Kamer keurt verstrenging voorwaardelijke invrijheidstelling opnieuw goed

14/03/13 om 17:55 - Bijgewerkt om 17:55

(Belga) De plenaire Kamer heeft donderdag meerderheid tegen oppositie de verstrenging van de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling voor zwaar veroordeelden goedgekeurd. Dat was eerder al eens gebeurd, maar omdat de Senaat de lijst van misdrijven die in aanmerking komen om van recidive te spreken aanvulde, moest de Kamer nog eens het licht op groen zetten.

Door de aanpassing zal iemand die tot dertig jaar of levenslang werd veroordeeld de helft van zijn straf moeten uitzitten alvorens hij een aanvraag kan doen voor een voorwaardelijke vrijlating. Concreet moet hij dus vijftien jaar uitzitten in plaats van de huidige tien jaar. Bij recidive wordt de termijn verder opgetrokken. Wie eerder veroordeeld werd tot minstens drie jaar voor een wanbedrijf, moet bij een nieuwe veroordeling tot dertig jaar of levenslang, minstens voor negentien jaar in de cel, in plaats van tien jaar. Na een eerste veroordeling tot een criminele straf van minstens vijf jaar, stijgt de termijn van zestien naar 23 jaar. Voortaan moeten veroordeelden zelf expliciet een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een voorwaardelijke invrijheidstelling, elektronisch toezicht of een regime van beperkte detentie. Aanvragen voor voorwaardelijke invrijheidstelling van iemand die veroordeeld is tot 30 jaar of levenslang en een terbeschikkingstelling kreeg opgelegd, zullen binnen de strafuitvoeringsrechtbank door vijf rechters in plaats van drie worden behandeld. Zij moeten unaniem beslissen. De minister krijgt ook een injunctierecht om het parket in cassatie te laten gaan bij vormfouten van de uitvoeringsrechtbank. (JDH)

Onze partners