Invoering Europese Tobintaks vereist derde versterkte samenwerking tussen lidstaten

21/01/13 om 19:37 - Bijgewerkt om 19:37

(Belga) Elf lidstaten van de Europese Unie krijgen morgen de toestemming om samen een heffing op de handel in financiële producten uit te werken. Het zal nog maar de derde keer zijn dat een beperkt aantal EU-landen samen een initiatief mogen nemen, een zogenaamde versterkte samenwerking.

Invoering Europese Tobintaks vereist derde versterkte samenwerking tussen lidstaten

De invoering van een Tobintaks in de Europese Unie heeft heel wat voeten in de aarde. Nadat het onmogelijk was gebleken om alle 27 lidstaten voor de heffing te winnen, ging de Commissie op zoek naar het minimumaantal van negen landen om in beperkte kring de handel in aandelen, obligaties, derivaten en andere financiële producten te belasten. Elf landen willen effectief werk maken van een transactietaks en zullen daar morgen, op de Ecofin-Raad, groen licht voor krijgen. Tijdens onderhandelingen achter de schermen bleek namelijk dat de vereiste meerderheid onder de 27 daarvoor bestaat, ondanks de Britse tegenstand. De elf landen zijn België, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Portugal, Slovenië en Slovakije. Pas na het officiële fiat zal de Europese Commissie met een concreet wetsvoorstel komen, op maat van de elf geïnteresseerden. Wellicht zal ze op de aandelen- en obligatiehandel een minimumheffing van 0,1 procent voorstellen, op de handel in derivaten minimum 0,01 procent. Het is nog maar de derde keer dat een groep EU-landen een versterkte samenwerking aangaat. Het principe wordt al toegepast voor het Europees octrooi en in verband met rechtszekerheid bij internationale huwelijken. (ANA)

Onze partners