Juridische procedure uit 1950 wordt gevolgd voor troonsafstand

03/07/13 om 17:08 - Bijgewerkt om 17:08

(Belga) Voor de juridische afwikkeling van de mogelijke troonsafstand van koning Albert en de eedaflegging van zijn opvolger zal het voorbeeld uit 1950 worden gevolgd. Dat is te horen bij professor Gunter Maes, specialist publiekrecht aan de KU Leuven.

Juridische procedure uit 1950 wordt gevolgd voor troonsafstand

In een procedure voor troonsafstand is niet voorzien in de Belgische grondwet. Men ging er in 1830 van uit dat de koning zou blijven regeren tot op het moment van zijn overlijden. In 1950 deed koning Leopold III echter al eens troonsafstand. Zijn positie was onhoudbaar geworden door zijn houding tijdens de bezetting, waardoor de regering na afloop van de Tweede Wereldoorlog een regent aanstelde als tijdelijk staatshoofd. Vijf jaar later besloot Leopold III, na een referendum en na zware politiek druk, de fakkel door te geven aan zijn zoon Boudewijn. Die procedure zal nu wellicht opnieuw worden gevolgd. "Koning Albert moet een formele akte opstellen waarin hij verklaart vrijwillig afstand te doen van de troon", zegt professor Maes. "De regering moet die tegentekenen." Daarna gaat het land in een toestand vergelijkbaar met die waarbij de koning zou zijn overleden. Een 'raad van de vergaderde ministers' oefent de bevoegdheden van de koning uit, tot de nieuwe koning de eed aflegt voor de verenigde kamers van het federaal parlement. "De elegantste oplossing zou erin bestaan de troonsafstand en de eedaflegging op dezelfde dag te organiseren", zegt Maes. De vraag is ook wat daarna met de onschendbaarheid van Albert II gebeurt, onder meer belangrijk in de zaak Delphine Boël. "In principe geldt die onschendbaarheid enkel voor een regerende vorst", is Maes duidelijk. (Belga)

Onze partners