Aaron Ooms
Aaron Ooms
Voorzitter Jongsocialisten
Opinie

03/03/17 om 07:00 - Bijgewerkt op 02/03/17 om 16:35

'Hoeveel jongeren zijn we nog bereid te verliezen?'

'De politiek investeert te weinig in gepaste hulp voor jongeren in nood, in zorgverstrekkers op het terrein en in de vele vrijwilligers', schrijft Aaron Ooms, voorzitter van de Jongsocialisten.

Het is stuitend om te zien hoe het huidige beleid het échte kapitaal in onze samenleving links laat liggen: het menselijke kapitaal. Met de Jongsocialisten hielden we het voorbije weekend een congres rond jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg. De conclusie na alle verhalen en getuigenissen was even simpel als frustrerend. De politiek investeert te weinig in gepaste hulp voor jongeren in nood, in zorgverstrekkers op het terrein en last but not least in de vele vrijwilligers. Net zoals vele jongeren zelf moeten al die jeugdwerkers maar roeien met de riemen die ze hebben. Dat zijn er vandaag véél te weinig.

Delen

'Hoeveel jongeren zijn we nog bereid te verliezen?'

Het werd oorverdovend stil op het congres toen een ervaringsdeskundige moedig en sereen de hel beschreef waar ze was doorgegaan. Ze eindigde haar verhaal met hoe ze zich vandaag vol goesting en enthousiasme, professioneel als vrijwillig, inzet voor mensen die het niet rooien. Én met een noodkreet: we hebben niet voldoende riemen om te roeien. Er zijn simpelweg te weinig middelen.

Maar er is meer. Onze gezondheidszorg is het domein bij uitstek waar onze regeringen in snijden. 900 miljoen alleen al vorig jaar. Bevoegd minister Maggie De Block deed er de voorbije dagen zelfs nog een schepje bovenop: zij vindt dat ziekenfondsen niet langer korting mogen geven op jeugdkampen. De reden? Het gebrek aan wetenschappelijk bewijs dat zulke kampen de gezondheid bevorderen. Waarom is plots wetenschappelijk bewijs nodig voor iets dat iedereen met wat gezond verstand weet en aanvoelt. Met name dat er 'even uit zijn' straks voor heel wat kinderen en jongeren in probleemsituaties niet langer een optie zal zijn.

Precies voor hen die in volle puberteit onze zorg nodig hebben zijn betaalbare zomerkampen nochtans dé kans om zichzelf niet volledig te verliezen. Ergens bij horen loont vaak meer dan eender welke behandeling. In een land met zeven zelfdodingen per dag is dat geen overbodige luxe. Daarom beslisten we alvast om ons zomerkamp open te stellen voor jongeren bij wie niet alles evident is. Als de overheid in gebreke blijft, dan nemen jongeren het voortouw voor andere jongeren. Zo eenvoudig is het.

Lange wachtlijsten

Vandaag zijn we zes maanden na de dood van Jordy. Vorige zomer uitten alle partijen - ook die van de meerderheid - hun afschuw over wat met hem was gebeurd. Jordy, een jongen die in het welvarende Vlaanderen aan zijn lot werd overgelaten en in totale eenzaamheid stierf van ontbering. Sindsdien is weinig tot niets veranderd. Vorige week nog verscheen hier, op knack.be, een zoveelste noodkreet. Een open brief van Kjell, 6 jaar, die nog nooit 10 nachten in hetzelfde bed sliep. Een oplossing bleef al die tijd uit. Terwijl Kjell enkel weet dat zijn mama heel erg ziek is en zijn papa hem heeft pijn gedaan blijft het beleid onmondig. Bij verschillende Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg zijn de wachtlijsten intussen langer dan een jaar.

Van een terugbetaling bij een psycholoog is nog steeds geen sprake. De alarmbellen luiden steeds harder, maar bevoegd Vlaams minister Jo Vandeurzen geeft niet thuis. Op ons congres wond een hulpverlener er geen doekjes om: "Hoe lang trekken we dit nog? Hoeveel jongeren zijn we bereid te verliezen?"

Als zoveel hulpverleners en vrijwilligers elke dag het beste van zichzelf geven, maar niet weten waar eerst te beginnen, waarom weigert de overheid dan te doen wat van haar verwacht wordt? Omdat er geen geld is om in jongeren te investeren? Is dat werkelijk de reden?

Ik bespaar u alvast een resem aan alternatieven voor de keuzes van deze regeringen. De laatste weken ging het immers alleen over tienduizenden euro's die politici opstreken om... tja, om wat precies te doen? Niemand die het weet. Kan het contrast nog groter?

Onze partners