Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

10/09/13 om 10:22 - Bijgewerkt om 10:22

Hoop in bange dagen

De progressieve partijen in Vlaanderen zijn in de aanloop naar de verkiezingen van 2014 inhoudelijk bezig met de opgave iedereen het gevoel te geven erbij te horen.

Aan de prominente plaats op de voorpagina van de krant en de talrijke reacties te zien heeft Carl Devos in zijn interview in De Morgen klare taal gesproken over de SP.A en de sociaaldemocratie in Vlaanderen. Nochtans is het niet zo klaar wat hij eigenlijk bedoelt.

Zijn het de structuren?

De hele partij moet op de schop, de naam SP.A moet men laten vallen, zo stelt hij. Indien het verleden, de partij- en andere structuren van de SP.A verhinderen dat in de progressieve electorale vijver (ruimer dan de SP.A, maar volgens Carl Devos niet rijk gevuld) meer vissen boven gehaald worden, dan is het beter om voorbij die structuren te denken en het electorale gewicht te vergroten. Maar die inspanning zal niet alleen van de SP.A moeten komen. De vroegere pogingen tot progressieve frontvorming zijn mislukt, en dat niet door één partij. Vlaanderen kent traditioneel meerdere breuklijnen (links-rechts, katholiek-vrijzinnig, Vlaams-Belgisch), waardoor het uiterst moeilijk is iedereen aan dezelfde kant van een van de breuklijnen in een partij te verenigen. Ook het ACW hoort bij die brede progressieve beweging thuis. Frontvorming kan alleen als men ook daar de bestaande structuren los laat.

In Gent is er tussen Groen en SP.A op gemeentelijk vlak samenwerking gekomen op basis van wederzijdse sterkte. Daarmee kon een offensieve strategie gevolgd worden om samen incontournable te worden. Een slecht verkiezingsresultaat voor zowel Groen als SP.A (de laatste peilingen waren niet gunstig) zou de behoefte om samen te werken kunnen aanzwengelen. Maar dan wordt er gestart vanuit een defensieve positie, en dat lijkt geen ideale uitgangssituatie om een optimistisch, wervend project uit te tekenen.

Is het de ideologie?

Is de ideologie versleten? In de Europese Unie regeren de sociaaldemocraten mee in 16 van de 28 landen. En de laatste tien jaar maakten ze enkel in Estland en Letland (waar in 2004 met Indulis Emsis wel de eerste groene premier ooit regeerde) nooit deel uit van een regering. Dit spreekt tegen dat de sociaaldemocratie ideologisch ten dode is opgeschreven. Het is tot nader order ook nog de politieke familie met het meeste stemmen en het meeste zetels in de Kamer. Maar in Vlaanderen is de situatie voor de sociaaldemocratie en de linkerzijde een van de minst rooskleurige.

Chantal Mouffe verwees in de recentste editie van Mo* Magazine naar Spinoza, die twee grote passies onderscheidt: angst en hoop. Rechts mobiliseert volgens haar meestal op basis van angst, links zou moeten mobiliseren op basis van hoop, een toekomstproject steunend op rechtvaardigheid en gelijkheid.

Carl Devos noemt zich een rechtse sociaaldemocraat voor wie solidariteit in twee richtingen gaat. Klinkt dit niet gewoon als een wantrouwige kiezer, angstig om via solidariteit iets te verliezen? Met welk hoopgevend project moet die nieuwe linkse partij dergelijke kiezers aanspreken? Solidariteit organiseren zodat met zekerheid enkel degenen die 'het echt verdienen' hiervan genieten? Moet links rechtser worden en tegelijkertijd de mensen doen dromen? De analyse van Carl Devos leidt tot veel vragen, veel twijfels, maar niet tot een vertrouwenwekkend alternatief.

De solidariteit en het gevoel van verbondenheid binnen de arbeidersklasse, zo kenmerkend voor een groot gedeelte van de 20ste eeuw, is uitgehold. Er wordt meer gerekend, nagegaan wie wat krijgt. De maatschappij wordt in groepen ingedeeld waarvan men zich gemakkelijker kan desolidariseren. De Walen die een andere taal spreken, de migranten die er ook nog eens anders uitzien. Uit het pas verschenen onderzoek van de FOD Werkgelegenheid en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, dat onze duale arbeidsmarkt blootlegt, blijkt dat bepaalde groepen het zich gemakkelijker kunnen permitteren om zich te desolidariseren. Werkloosheid maar ook gezondheidsproblemen zijn voor belangrijke groepen in de samenleving een veel geringer risico dan voor anderen. De langdurig werkloze buur lijkt de reden te zijn dat men zoveel belastingen moet betalen, terwijl de steenrijke vermogende familie een straat verder, die procentueel veel minder bijdraagt, ontzien wordt en diezelfde werkloze met de vinger wijst. De netto-ontvangers van solidariteit worden als een andere groep dan 'wij' gezien. Die groep ontneemt iets aan 'ons', de voornamelijk blanke hardwerkende Vlamingen. Het is een gemakkelijk te bespelen sentiment, oeroud maar blijkbaar springlevend.

Is de SP.A nog nodig?

Zowel Groen met het Impulscongres als de SP.A met 'Het Vlaanderen van Morgen' zijn wel degelijk bezig met ideeën en voorstellen, o.a. op fiscaal vlak, om de solidaire samenleving van de toekomst te verankeren en te versterken. Het zou goed zijn mocht de Vlaming zich bewust zijn van wie het werkelijk gemakkelijk en wie het werkelijk moeilijk heeft, en hoe dit vaak bepaald wordt door socio-economische omstandigheden waarin men opgroeit en niet door aangeboren eigenschappen.

Waarbij de argwanenden zoals Carl Devos, die zich van wederzijdse solidariteit verzekerd willen zien, met evenveel achterdocht kijken naar sociaal frauderenden als naar zij die er fiscaal de kantjes aflopen. We kunnen aan een samenleving bouwen waarin we iedereen aan bod laten komen, iedereen kansen bieden maar ook iedereen het gevoel geven er bij te horen, van waarde te zijn.

De progressieve partijen in Vlaanderen zijn in de aanloop naar de verkiezingen van 2014 inhoudelijk met deze opgave bezig. Dat kan samen (zo sterk verschillende de programma's niet), dat kan apart. Of ze het electorale gewicht zullen hebben om hun programma te realiseren valt te betwijfelen. Maar dat hoopgevend project, dat is het grote doel. Laat de progressieve partijen, maar ook de progressieven die zich meer aangetrokken voelen door de emotie van de angst, zich alvast daarover bezinnen.

Nico Pattyn is verbonden aan Metis Instituut, onafhankelijke denktank die ijvert voor een solidaire en actieve welvaartsmaatschappij en voor een duurzame economie

Lees meer over:

Onze partners