Hoe win je de Tour de France? Les 2: klimmen is een kunst, dalen ook

09/07/16 om 15:00 - Bijgewerkt om 08:10

De eerste bergen komen in zicht. Wie mee wil spelen voor het geel, kan zich niet meer verstoppen. Sporza-kijkers weten wat het devies is: goed eten en drinken. Maar ook ademen, herstellen terwijl je danst, en de afdalingen verkennen. 'Waarom zouden Belgen niet kunnen klimmen? Eddy Merckx en Lucien Van Impe zijn toch ook hier geboren?'

Vrijdag 8 juli is het al zover: de eerste col in deze Ronde van Frankrijk. Het peloton trekt over de Aspin. Niet het zwaarste wat de Pyreneeën te bieden hebben - als de Aspin in de Tour opduikt, is het doorgaans als opstapje naar de Aubisque en de Tourmalet, niet als hoofdevenement zoals in de rit op vrijdag. In het weekend begint het feest van de klimmers pas echt, met twee beklimmingen hors catégorie. U zult rond die tijd getuige zijn van een merkwaardig toneeltje, het is vaste prik in elke Ronde van Frankrijk. De ene favoriet na de andere laat uitlekken hoe vaak hij deze of gene berg is opgereden als voorbereiding op de Tour. Lance Armstrong domineerde dat wedstrijdje om-ter-verst-pissen meesterlijk. Liefst acht keer koerste Armstrong de Ventoux op, schreven de kranten bewonderend, zelfs het vreselijkste stormweer hield hem niet tegen. Later, toen sowieso meer naar buiten kwam van wat er binnen de ploeg van Armstrong écht gebeurde, bleek dat The Boss de col twee keer had getrotseerd. En de tweede keer dan nog dik tegen zijn zin.
...

Verder lezen?

Registreer u en lees elke maand gratis 4
artikelen.

Onze partners