Jo Cornu: 'Stiptheid zal verbeteren, reistijden zullen beetje toenemen'

10/12/13 om 18:59 - Bijgewerkt om 21:14

De stiptheid van de treinen zal erop vooruitgaan, al zullen de reistijden gemiddeld een beetje toenemen. Dat heeft kersvers gedelegeerd bestuurder van de NMBS, Jo Cornu, verklaard in de Kamercommissie Infrastructuur.

Jo Cornu: 'Stiptheid zal verbeteren, reistijden zullen beetje toenemen'

Jo Cornu © Belga

Het was de eerste keer sinds zijn benoeming dat Cornu zijn opwachting maakte in de Kamer. Hij mocht meteen het nieuwe vervoersplan, dat eind volgend jaar van kracht wordt, komen toelichten en maakte meteen ook van de gelegenheid gebruik om het gevoelige thema van de stiptheid aan te snijden. Die is volgens de eigen cijfers teruggevallen naar 86 procent. "We willen absoluut terug naar de klokvastheid", klonk het.

Het nieuwe plan zal gelden voor drie jaar. Vanaf september zal het spoorbedrijf starten met de communicatie naar de reizigers. Ter herinnering: het vorige vervoersplan dateert al van 1998. Cornu verwacht dat de stiptheid zal verbeteren omdat er in het schema rekening wordt gehouden met de veiligheidsingrepen op de sporen, de extra haltes en met de werken door infrastructuurbeheerder Infrabel op de lijnen.

Reistijd neemt toe

Ten opzichte van 1998 is het aantal reizigers per kilometer met 70 procent toegenomen. De komende jaren verwacht Cornu een groei van 2,05 procent per jaar. Daarnaast was er een toename van 13 procent van het aantal treinkilometers. Die zullen constant blijven: enerzijds omwille van budgettaire redenen en anderzijds omdat het huidige net een toename niet mogelijk maakt. De hoge rijpadvergoeding speelt daarbij geen rol.

De gemiddelde reistijd zal in het vervoersplan met 1 procent toenemen. Op de drukste lijnen zal dat met 3,3 procent zijn, ofwel 2 minuten op een rit van een uur. De belangrijkste oorzaak voor de verlenging is de werken die zijn ingecalculeerd voor de komende drie jaar, maar die op termijn de dienstverlening dan weer moeten verbeteren.

13 minuten van Brussel-Noord naar Brussel-Zuid

Opvallend is dat de doorrijtijd van de Noord-Zuidas in Brussel officieel 13 minuten zal duren. Nu is dat op papier 11 minuten, maar duurt die in de feiten twee minuten langer. Ook daalt het aantal "rijpaden" per uur, "zodat het verkeer in de Noord-Zuidas niet bij de minste vertraging een soep wordt", aldus Cornu. Om even de technische toer op te gaan: de theoretische maximumcapaciteit van de verbinding bedraagt 96 rijpaden per uur, maar dan zouden de haltes Congres en Kapellekerk moeten worden afgeschaft. De werkelijke capaciteit ligt op 91 rijpaden per uur, terwijl het werkelijke gebruik tijdens de piekuren op 87 rijpaden ligt. Daar gaan er in de toekomst nog drie van af "om ruimte te creëren" voor wanneer er iets misloopt.

Cornu gaat er prat op dat het nieuwe vervoersplan beter aangepast is aan de werkelijke mobiliteitsvraag, dus dat een zo groot mogelijk aantal reizigers er beter van wordt. Hij haalde het voorbeeld aan van de lijn tussen Hasselt en Antwerpen, die vooral wordt gebruikt in de spits. "De wijzigingen in het plan zorgen ervoor dat 80 procent van de gebruikers op die lijn erop vooruitgaan", luidde het. "Dat iedereen erop vooruit zou gaan, kan niet met dezelfde treinkilometers".

Meer realistische aansluitingstijden

De dienstregelingen zullen volgens Cornu ook "robuuster" zijn. Daarbij springen meer realistische aansluitingstijden in het oog, wat het vertrouwen moet opkrikken. Hij verzekerde ook dat de NMBS geen treinen zal afschaffen om onder een compensatievergoeding uit te kunnen. "Als we er afschaffen, is dat omwille van een grote panne".

Cornu beloofde ook "meer realistische" keertijden voor de machinisten. De NMBS-baas stelde dat er volgende maand een ontmoeting op de agenda staat met de regionale vervoersmaatschappijen, zodat zij de details van het plan te weten komen en hun aanbod daarop kunnen afstemmen.

Hij gaf ook nog mee dat ongeveer 60 procent van de GEN-verbindingen in de loop van de komende drie jaar beschikbaar zullen zijn.

Tot slot rekent Cornu er op dat hij "in een positieve sfeer" met de vakbonden zal kunnen overleggen. "Ik ga ervan uit dat mijn collega's er evenzeer in geïnteresseerd zijn dat het bedrijf het goed doet, dat de klanten tevreden zijn en dat het personeel fier is voor het bedrijf te werken". (Belga/TE)

Lees meer over:

Onze partners