Gezinsbond
Gezinsbond
Vereniging die belangen van gezinnen wil verdedigen in Vlaanderen en Brussel
Opinie

27/11/17 om 16:11 - Bijgewerkt om 16:11

'Huwelijksquotiënt: hoe erkennen we onbetaalde zorg- en opvoedingsarbeid?'

'Het is jammer dat het debat over het huwelijksquotiënt vandaag verengd wordt tot 'afschaffen' of 'afblijven'', vindt de Gezinsbond. 'Door het te hervormen naar een gezinsquotiënt zouden we tegemoet kunnen komen aan een belangrijke maatschappelijke vraag: de erkenning van onbetaalde zorg- en opvoedingsarbeid.'

'Huwelijksquotiënt: hoe erkennen we onbetaalde zorg- en opvoedingsarbeid?'

© iStock

Keuze voor welbepaalde gezinsvorm moet niet door overheid worden ontmoedigd of aangemoedigd." Zo luidde één van de schier ontelbare tweets die Open VLD afgelopen weekend tijdens zijn #Vrijheidscongres de wereld instuurde. Klinkt op het eerste gezicht logisch en redelijk. Met een beetje goeie wil lees je er zelfs een écht pleidooi voor keuzevrijheid in. Ware het niet dat de partij met de tweet officieel maar in omfloerste termen liet weten dat ze het 'huwelijksquotiënt' wil afschaffen. Een voornemen dat voorzitster Gwendolyn Rutten eerder al kenbaar maakte, en dat helaas weinig te maken heeft met keuzevrijheid.

Delen

Huwelijksquotiënt: hoe erkennen we onbetaalde zorg- en opvoedingsarbeid?

Voor al wie niet echt thuis is in de finesses van ons fiscaal systeem: het huwelijksquotiënt is een belastingmechanisme dat in 1988 werd ingevoerd. Dat jaar besloot de wetgever om de inkomsten van getrouwde koppels niet langer samen te tellen en hen te belasten op hun gezamenlijke inkomen. Iedere partner zou voortaan belast worden op zijn eigen inkomen. Gehuwden werden zo dus op dezelfde manier behandeld als alleenstaanden. Die 'decumul' werkte een belangrijk fiscaal nadeel weg voor getrouwde koppels met twee inkomens. Voortaan zouden zij als gezin ook twee keer de belastingvrije som op het beroepsinkomen kunnen inbrengen.

Om éénverdienersgezinnen en koppels van wie één van beide partners een bescheiden inkomen had niet te benadelen, deed tegelijkertijd het huwelijksquotiënt zijn intrede. Kort samengevat komt het erop neer dat een beperkt deel van het inkomen van de meest verdienende partner automatisch wordt overgeheveld naar de minst verdienende. Zo genoten ook die gezinnen een gelijkaardig belastingvoordeel als getrouwde tweeverdieners en alleenstaanden. In 2001 werd beslist om het huwelijksquotiënt ook toe te passen voor koppels die wettelijk samenwonen, waarmee nog een andere discriminatie wegviel. Van 'het opleggen van een welbepaalde gezinsvorm door de overheid' via het huwelijksquotiënt is dus niet bepaald sprake.

Delen

In de periode na de invoering van het huwelijksquotiënt is de participatiegraad van vrouwen op de arbeidsmarkt alleen maar gestegen.

Maar Open VLD is vandaag, 30 jaar na de feiten, ook tot de vaststelling gekomen dat het huwelijksquotiënt vrouwen stimuleert om thuis te blijven en zo hun 'emancipatie' tegenhoudt. Waar dat plotse inzicht vandaan komt, is onduidelijk. In de periode na de invoering van het huwelijksquotiënt is de participatiegraad van vrouwen op de arbeidsmarkt alleen maar gestegen.

Staan we qua gelijkheid tussen mannen en vrouwen waar we moeten staan? Nee, maar het 'traditionele' gezin met de man als unieke kostwinner is allang veeleer uitzondering dan regel. In de nieuwe generaties gezinnen is het tweeverdienersmodel duidelijk de norm. Ter illustratie: tussen 2005 en 2013 - recentere cijfers zijn helaas nog niet beschikbaar - daalde de 'kost' van het huwelijksquotiënt voor de overheid met bijna twee derde. Dat een fiscaal voordeel van al bij al beperkte omvang vrouwen aan de haard kluistert, is nonsens. Ook het emancipatorische discours is dus een drogreden om het huwelijksquotiënt af te schaffen.

Gezinnen waarin één van beide partners vandaag vol- of deeltijds thuisblijft, maken in de meeste gevallen de moeilijke keuze om rond te komen met een kleiner gezinsinkomen. En dat in tijden waarin dat allesbehalve evident is, laat staan algemeen aanvaard wordt. Door hen ook nog eens een belastingvoordeel af te nemen en dat gezinsinkomen extra te verlagen, maak je die keuze alleen maar moeilijker. Meer keuzevrijheid? Niet bepaald.

Toen Gwendolyn Rutten haar idee voor het eerst opperde, kreeg ze dan ook een storm van verontwaardigde reacties over zich heen. Regeringspartner CD&V sprak zelfs onmiddellijk zijn veto uit. Over het huwelijksquotiënt valt niet te spreken, liet collega-voorzitter Wouter Beke aan Rutten weten. Ook dat is jammer genoeg een gemiste kans. Want de tijd is wel degelijk rijp om het debat te open, zonder daarbij meteen in extremen - 'afschaffen' versus 'afblijven' - te vervallen.

Ergens heeft Open VLD namelijk wél een punt: waarom een belastingvoordeel toekennen louter en alleen op basis van het feit dat twee individuen te kennen geven dat ze een koppel vormen? Kunnen we dat voordeel niet beter voorbehouden voor gezinnen die maatschappelijk waardevolle maar onbetaalde arbeid op zich nemen? Door te zorgen voor een hulpbehoevend familielid bijvoorbeeld. Of door tijdelijk - via ouderschapsverlof of loopbaanonderbreking - dan wel permanent meer tijd te besteden aan de zorg voor de eigen kinderen. Allemaal zorgkosten die anders financieel mee gedragen zouden worden door de maatschappij.

Denkfout?

De roep om zo'n onbetaalde zorg- en opvoedingsarbeid meer te waarderen, klinkt luider dan ooit. Via het huwelijksquotiënt kunnen we daar ten dele aan tegemoet komen. Door het te hervormen naar een gezinsquotiënt, dat wordt voorbehouden aan gezinnen die daadwerkelijk een zorgtaak opnemen, en dat mee evolueert met het aantal zorgbehoevende personen in het gezin.

In hetzelfde weekend waarin Gwendolyn Rutten het huwelijksquotiënt - in het meest extreme geval goed voor een belastingvoordeel van 4.921 euro op jaarbasis - voor thuisblijvende ouders hekelde, bejubelde ze de nieuwe regeling die het toelaat om onbelast 6.000 euro per jaar bij te verdienen door de zorg voor andermans kinderen op te nemen. Ofwel wijst dat op een denkfout. Ofwel op een bijzondere maatschappijvisie: één waarbij arbeid alleen maar waardevol geacht wordt als ze bijdraagt tot het bruto binnenlands product. Dat is wel een héél enge invulling van het liberale gedachtengoed.

Onze partners