HRJ: 'De Clerck gaf in 2011 toe dat gevolgde wetgevende procedure rond afkoopwet, niet gebruikelijk was'

25/11/16 om 18:28 - Bijgewerkt om 18:34

De Hoge Raad voor Justitie (HRJ) biedt de parlementaire onderzoekscommissie naar Kazachgate haar medewerking aan.

'De Clerck gaf in 2011 toe dat gevolgde wetgevende procedure rond afkoopwet, niet gebruikelijk was'

Stefaan De Clerck © Belga

In een mededeling merkt de HRJ op dat het dossier-Kazachgate veel stof doet opwaaien. De manier waarop de wet op de verruimde minnelijke schikking tot stand is gekomen en de toepassing van die wet, doet vragen rijzen bij de pers, politici en burgers. 'Uiteraard laten deze vragen ook de Hoge Raad voor de Justitie niet onberoerd', luidt het.

'Kazachgate'

Zoals bekend zijn grote vragen gerezen over de snelheid waarmee de wet in 2011 door het parlement werd goedgekeurd. Volgens mediaberichten werd daarvoor gelobbyd door gewezen Senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR), met als bedoeling de Belgisch-Kazachse miljardair Patokh Chodiev van die wet gebruik te laten maken. Dat zou zijn gebeurd op aangeven van de Franse regering, om een Frans contract met Kazachstan binnen te rijven. De Decker ontkent te hebben gelobbyd.

De Kamer raakte het deze week eens over de oprichting van een onderzoekscommissie om het dossier uit te spitten.

Brief

Reeds op 10 mei 2011 heeft de HRJ in een brief aan de toenmalige voorzitters van de Kamer (André Flahaut, PS) en de Senaat (Danny Pieters, N-VA), de voorzitter van de commissie voor de justitie van de Kamer (Sarah Smeyers, N-VA) en de minister van Justitie (Stefaan De Clerck, CD&V) 'betreurd dat noch de wetgevende noch de uitvoerende macht de Hoge Raad om advies over deze fundamentele wetswijziging heeft gevraagd. Nochtans 'zou deze uitbreiding van de minnelijke schikking in strafzaken een betekenisvolle weerslag hebben op de algemene werking en organisatie, zowel van het openbaar ministerie als de rechtbanken'.

Volgens de HRJ schreef minister De Clerck in een reactie dat 'de gevolgde procedure tot wetswijziging, met name via een amendement op de wet houdende diverse bepalingen, niet gebruikelijk is, gelet op het belang van de uitbreiding van de minnelijke schikking en de versoepeling van het bankgeheim'. Ook in een memorandum voor de formateur uit 2014 heeft de HRJ gewezen op de nood aan een objectieve evaluatie van de afkoopwet.

De instantie biedt de onderzoekscommissie aan om waar mogelijk samen te werken. 'De Hoge Raad staat klaar om in alle onafhankelijkheid eventuele structurele dysfuncties of onregelmatigheden binnen de rechterlijke orde aan het licht te brengen', ludt het. 'Als externe toezichthouder op de rechterlijke orde kan de Hoge Raad voor de Justitie immers grondig onderzoek verrichten naar de wijze waarop de verruimde minnelijke schikking in strafzaken in het verleden en vandaag wordt toegepast op het terrein'. (Belga/KVDA)

Onze partners