Wim Soons (Jong CD&V)
Wim Soons (Jong CD&V)
Voorzitter van Jong CD&V
Opinie

22/04/16 om 10:53 - Bijgewerkt om 10:17

'In heel wat dorpskernen rust een taboe op het bouwen van een hogere verdieping. Waarom?'

Wim Soons van Jong CD&V pleit ervoor om verouderde stedenbouwkundige voorschriften aan te passen om een aantal fouten uit het verleden recht te zetten. 'Ruimte is een schaars goed in Vlaanderen. De strijd om Vlaamse grond mag niet herleid worden tot een strijd met louter winnaars en verliezers.'

'In heel wat dorpskernen rust een taboe op het bouwen van een hogere verdieping. Waarom?'

© Thinkstock

Grond is in Vlaanderen een schaars goed. Correcter: ruimte is een schaars goed. Verwonderlijk is dat niet, aangezien Vlaanderen met zo'n 480 inwoners per km² een erg dichtbevolkte regio is. Een onafhankelijk Vlaanderen zou Nederland in de ranglijst achter zich zou laten en - dwergstaten Monaco, Vaticaanstad, Malta en San Marino buiten beschouwing gelaten - het meest dichtbevolkte land van Europa worden. Wij breken ook andere 'records': Vlaanderen is de meest bosarme regio van Europa. Dit terwijl een recente studie door verschillende Vlaamse universiteiten nog schatte dat een hectare grove dennen jaarlijks 7.4 kg fijn stof uit de lucht verwijdert. We zijn ook de absolute kampioen in lintbebouwing, nefast voor de open ruimte en duur wat openbare voorzieningen betreft. Zaken die de collectieve verantwoordelijkheid zijn van generaties politici, CVP-ers inbegrepen.

Ruimte, een steeds kostbaarder goed.

Als we vooruit kijken stellen we vast dat het ruimtebeslag in Vlaanderen nog dagelijks met 6 hectare toeneemt, weliswaar een halvering van de 12 hectare in 1997. Ook lezen we dat volgens het Federaal Planbureau het aantal huishoudens in Vlaanderen tussen 2013 en 2030 nog met 284.000 zal stijgen. Tot 2060 zelfs met 506.000.

Finaal komt hierop neer: hoe kunnen we ruimte winnen in een regio zo dichtbevolkt als de onze. Vaak worden keuzes hieromtrent erg scherp gesteld: het gaat dan om de zogezegd onoverkomelijke strijd tussen bos en boer, of tussen natuur en industrie. In de realiteit is het nieuwe bewoning die zorgt voor de voornaamste aantasting van open ruimte in Vlaanderen, hoewel sommige debatten in de media iets anders doen vermoeden. Daarom zijn dan ook frisse ideeën nodig, concreet maar creatief, over hoe we woongebied in Vlaanderen beter kunnen benutten.

Hoger bouwen: the final frontier.

In heel wat dorpskernen rust er vandaag nog een taboe op het bouwen van 'een verdieping hoger'. Vaak mogen er slechts 2 bouwlagen worden gebouwd, wat wordt bepaald in een Gabarietenplan. Nochtans heeft iets hoger bouwen voordelen: het zorgt voor meer aanbod wat de prijs drukt, op heel wat plaatsen broodnodig. Daarnaast kan extra woonaanbod ook de bestaande stadsvlucht, vaak van jonge mensen, tegengaan. Een dorpskern kan hierdoor ook een nieuwe dynamiek krijgen. Tenslotte is het evident dat het creëren van meer woongelegenheid 'in de hoogte' de druk vermindert om nieuwe open ruimte aan te snijden. Vanuit JONGCD&V pleiten we er dan ook voor om dit taboe wat los te laten.

(Half)-open?

'Vrijstaand huis met grote tuin', voor velen in de generatie van mijn ouders was dit een ideaalbeeld. Op den buiten, waar ik geboren en getogen ben, vind je dan ook nog heel wat kavels met een erg grote voor- en achtertuin. Dat blijkt ook uit de statistieken: een hectare ruimtebeslag herbergt in Nederland bijna de helft meer inwoners dan in Vlaanderen. Het spreekt vanzelf dat ook hier flink wat winst van Vlaamse grond kan geboekt worden. Lokale besturen hebben heel wat instrumenten in handen wanneer het op herverkaveling aankomt. Als Jong CD&V vragen we om verouderde stedenbouwkundige voorschriften aan te passen, en om actief burgers te informeren over de mogelijkheden die er bestaan om percelen te herverkavelen. Op die manier kunnen eigenaars plannen maken op de lange termijn, en kunnen gronden die vandaag plaats bieden aan 1 huis, overmorgen plaats bieden voor 2 of 3 (aaneengesloten) woningen.

Verhandelbare bouwrechten

Een ander erg interessant idee is dat van de verhandelbare bouwrechten. Verhandelbare bouwrechten worden in de VS al sinds de jaren zeventig toegepast. Hierbij kunnen de bouwrechten in slecht gelegen bouwzones of zones waarover de overheid een de facto bouwverbod uitspreekt, geruild worden met bouwmogelijkheden op percelen nabij of binnen stads- of dorpskernen.

Dit concept heeft het potentieel om een aantal fouten van het verleden recht te zetten. We hopen dat ook dat dit instrument zo snel mogelijk effectief in werking kan genomen worden in Vlaanderen. We kijken dan ook uit naar de resultaten van het onderzoek rond verhandelbare bouwrechten waarmee minister Schauvliege eind dit jaar wil komen, en het Instrumentendecreet waarin de verhandelbare ontwikkelingsrechten worden opgenomen.

Nieuwe woonvormen

Daarnaast moeten we als overheid absoluut inzetten op nieuwe woonvormen. Ik hoorde recent nog de getuigenis van een vrouw die haar huis had verbouwd tot kangoeroewoning zodat haar ouders en haar eigen gezin onder één dag konden wonen, een prachtig concept. Het bleek voor haar echter een calvarietocht om dit officieel 'in orde te krijgen'. Ook gezinnen die opteren voor co-housing ondervinden vandaag te veel hinderpalen. Minister van Wonen Homans moet deze drempels zo snel mogelijk in kaart brengen en remediëren. Geen verhaal van winnaars en verliezers

Conclusie: de schaarste aan ruimte herleiden tot een zero-sum game, tot een strijd met louter winnaars en verliezers, is een zwaktebod. Als iedereen, de overheid inbegrepen, de nodige durf en daadkracht aan de dag legt, valt er in Vlaanderen nog heel wat ruimte te winnen.

Onze partners