Jean-Marie Dedecker (LDD)
Jean-Marie Dedecker (LDD)
Voorzitter van LDD
Opinie

03/04/16 om 08:11 - Bijgewerkt om 08:11

'In een parlementaire onderzoekscommissie moet het belang van de eigen partij uit de wind gezet worden'

'In het verleden is altijd gebleken dat parlementaire onderzoekscommissies enkel verhelderend waren als ze niét de politieke verantwoordelijken moesten aanduiden, en als ze als voorzitter een oppositielid hadden', schrijft Jean-Marie Dedecker. 'Een voorzitter van de meerderheid moet vooral de kunst begrijpen om de vis te verdrinken.

'In een parlementaire onderzoekscommissie moet het belang van de eigen partij uit de wind gezet worden'

© BELGA

Op het schaakbord van de macht was het een meesterlijke zet van de regering om een parlementaire onderzoekscommissie op te starten n.a.v.de Brusselse barbarij. Het haalde de lont uit het kruitvat, het maakte de oppositie (tijdelijk) monddood en het suste de goegemeente. De belofte van transparantie en van het zoeken naar de waarheid werd daardoor gelegitimeerd.

Versterkte emotie ondermijnt immers het kritisch denken. Nochtans is in verleden altijd gebleken dat dergelijke commissies enkel verhelderend waren als het niét om politieke verantwoordelijken ging, en als ze als voorzitter een oppositielid hadden zoals in de Dutroux-commissie. Van zodra ook de politieke aansprakelijkheid moest onderzocht worden dienden ze eerder om de waarheid te verdoezelen dan ze aan het licht te brengen.

Delen

'In een parlementaire onderzoekscommissie moet het belang van de eigen partij uit de wind gezet worden'

In illo tempore was ik zelf lid van een tweetal onderzoekscommissies over de grootste bankrovers uit onze geschiedenis: Fortis & Dexia. De waarheid kreeg telkens een eerste klas staatsbegrafenis. De Dexiacommissie mocht zelfs enkel opereren onder afgeslankte juridische vorm (dat wil zeggen zonder het mandaat van onderzoeksrechter). De traditionele partijen hadden angstvallig deze bevoegdheid uitgesloten. Al hun toplui hadden immers aan de rijke zelfbedieningstafel bij de Raden van Bestuur van Dexia aangeschoven.

Een kleine greep uit het rijke aanbod: Herman Van Rompuy, Jean-Luc Dehaene, Karel De Gucht, Elio Di Rupo, Serge Kubla, Francis Vermeiren, Patrick Janssens, Luc Martens, Frank Beke, Wivina Demeester enz... Toen de experten van de commissie, de heren Hübner en Swolfs, in hun eindrapport de bobo's van ARCO en de Gemeentelijke Holding als de deeltjesversnellers voor de faling van Dexia veroordeelden, moest dit stante pede uit de eindconclusies geschrapt worden van de commissieleden. "De onderste steen boven halen" werd een vals riedeltje in het Kamerorkest.

Trouwe apparatsjiks

Dergelijke parlementaire rechtbanken hebben hun eigen wetmatigheden, normen en hiërarchie. Hun samenstelling is recht evenredig met het aantal volksvertegenwoordigers in de Kamer. De meerderheid deelt dus de lakens uit en heerst over het debat en de besluitvorming. De keuze van de voorzitter is cruciaal. De hoofdbekommernis van de commissieleden is de betrokkenen van hun eigen partij uit de wind te zetten, daarom wordt er bij consensus tussen de meerderheidspartijen telkens een trouwe apparatsjik als voorzitter gekozen als het om een politiek geladen onderzoekscommissie gaat.

Deze moet vooral de kunst beheersen om "de vis te verdrinken" en krijgt ter compensatie heel wat media-aandacht en een upgrading in de partijhiërarchie, vraag het maar aan Bart Tommelein en Marie-Christine Marghem. Ze moeten vooral adepten zijn van wat George Orwell de Zwart-Wit discipline noemde: " De loyale bereidheid om te zeggen dat zwart wit is als de partijdiscipline dat eist". Voor Orwell was politiek proza bedoeld om de schijn van degelijkheid aan een louter vleugje wind te geven.

