Hoe Vlaanderen fietsvriendelijker kan worden

18/09/13 om 06:51 - Bijgewerkt om 06:51

De trend van minder verkeersslachtoffers zet zich door, maar elke dode en gewonde is er een te veel. Wat moet er nog gebeuren?

Hoe Vlaanderen fietsvriendelijker kan worden

© PhotoNews

De Vlaamse schoolgaande jeugd kiest massaal voor de fiets. Meer dan 30% van de leerlingen komt met de fiets naar school (tegenover 26,7% met het openbaar vervoer en 24,5% met de auto). Dat leidde in de afgelopen tien jaar tot 18.696 gewonden tussen de 6 en 18 jaar en 101 doden in deze leeftijdscategorie alleen.

Minder doden en gewonden

Het aantal gewonden nam in de loop van het afgelopen decennium wel sterk af. In 2003 vielen er onder minderjarige fietsers 2077 gewonden en 11 doden, in 2012 nog 1488 gewonden en 7 doden.

Veilig Denemarken

Wellicht is dat een gevolg van de verbeterde infrastructuur en de macht van het getal: hoe meer er in een land gefietst wordt, hoe minder ongevallen er in verhouding voorkomen. In Denemarken vallen er 12 doden per miljard gefietste km. In Nederland zijn dat er 14, bij ons 41. Een Deen fietst gemiddeld 936 km per jaar, een Nederlander 848 km en een Belg 322.

Nederlands model

Als we ons land fietsvriendelijker willen maken, moeten we te rade bij onze noorderburen, die door de jaren al een flinke voorsprong hebben opgebouwd en bovendien konden vertrekken van een meer planmatige ruimtelijke ordening.

Scheiden of delen

Chris Tampère, docent verkeer & infrastructuur aan de KU Leuven, pleit voor het optimaliseren aan aanpassen van de bestaande infrastructuur volgens duidelijke principes. 'De enige manier om fietsen echt veilig te maken is de verkeersstromen zo veel mogelijk scheiden. En op die plaatsen waar ze niet kunnen worden gescheiden, moeten ze zo nadrukkelijk mogelijk gemengd worden. Strikt scheiden of shared space, dat zijn de twee veilige modellen, zoals gidsland Nederland duidelijk maakt.'

70/50/30

Jan Treunen, algemeen directeur van de Fietsersbond, pleit voor een beleid dat vertrekt vanuit het standpunt van de fietser. Hij is een fervent voorstander van het 30/50/70-principe. Zo zouden motorvoertuigen maximum 70 km/u mogen rijden op wegen met een vrijliggend fietspad, 50 km/u op wegen met een aanliggend fietspad en 30 km/u op alle andere secundaire en tertiaire wegen zonder fietspad. De redenering erachter is eenvoudig, verduidelijkt Treunen. 'De kans dat een aanrijding dodelijk is tegen 30 km/u bedraagt 5 procent, tegen 50 km/u is dat al 50 procent.' (JB)

Het volledige dossier over veilig(er) fietsen in Vlaanderen leest u deze week in Knack.

Onze partners