Jaarlijks maken 4.500 minderjarigen gebruik van herstelbemiddeling

07/03/13 om 15:56 - Bijgewerkt om 15:56

(Belga) Jaarlijks maken ongeveer 4.500 minderjarige plegers van een misdrijf en hun slachtoffers gebruik van een aanbod tot herstelbemiddeling. Ruim de helft van de verdachten krijgt na de herstelbemiddeling niet meer te maken met de jeugdhulpverlening. Dat blijkt uit een onderzoek over de bemiddelingsdiensten voor minderjarigen in opdracht van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen.

In Vlaanderen bieden de diensten voor Herstelgerichte en Constructieve Afhandeling (HCA) herstelgerichte afhandelingsvormen aan voor minderjarigen die een misdrijf hebben gepleegd. De diensten HCA organiseerden donderdag in Brussel een studiedag over herstelbemiddeling en het Nederlands onderzoeksbureau Beke stelde de resultaten van het onderzoek voor. Herstelbemiddeling voor minderjarigen wordt vooral opgestart na feiten van diefstal, vernieling en brandstichting. Het aanbod gebeurt meestal door het parket en wordt bijna altijd begeleid door een bemiddelaar. Tijdens de bemiddeling krijgen de betrokkenen de kans om via de bemiddelaar met elkaar in contact te komen, vragen te stellen en te zoeken naar de best mogelijke oplossing. Uit het onderzoek blijkt dat een kwart van de herstelbemiddeling direct gebeurt, dus met persoonlijk contact tussen dader en slachtoffer. Bijna driekwart is indirect en een klein deeltje gebeurt via ontmoetingen tussen beide partijen zonder een bemiddelaar. De verdachten en slachtoffers zijn overwegend tevreden over het verloop van het bemiddelingsproces. "De medewerking van de tegenpartij is van belang. Soms kan het na één gesprek stokken. Soms leidt herstelbemiddeling tot excuses of schadevergoeding. Naarmate beide partijen verder geraken, stijgt de tevredenheid", zegt Henk Ferwerda van onderzoeksbureau Beke. (KAV)

Onze partners