Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

20/09/13 om 08:26 - Bijgewerkt om 08:27

Is het niet dringend tijd om in te gaan tegen de discriminatie van 'chronisch zieken'?

Hoe solidair is een samenleving waarin mijn man goed genoeg is om belastingen te betalen, maar niets moet terug verwachten, vraagt Jolien Pollet. Haar man krijgt geen schuldsaldoverzekering wegens een hartafwijking - ook al is die volgens dokters onder controle.

Ik ben een jongedame van 25 jaar. Twee jaar geleden afgestudeerd als master en nu aan de slag als stafmedewerker. Sta mij toe ook mijn man aan u voor te stellen. Een jongeheer van 25 jaar. Twee jaar geleden afgestudeerd als apotheker en al even lang een man die patiënten met raad en daad bijstaat in de apotheek om de hoek. U zou denken: weinig speciaal, dat koppel twintigers. Aan het begin van hun carrière, het geluk aan hun zijde want allebei een vaste job in deze onzekere tijden... het leven lacht hen vast en zeker toe.

En zo staan wij ook in het leven. Met opgeheven hoofd, optimisme en dromend van wat komen zal. We vinden zo stilaan onze plaats in deze samenleving; we betalen op tijd en stond onze belastingen en spenderen al eens een centje bij de lokale KMO's.

So far, so good. Én het wordt zelfs beter.

Enkele maanden geleden besloten we op huizenjacht te gaan. Een eigen huis, een investering voor een zorgeloze toekomst. Je kent dat wel, een beetje nestdrang, het gevoel dat je niet wil werken om je verhuurder extra rijk te maken en het streven naar wat financiële zekerheid wanneer we met pensioen zijn. Want o ja, daar denken wij al aan. Al moeten we daar misschien wel nog vijftig jaar op wachten.

De huizenjacht verliep vlot, we vonden ons droomhuis en gingen langs bij de bank. Allebei een mooi inkomen, wat spaarcentjes mee van thuis ... de banken hebben ons ontvangen, met open armen. Waw, binnen enkele maanden zouden we kunnen beginnen betalen aan wat we 'ons huis' zullen kunnen noemen. Lening dus goedgekeurd, compromis ondertekend. Het geluk kon niet op, de champagne werd ontkurkt.

We werden echter al snel weer nuchter. Ik ben namelijk in mijn verhaal hierboven, een klein detail vergeten te vermelden. Een detail dat nu onze wittebroodsweken overschaduwt. Wittebroodsweken? Jawel! We zijn ondertussen getrouwd. Maar ook die euforie heeft niet lang mogen duren.

Mag ik u nogmaals voorstellen aan mijn man, 25 jaar, geboren met een hartafwijking. Een man met een gouden hart, dat wat anders in elkaar zit als dat van iemand anders. Een man die perfect met dat bijzondere hart kan leven, sinds een openhartoperatie op zijn 15e waar alles gecorrigeerd werd. Een openhartoperatie waaruit hij wakker is geworden en genezen verklaard werd. Een openhartoperatie waarvoor hij heel dankbaar is en toen besefte: ik wil later ook mensen helpen. Zijn droom om apotheker te worden is in dat ziekenbed geboren.

De afgelopen tien jaar nam mijn man nauwgezet zijn medicatie en ging trouw naar de jaarlijkse afspraken bij de cardioloog. Elk jaar hoorde hij opnieuw het positieve nieuws: de operatie is een succes geweest, de medicatie ondersteunt zijn hart goed en dus: goedgekeurd voor alweer een jaar. De cardioloog, mijn man en zijn trotse vrouw zijn dan ook optimistisch voor de toekomst.

Waren de verzekeraars dit ook maar... Want inderdaad, bij het kopen van een huis en het aangaan van een lening, kan je niet voorbij de onvermijdelijke schuldsaldoverzekering. Voor deze gezonde meid geen enkel probleem! Honderd percent verzekerd, dus mocht mij ooit iets overkomen hoeven mijn man - en wie weet ook wel onze toekomstige kinderen - zich geen financiële zorgen te maken.

Dat ligt bij mijn man echter helaas wat anders. Eerlijkheidshalve vulde mijn man in de verplichte medische vragenlijst in dat hij een gecorrigeerde aangeboren hartafwijking heeft. Ook wanneer de verzekeraar daar het fijne over wilden weten, verstuurden we de nodige informatie die we kregen van de huisarts en UZ Leuven.

En toen kwam de postbode met brief 1. "U wordt een verzekering geweigerd." Oeps, dat is pech! We proberen het bij een andere verzekeraar.

En toen kwam de postbode met brief 2. "U wordt een verzekering geweigerd. Voor meer informatie over deze weigering kan u onze raadgevende geneesheer contacteren."

En dat deden we. En dat deed ook onze arts. Na een telefoontje waarin de huisarts de positieve medische toestand van mijn man uit de doeken deed, beloofde verzekeraar nr. 2 om het dossier naar de herverzekeraar over te maken. En toen kwam de postbode met brief 3. "Na een tweede analyse van uw dossier, wordt u een verzekering geweigerd."

Met een klein hartje dan maar een derde verzekeraar geprobeerd. En ook dan weer kwam de postbode veel te snel met eenzelfde standaard brief.

Delen

Hoe solidair is een samenleving waarin mijn man goed genoeg is om belastingen te betalen, maar niets moet terug verwachten?

Jolien Pollet

Ons opgeheven hoofd zakt bij elke brief. Ons vertrouwen in onze welvaartsstaat slinkt. Want hoe solidair is een samenleving waarin mijn man goed genoeg is om belastingen te betalen, maar niets moet terug verwachten? Hoe optimistisch is deze maatschappij nog, wanneer een verzekeraar je bijna-dood acht, ondanks de positieve woorden van een arts die je al vele jaren opvolgt? Hoe innovatief moet de gezondheidssector nog zijn, wanneer ondanks de technologie die mensen een langer leven kan schenken, dit leven hen niet gegund lijkt te zijn?

Ik stel mij bovenstaande vragen richting de politiek... In 2010 werd reeds een wet gestemd om de praktijken van verzekeraars aan banden te leggen. De wet 'Partyka' werd unaniem door de leden van de regering goedgekeurd... maar wacht nog op uitvoeringsbesluiten. Al drie jaar. De koepelorganisatie van de verzekeraars verzette zich immers tegen de wet door naar het Grondwettelijk Hof te stappen. En daar kregen ze, meermaals, ongelijk. Dus, waar wachten politici nog op? Is het niet dringend tijd om in te gaan tegen de discriminatie van 'chronisch zieken'? Wordt het niet stilaan tijd om solidariteit wat hoger op de partijprogramma's te zetten? Want als jonge twintigers zoals wij de hoop al moeten opgeven, baart de toekomst dan geen zorgen?

Al is één van onze luchtkastelen doorprikt, we geven niet op en blijven hopen dat op een goede dag, in de hopelijk niet zo verre toekomst, de postbode ons verblijdt met een brief die onze wittebroodsweken weer kan opfleuren.

Jolien Pollet

Lees meer over:

Onze partners