aan Patrick Haemers: Philippe Lacroix kreeg in 1994 nog (als laatste in België) de doodstraf na de zelfmoord van Haemers tijdens hun proces. Vaker komt voor dat sommige beklaagden 'verstek' maken: bv. hoofdfiguren die nog voorvluchtig blijven.

Meestal is dat zelfs een cadeau voor de aanwezige verdachten want dan kan hun verdediging de afwezige beladen met alle zonden Israëls. Dat ping-pong-spel van die schuldverschuiving zie je traditioneel ook tussen veel aanwezige partijen in een strafproces, dus wordt dat tegenover een afwezige enkel versterkt - in diens nadeel.

Onthou vooral dat de regel "over de doden niets dan goeds" in rauwe assisenzaken nauwelijks geldt: vooral niet voor het slachtoffer en laat staan tegenover een overleden mededader.
In het assisenproces van de juweliermoord in Elsene werden de 2 aangehouden verdachten uiteindelijk tot 17 en 19 jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar niet voor doodslag: enkel voor gewapende overval. Hun "onbekende" kompaan zou de dodelijke schoten gelost hebben...

De regels van een 'eerlijk proces' hebben echter vooral te maken met procedure (die op haar beurt ook de bewijsvoering regelt) en die blijven voor de aanwezige procespartijen integraal toepasselijk, ook als een der (sleutel-)figuren op het proces ontbreekt.

Wat betekent dit voor de slachtoffers? Wanneer een moordenaar schuldig wordt bevonden, kunnen de nabestaanden schadevergoeding eisen van de dader. Hoe zit dat in dit geval?
Jan Nolf: In de praktijk verandert dat niet zoveel. Hetzelfde art. 20 Sv voorziet de mogelijkheid van een burgerlijke rechtsvordering tegen de "rechtsopvolgers van de verdachte".
Als een dader of mededader voor of tijdens het proces overlijdt, is dus enkel een burgerlijke procedure tegen zijn 'nalatenschap' mogelijk, dus in de praktijk tegen de erfgenamen. Die zijn natuurlijk niet strafrechtelijk verantwoordelijk voor wat bv. hun vader uitrichtte, maar wel voor de gevolgen van zijn fouten op burgerrechtelijk gebied.

Vaak zullen ze zich bij diens overlijden wel ingedekt hebben door een 'verwerping van de nalatenschap', of een aanvaarding ervan 'onder voorrecht van boedelbeschrijving'.
Michelle Martin koos bij het overlijden van haar moeder voor die eerste mogelijkheid. Wie verwerpt, wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest en dan valt de nalatenschap toe aan de volgende familieleden in rang.

Merk echter op: bij het overlijden van Michelle Martin vallen haar overblijvende schulden ten laste van haar erfgenamen, dus haar kinderen die het huis (rechtstreeks) van hun grootmoeder erfden. Maar zij zullen dan uiteraard op hun beurt wel de nalatenschap van hun moeder verwerpen want daar zitten niets dan schulden in.

Een aanvaarding met notariële inventaris is een andere mogelijkheid: dan zijn erfgenamen niet gehouden tot schulden die het actief overstijgen. Dat netto-actief moet dan wel afgedragen worden aan de schuldeisers. Zo zie je dat zowel aan de kant van de schuldeiser als schuldenaar, burgerlijke schulden generaties lang kunnen meegaan. Een vonnis op dat gebied is 30 jaar geldig, en die duur kan verlengd worden. Justitie maalt langzaam maar heeft - soms - een olifantengeheugen.

Lees meer over:

Onze partners