Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

12/01/18 om 14:24 - Bijgewerkt om 13:35

'Is de tijd waarin België een Europees voortrekker inzake mensenrechten was dan echt voorbij?'

'In een gezonde democratie zou het mogelijk moeten zijn dat we op een integere, eerlijke manier debatteren (en stemmen) over het grootste vraagstuk van dit decennium', schrijft doctoraatsstudent Jonas Vernimmen over de Soedan-crisis die de afgelopen weken het nieuws beheerste.

'Is de tijd waarin België een Europees voortrekker inzake mensenrechten was dan echt voorbij?'

© Belga

Eind 2017 konden we een nieuwe -gate toevoegen aan ons woordenboek: Soedangate. Enkele Soedanezen die door onze regering werden uitgewezen, getuigden over foltering bij terugkeer in hun geboorteland. Nationale politici rolden over elkaar heen om mee te delen dat bevoegd staatssecretaris Theo Francken zijn geloofwaardigheid kwijt was; dat hij zou moeten opstappen. Charles Michel en Bart De Wever vochten een robbertje om te tonen wie de grootste 'Red Button' heeft. Maar wat gebeurde er uiteindelijk? Niets. Een mogelijke schending van het folterverbod - nochtans een fundamenteel principe in onze democratische rechtsstaat - werd onder de mat geveegd. Want, zo luidt het in ons land, 'niemand wil toch verkiezingen die draaien om het vluchtelingenvraagstuk?'

Delen

Is de tijd waarin België een Europees voortrekker inzake mensenrechten was dan echt voorbij?

Politieke partijen zijn immers bang voor het thema. Stemmenkanon Theo Francken is uitzonderlijk populair, omdat hij de perceptie mee heeft dat hij een streng maar rechtvaardig migratiebeleid voert. Nochtans zijn er heel wat punten van kritiek te formuleren; kritiek die de parlementair Francken hoogstwaarschijnlijk zelf zou uitspreken (of tweeten). De instroom is niet onder controle, zoals Francken beloofde (die ligt onder Michel I immers 7% hoger dan onder de regering Di Rupo I, De Standaard 6 januari). Daarnaast is er nog steeds geen breed gedragen Europees spreidingsplan.

Onze regering gebruikt dat als argument om ook een restrictief beleid te voeren, in plaats van het goede voorbeeld te geven. Dit gebrek aan beleid leidt tot grove mensenrechtenschendingen aan de grenzen van Europa. Toch is het niet duidelijk of onze vertegenwoordigers druk zetten op landen die weigeren aan het spreidingsplan te voldoen. Is de tijd waarin België een Europees voortrekker inzake mensenrechten was dan echt voorbij?

Politieke commentatoren zingen in koor dat het strategisch onverstandig is om migratie tot verkiezingsthema te maken. Daar zit iets in. Het deficit bij de oppositiepartijen (dat o.a. met de flauwe start van 'Samen' nog eens in de verf werd gezet) doet vermoeden dat verkiezingen niet de aanleiding zullen zijn voor een evenwichtig debat, waarin inhoudelijke argumenten primeren op retoriek. Daarnaast voorspelt de communicatie van sommige politici en hun achterban de komst van verwerpelijke verkiezingscampagnes en -slogans.

Risico op foltering

Nochtans zou bij het blootstellen van migranten aan een risico op foltering bij alle politici in ons land een alarmbel moeten afgaan. In de plaats daarvan lijkt het zelfs not done dat risico op foltering aan te kaarten. Want 'niemand wil toch verkiezingen over het vluchtelingenvraagstuk?' Maken partijen die het beleid van deze regering bekritiseren in zo'n campagne een kans?

In een gezonde democratie zou het mogelijk moeten zijn dat we op een integere, eerlijke manier debatteren (en stemmen) over het grootste vraagstuk van dit decennium. Het zou progressieve partijen sieren als ze eindelijk eens, midden in de verkiezingsspotlight, aan de mensen probeerden uitleggen waarom migratie een positief verhaal kan en moet zijn; waarom we migratie nodig hebben. Het is aan hen om kiezers te overtuigen van het belang van morele principes, de mensenrechten bij uitstek. Grote groepen burgers staan immers kritisch tegenover migratie; hen niet betrekken duwt hen zonder meer de richting uit van populisten en xenofoben.

De samenleving is ermee gediend dat iedereen kan meepraten en -denken over het migratiebeleid en de (noodzakelijke) grenzen die daarvan deel moeten uitmaken. Alleen zo kunnen onze vertegenwoordigers een duurzaam, breed gedragen migratiepolitiek voeren.

Jonas Vernimmen is doctoraatsonderzoeker bij het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

Onze partners