Internationale verontwaardiging over gebruik chemische wapens nabij Damascus

21/08/13 om 15:09 - Bijgewerkt om 15:09

(Belga) Volgens de Syrische oppositie zijn al 1.300 doden gevallen bij de aanval vanmorgen op een voorstad van hoofdstad Damascus. Volgens de rebellen werd daarbij gebruikgemaakt van chemische wapens, maar het regime ontkent dat ten stelligste. Intussen groeit de internationale verontwaardiging. Verschillende landen vragen intussen dat VN-inspecteurs, die zich al in Syrië bevinden, ter plaatse gaan voor onderzoek.

George Sabra, voorzitter van de Syrische Nationale Raad, zei vandaag in Istanboel dat al 1.300 mensen zijn omgekomen. Eerder sprak de oppositie van 650 doden. De Raad is een coalitie van Syrische oppositiegroepen. "De stilte van de internationale gemeenschap en de terughoudendheid van de Verenigde Staten is dodelijk voor het Syrische volk", aldus Sabra. Die aanval komt er net nu een groep van VN-experts in Syrië is om de beweringen van oppositie en leger te onderzoeken. Zij verwijten elkaar dat ze in het conflict, dat sinds maart 2011 al meer dan 100.000 dodelijke slachtoffers gemaakt heeft, gebruikmaken van chemische wapens. Internationaal groeit de verontwaardiging over de aanvallen. Zo pleiten Frankrijk en Groot-Brittannië voor een een onderzoek door de VN. Voor de Franse president François Hollande moeten de beweringen ter plaatse bewezen en bevestigd worden. De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague sprak van een "choquerende escalatie". "Als de berichten bevestigd worden, moeten de daders ter verantwoording geroepen worden." Ook de Arabische Liga, bij monde van secretaris-generaal Nabil al-Arabi, vraagt dat de VN onmiddellijk ter plaatse gaat. Turkije, dat de oppositie in Syrië steunt, vraagt eveneens snel een onderzoek door de VN. (Belga)

Onze partners