Jan Denys: 'We kunnen gerust spreken van structurele knelpuntberoepen'

09/05/12 om 07:16 - Bijgewerkt om 07:16

De Belgische tewerkstelling houdt goed stand in deze crisisjaren. Maar voor enkele structurele problemen vinden we maar geen oplossing. Arbeidsmarktdeskundige Jan Denys praat in het nieuwste nummer van Knack Extra onder meer over knelpuntberoepen.

Jan Denys: 'We kunnen gerust spreken van structurele knelpuntberoepen'

© Belga

Ingenieurs, verpleegkundigen, mecaniciens, vertegenwoordigers... Veel van de knelpuntberoepen van twintig jaar geleden zijn dat vandaag nog altijd, zo blijkt uit cijfers van de VDAB. 'We kunnen gerust spreken van structurele knelpuntberoepen', zegt Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige en woordvoerder bij Randstad. 'De problematiek die erachter ligt, is echter niet overal dezelfde. Sommige jobs zijn simpelweg onaantrekkelijk.

Daarnaast spelen de werkuren een heel belangrijke rol. Zeker in Vlaanderen staat ploegenarbeid als het ware garant voor een knelpuntberoep. De horeca is daarvan wellicht het meest uitgesproken voorbeeld. Daar wordt er vooral 's avonds en in het weekend gewerkt. En dus zijn de uitbaters altijd op zoek naar werknemers. Uiteraard geldt dat niet alleen voor ons land. Kamermeisjes in hotels zijn niet alleen bij ons van vreemde afkomst. Dat geldt evengoed in Oost-Europa.'

Verpleegkundige is nog zo een beroep waarvoor er altijd vacatures zullen bestaan. Ook daar zijn de uren erg onregelmatig. Een bijkomende reden voor de blijvende schaarste is dat de gezondheidssector in tien jaar tijd met meer dan 50 procent gegroeid is. 'Er was daar al een probleem en door die groei moesten er dus nog extra werkkrachten gevonden worden', zegt Denys. 'Bijkomend probleem is dat het medische personeel veel vijftig- en zestigplussers telt, waardoor de uitstroom van mensen ook redelijk groot is.'

In de jaren 1990 bleek ingenieur het grootste knelpuntberoep. Mogen we uit de lijst van 2010 opmaken dat die vacatures tegenwoordig iets sneller ingevuld raken?

Jan Denys: Dat is natuurlijk ook afhankelijk van de conjunctuur. Dus zijn er hoogtes en laagtes. Ik durf niet beweren dat het tekort aan ingenieurs stilaan opgelost raakt. Vorig jaar nog had ik het in een artikel over een student die tijdens zijn laatste jaar al tientallen jobaanbiedingen gekregen had. En we kunnen 2011 toch bezwaarlijk een conjunctureel topjaar noemen.

Waarom is het zo moeilijk om meer ingenieurs op de arbeidsmarkt te brengen?

Denys: Het diploma is vooreerst een beetje het slachtoffer van zijn eigen succes. Afgestudeerde ingenieurs kunnen zowat overal terecht. Je vindt ze terug in alle afdelingen van een bedrijf. Leuk voor hen, maar daardoor ontstaat er wel een tekort in de functies waarvoor ze zijn opgeleid. Ten tweede is er een tekort aan mensen die het diploma behalen. De meeste jongeren weten wel dat er veel jobs zijn voor ingenieurs. Maar dat betekent nog niet dat ze de studies aankunnen.

Als er jaar na jaar te weinig mensen aan een studie beginnen, is het dan niet mogelijk om leerlingen al vanaf hun twaalf jaar warm te maken voor een bepaald beroep?

Denys: Dat blijkt heel moeilijk. Hogescholen en universiteiten kennen de problemen en blijven zoeken naar oplossingen. De studiekeuze is een heel belangrijke stap in een mensenleven. Het enige wat je kunt doen, is de beginnende studenten zoveel mogelijk informatie geven over de latere carrière- en jobkansen. Maar je kunt als overheid niet beslissen wie wat moet studeren. Dat zou neigen naar een dictatuur en bovendien zou het niets opleveren.

Uit de recentste cijfers bleek dat 22 procent van de VDAB-vacatures knelpuntvacatures zijn - lees: vacatures die langer dan 90 dagen blijven openstaan.

Denys: De VDAB vindt dat goed nieuws, ik vind dat toch geen teken van een goed werkende arbeidsmarkt. Vooral ook om dat we weten dat we de komende jaren weinig beterschap moeten verwachten.

Een deeloplossing voor de knelpuntvacatures is de hoge werkloosheid in het buitenland. We lezen veel over Zuid-Europeanen die naar hier zullen komen, maar hoe groot zal die migratie werkelijk zijn?

Denys: Voorlopig zien we in de Randstadkantoren nog geen files met Spanjaarden, Grieken en Portugezen. Zij die naar hier willen komen, bieden zich rechtstreeks aan bij de bedrijven. Maar die gaan daar niet op in. Er komt immers veel bij kijken. Die mensen moeten hun papieren in orde brengen, ze moeten de taal aanleren, een huis vinden. Veel bedrijven houden dus de boot af. Alleen wie over een uit de kluiten gewassen HR-afdeling beschikt, kan zelf buitenlanders aantrekken. Als uitzendbureau kunnen wij daar een grote rol spelen. Wij kunnen die overstap wel regelen.

Een perfecte arbeidsmarkt, zonder knelpuntberoepen, bestaat die?

Denys: Dat is een illusie. Ik vergelijk een arbeidsmarkt met een bazaar in Istanbul. Er wordt van alles aangeboden en er loopt ook van alles rond. Als je daar iets zoekt, bestaat de kans dat je het vindt. Maar het kan net zo goed dat je het niet vindt. Bij Colruyt of Delhaize is alles veel beter georganiseerd. Uiteraard kan die bazaar beter of slechter georganiseerd worden. Maar een Colruyt wordt het nooit.

De crisis dan. Tot op heden is ons land gespaard gebleven van hoge werkloosheid.

Denys: Van een echte recessie is vooralsnog geen sprake. En ook voor 2012 kondigt er zich geen rampscenario aan. Er heerst weliswaar veel defaitisme, maar ten opzichte van veel andere landen is dat een beetje misplaatst. De jongerenwerkloosheid schommelt bij ons momenteel rond de 15 procent. In Spanje is dat meer dan 50 procent.

Hannes Cattebeke

Het volledige interview met Jan Denys leest u deze week in Knack Extra.

Knelpuntberoepen: tien jobs die het moeilijkst ingevuld raken.

Periode 1990-2000

1. Ingenieur
2. Verpleegkundige en zorg
3. Technisch tekenaar
4. Technicus
5. Informaticus
6. Vertegenwoordiger
7. Mecanicien
8. Loodgieter-buizenfitter
9. Lasser
10. Metselaar-vloerder

2010 1. Schoonmaker
2. Verpleegkundige en zorg
3. Horecapersoneel
4. Technicus
5. Informaticus
6. Vertegenwoordiger
7. Ingenieur
8. Vrachtwagenbestuurder
9. Mecanicien
10. Schrijnwerker

Bron: cijfers VDAB

Lees meer over:

Onze partners