Inclusie Vlaanderen herinnert Plopsaland aan anti-discriminatiebrief

20/04/12 om 18:16 - Bijgewerkt om 18:16

(Belga) Na een incident in de zomer van 2001, toen Plopsaland een jongen met het syndroom van Down op een attractie weigerde, verklaarden de Belgische pretparken zich akkoord met een regeling die de ouders of begeleiders laat beslissen of een kind al dan niet op een attractie kan. Na een nieuw incident, waarover het Nieuwsblad berichtte, lijkt het erop dat Plopsaland haar voorwaarden wijzigde.

Inclusie Vlaanderen herinnert Plopsaland aan anti-discriminatiebrief

Vorige week vrijdag mocht een meisje met het syndroom van Down niet op de Boomstammetjes in Plopsaland. Inclusie Vlaanderen is verrast over die beslissing. "In november 2001 kwam de gehandicaptensector samen met de pretparken en de ministers Aelvoet, Landuyt en Vogels overeen dat vanaf het volgende seizoen de ouders of begeleiders mochten beslissen of een kind al dan niet op een attractie mocht", zegt Kathelijne De Brauwer van Inclusie Vlaanderen. "Plopsaland schermt, net zoals in 2001, met de veiligheidsrisico's en een Duitse verzekeraar om het verbod uit te leggen", aldus De Brauwer. Volgens parkmanager Wim Wauters is uit de risicoanalyses gebleken dat een attractie zoals de Boomstammetjes risico's kan inhouden voor, onder andere, mensen met het syndroom van Down. "Door de specifieke aard van de attractie is het niet mogelijk die te beveiligen met gordels of beugels. En dat houdt risico's in, bijvoorbeeld voor wie geen voldoende besef heeft van tijd en ruimte. Net zoals sommige attracties niet geschikt zijn voor zwangere vrouwen of kinderen kleiner dan 1m20, geldt dat ook voor mensen met een mentale of fysieke handicap", legt Wauters uit. (BGY)

Onze partners