"Jongeren van bezorgde ouders voelen zich onveiliger dan anderen"

03/04/13 om 18:06 - Bijgewerkt om 18:06

(Belga) Onveiligheidsgevoelens bij jongeren zijn niet enkel het product van individuele ervaringen zoals slachtofferschap, maar minstens ook deels afhankelijk van een socialisatieproces waarbij ouders hun eigen gevoelens van onveiligheid overdragen op hun kinderen. Dat stelt de aan de KU Leuven werkzame criminoloog Diederik Cops in het criminologenvakblad Panopticon.

Cops baseerde zich op de resultaten van een bevraging bij 1.299 14- tot 19-jarigen in 2008 door het interuniversitair Jeugdonderzoeksplatform. Hieruit bleek vooreerst dat jongens een lager onveiligheidsgevoel hebben dan meisjes. Dit is eveneens lager bij jongeren waarvan minstens één van de ouders hoger opgeleid is. Een hogere graad van armoede hangt samen met een hoger gevoel van onveiligheid. Hij ontdekte echter ook dat een betere emotionele band tussen kind en moeder samenhangt met een hogere beleving van onveiligheid. Hoe sterker de emotionele band met de ouders hoe meer de kinderen immers volgens Cops hun bezorgdheden overnemen. De relatie met de vader - met uitzondering voor jongens - en de mate van opvolging door de ouders zijn daarentegen niet significant gerelateerd met het onveiligheidsgevoel bij adolescenten. In zijn slotbeschouwing wijst Cops er op dat jongeren, waarvan de ouders meer beperkingen opleggen om hen te beschermen tegen allerlei risico's, zich meer kwetsbaar en onveilig voelen dan anderen. "Het voortdurende toezicht lijkt er met andere woorden toe te leiden dat adolescenten minder opgewassen zijn tegen het dagelijkse leven en er bijgevolg een 'socialisering' van de angst plaatsgrijpt waarbij kinderen en adolescenten de bezorgdheden van ouders overnemen en ook zich zelf onveilig gaan voelen", aldus Cops. (JDH)

Onze partners