Patrick Dewael (Open VLD) en Siegfried Bracke (N-VA): wissel van de wacht op de voorzitterstoel van de Kamer

Patrick Dewael (Open VLD) en Siegfried Bracke (N-VA): wissel van de wacht op de voorzitterstoel van de Kamer © BELGA

Patrick Dewael (Open VLD) staat blijkbaar met stip genoteerd om de voorzittershamer van het nieuwe parlementair terreurtribunaal te hanteren. Hij kreeg eind de jaren 90 al als de eerste kans om de Dutroux-commissie te leiden, maar liet de kelk aan zich voorbijgaan. Marc Verwilghen dronk ze leeg en werd door het volk als witte ridder in een ministerzadel gehesen. Als minister van justitie werd hij in zijn terreurbeleid niet alleen geboycot door het PS-triumviraat Di Rupo-Onkelinx-Moureaux, maar ook kaltgestellt door zijn eigen partij. Vanuit het kabinet van Guy Verhofstadt waakte Brice De Ruyver als een schaduwminister over justitie met een schoonmoederbeleid volgens de PS-directieven. Marc had meer stemmen behaald bij de verkiezingen dan Verhofstadt, en bovendien woonde hij in hetzelfde kiesdistrict als zijn voorzitter Karel De Gucht. Een dodelijke cocktail voor een backbencher in het Blauwe Liberaal Fabriekje.

Patrick Dewael is ervaringsdeskundige. Voor hem heeft het woord "politiek" dezelfde stam als "politie". Als minister van Binnenlandse zaken was hij ooit verantwoordelijk voor het reilen en zeilen bij de politietop. De canapébenoemingen van een paar Mata Hari's (Sylvie Ricour en Anja Savonet), cliëntelisme rond de zaak Christa Debeck, gesjoemel met frauduleuze examenresultaten bij de Algemene Inspectie, evenals de avontuurtjes van hoofdcommissaris Fernand Koekelberg dwongen hem in december 2008 om op te stappen als minister. Hij kreeg een opvangbaantje als Kamervoorzitter.

Delen

'Enige bijstand van Patrick Dewael zou altijd van pas kunnen komen als blijkt dat de fouten in het terreuronderzoek verder reiken dan de blunders van een verbindingsagent in het Turkse Ankara.'

Zijn adjunct- kabinetschef, Paul Van Tigchelt, de poppenspeler in het sacochen- en benoemingstheater, werd bedankt voor hand en spandiensten en gedetacheerd naar het Antwerpse Vlinderpaleis, waar hij substituut-procureur-generaal werd. Na een afkoelingsperiode werd hij onlangs benoemd tot grote baas van OCAD, het orgaan dat het dreigingsniveau in ons land bepaalt. Enige bijstand van Patrick zou altijd van pas kunnen komen als blijkt dat de fouten in het terreuronderzoek verder reiken dan de blunders van een verbindingsagent in het Turkse Ankara. De hanen zullen zich terug schor kraaien. Elk blunderboek baart uiteindelijk een encyclopedie.

Delen

'Zal deze parlementaire onderzoekscommissie de echte verantwoordelijken op het beklaagdenbankje roepen?'

Ik heb geen behoefte aan de zoveelste getuigenstoeterij van ambtenaren die hun oversten uit de wind moeten zetten om hun eigen vege lijf en carrière te redden. Alle topfuncties, zowel bij politie als justitie, zijn het gevolg van een partijpolitieke koehandel en wafelijzerpolitiek. Het zijn de kleine uniformen niet die moeten zwartepieten, zij riskeerden lijf en leden.

De top van de toga's en de sabelslepers en van de geprivilegieerde aristocratische ambtenarij is verantwoording verschuldigd. Als dit parlementair terreurtribunaal haar geloofwaardigheid wil behouden kan ze beginnen met haar hand in eigen boezem te steken. Ze kan aanvangen met de echte verantwoordelijken op het beklaagdenbankje te roepen.

De wettenmakers die bij twee "generale pardons" criminelen met een boterbriefje naturaliseerden. De politici die met een ongecontroleerde migratie de derde wereld invoerden en hier een vierde wereld creëerden om een nieuw electoraat aan te boren. De wegkijkers van het multiculturele lompenproletariaat. De gedoogpolitici voor religieuze uitwassen van islamprofeten, lui die tolerantie verwarden met kruiperigheid. De knuffelpolitici die het etnisch monopolie op overlast en criminaliteit vergoelijkten met politiek correcte prietpraat, bijgestaan door een gesubsidieerde gedachtepolitie. Ze kunnen beginnen met hun verontschuldigingen aan te bieden aan de familieleden van de slachtoffers wegens schuldig verzuim in plaats van hun vrijblijvend medeleven.

De filosofe Hannah Arendt schreef ooit over een merkwaardige vorm van cynisme dat samenlevingen in haar greep krijgt die geneigd zijn tot een "consistente en totale vervanging van de feitelijke waarheid door leugens". De reactie daarvan was " de absolute weigering om ook maar ergens nog van te geloven dat het waar is". Amper 17% van de bevolking heeft nog vertrouwen in de geloofwaardigheid van onze politici. Het wordt hoog tijd dat liegen niet meer gedemocratiseerd wordt, dan pas kan het vertrouwen met mondjesmaat terugkeren.

Onze partners