Hoge Raad van Financiën - "Begrotingsevenwicht is niet genoeg voor de deelstaten"

29/03/13 om 18:45 - Bijgewerkt om 18:45

(Belga) De Hoge Raad van Financiën vindt niet dat de deelstaten op hun lauweren mogen rusten eens ze een begrotingsevenwicht bereikt hebben. Om onze publieke financiën ook duurzaam op orde te houden, is voor heel België immers een structureel overschot van 0,75 procent van het bbp nodig. De gemeenschappen, gewesten en lokale besturen moeten ook daartoe bijdragen, vindt de raad, die onder meer wijst op de aanstormende vergrijzingskosten.

Naast algemene begrotingsregels wijst Europa elk land ook cijfers toe gebaseerd op de vooruitzichten op langere termijn, inclusief bijvoorbeeld de vergrijzingskosten in de pensioenen en de sociale zekerheid. Voor België betekent dat objectief op middellange termijn een surplus van 0,75 procent tegen 2016. De HRF vindt echter niet dat de federale overheid die last alleen moet torsen, ook al is dat dan een "erg gevoelige" kwestie. "Echte samenwerking" is onontbeerlijk, onderstreepte Jan Smets van de HRF daarbij. "Ons signaal is: 'pleeg overleg over hoe u de weg samen ziet'. Want echte samenwerkingsakkoorden zijn al een hele tijd geleden." Zonder rentelasten gaat het om een inspanning van zo'n 3,1 procent van het bbp tegen 2016. Om die te verdelen reikt de HRF de politici zelf al twee mogelijke pistes aan. Zo zou de huidige verdeelsleutel (35/65) voor de deelstaten en lokale besturen samen (entiteit II) ongeveer een derde van de inspanning reserveren, of zo'n 1,1 procent. Een alternatief is iedereen eerst zelf naar een evenwicht te laten gaan, om dan nadien de weg naar het surplus van 0,75 procent nog te verdelen. Met een tekort van 0,2 procent en opnieuw een derde van de extra inspanning, zou dat van entiteit II zo'n 0,5 procent van het bbp vergen. (KAV)

Onze partners