Jozef De Witte richting uitgang Racismecentrum

10/01/12 om 06:49 - Bijgewerkt om 06:49

De kans dat Jozef De Witte herbenoemd wordt als directeur voor het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) is erg klein.

Alle begin is moeilijk

Kijk eens aan. Lieselot Bleyenberg, de woordvoerder van minister van Binnenlandse Zaken, ontkent aan het nieuwsagentschap Belga wat ze nog maar de dag voordien aan Knack zei, en wat dit blad letterlijk optekende.

Wat ze zei was trouwens niet zo moeilijk te begrijpen: er komt een open kandidatuurstelling om uit te maken wie Jozef De Witte mag opvolgen aan het hoofd van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding. De letterlijke quote luidde: "... zeker met meerdere kandidaten. En Jozef De Witte mag zich - natuurlijk - nog altijd zelf kandidaat stellen."

Waarna het nogal laconiek geformuleerde, zeer woordelijk opgetekende zinnetje: "In afwachting daarvan hopen we dat hij op de winkel blijft letten."

Nergens liet Lieselot Bleyenberg uitschijnen dat minister Milquet nog twijfelde over de procedure die ze zou voorstellen. In dat geval had dit blad dat namelijk ook zo opgetekend.

Blijkbaar is de mevrouw Bleyenberg nog niet helemaal ingewerkt in haar nieuwe functie. En haar minister al evenmin.

Walter Pauli

Jozef De Witte richting uitgang Racismecentrum

© Belga

Volgende week legt minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) een nota voor aan de ministerraad waarin ze een 'open kandidatuurstelling' voor de functie van Jozef De Witte voorstelt. 'Maar De Witte zelf mag zich natuurlijk ook kandidaat stellen', zegt woordvoerder Lieselot Bleyenberg. 'In afwachting daarvan hopen we dat hij "op de winkel blijft letten".'

Tot nu heette het nog dat de slepende herbenoeming van Jozef De Witte als directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding een louter administratieve kwestie was. De Witte was in 2004 directeur geworden. Zijn zesjarige mandaat was al eind 2010 officieel afgelopen. Doordat de regering-Leterme II aan het evolueren was van een regering van lopende naar een kabinet van aanslepende zaken, werd De Witte tot viermaal toe tijdelijk herbenoemd. Er had snel duidelijkheid kunnen komen toen de nieuwe regering-Di Rupo half december aantrad, maar dat gebeurde niet. Een snelle herbenoeming was nochtans nodig, want het laatste mandaat van De Witte liep al af op 31 december.

Joodse gemeenschap

Het tijdschrift Joods Actueel signaleerde als eerste mogelijke problemen met zijn herbenoeming. Het Centrum 'lag' niet meer goed bij de Joodse gemeenschap na enkele incidenten. Spanning met de Joodse gemeenschap is nooit goed voor een directeur van een Centrum voor Racismebestrijding, maar die frictie was meer een symptoom dan de echte reden. Ook bij sommige politieke partijen was er een meer algemene ontevredenheid. Open VLD gaf bijvoorbeeld de indruk een automatische verlenging van het mandaat van De Witte niet zomaar te zien zitten.

Bij het Centrum zelf ging men er nog altijd van uit dat de opvolging een formaliteit was. Het kabinet-Milquet hield de boot af en legde de niet-verlenging uit met het argument 'tijdsgebrek' bij het aantreden van een nieuwe regering.

'Koekelberg-scenario'

Maar nu toont de nota-Milquet dat er inderdaad meer aan de hand is. Zeker, de nota is nog niet besproken op de ministerraad, het principe van open kandidaatstelling werd ook nog niet afgetoetst op de partijhoofdkwartieren van de meerderheid, wat bij politieke gevoelige topbenoemingen weleens wil gebeuren. De oplossing die Milquet voorstelt, lijkt nochtans die van een gecamoufleerd ontslag. Men reikt De Witte namelijk een 'Koekelberg-scenario' aan: geen automatische hernieuwing van het mandaat, maar hij mag met alle andere kandidaten mee solliciteren om zichzelf op te volgen. Fernand Koekelberg wilde graag commissaris-generaal van de Federale Politie blijven en heeft dat vorig jaar dus maar geprobeerd.

Het Centrum werd opgericht toen in 1993 het koninklijk commissariaat van Paula D'Hondt afliep, en die persoonlijke opdracht werd omgezet in een permanente structuur. Johan Leman werd de eerste directeur, in 2004 volgde De Witte hem op. Intussen was zowel de politieke als de maatschappelijke context veranderd. Hoewel dat niet altijd in zo veel woorden gezegd werd, hoopte men in 1993 dat de maatschappelijke strijd tegen 'het racisme' ook zou helpen in de politieke verzwakking van de partij die dat racisme uitdroeg: Vlaams Blok, nu Vlaams Belang. Dat bleek geen onverdeeld succes.

Uiteenlopende discriminaties

Bovendien zijn er vandaag andere opvattingen over discriminatie dan toen. En intussen wordt het Centrum bevraagd over de meest uiteenlopende discriminaties. Men behandelde onder meer klachten van gehandicapten die in een station twee van de drie perrons ontoegankelijk vonden, van een ex-kankerpatiënt die geen politiecommissaris mocht worden, over het aanwervingsbeleid van de modeketen Abercrombie & Fitch (mag men eisen het borsthaar te scheren?). Op de koop toe stelden Eva Brems (Groen!) en Pascal Smet (SP.A) structurele wijzigingen voor. Het is altijd heikel voor een directeur als er geen eensgezindheid is over de instelling die hij leidt. Mogelijk biedt de nota-Milquet ook daarop een nieuw antwoord.

Walter Pauli

Onze partners