Els Van Hoof (CD&V)
Els Van Hoof (CD&V)
Voorzitter van Vrouw & Maatschappij en Federaal parlementslid voor CD&V
Opinie

13/12/15 om 08:47 - Bijgewerkt op 12/12/15 om 11:03

'Hoe lang nog voor we de euthanasiewet evalueren?'

CD&V-Kamerlid Els Van Hoof was niet verbaasd toen ze de open brief van 65 experten over de schrapping van psychisch lijden uit de euthanasiewet las. De wet zorgt voor heel wat onduidelijkheid en een gebrek aan controlemechanismen. Tijd voor een grondige evaluatie.

'Hoe lang nog voor we de euthanasiewet evalueren?'

© Thinkstock

Maandag verscheen in de krant een open brief van 65 professoren, psychiaters en psychologen die zich zorgen maken over de toepassing van euthanasie bij patiënten die psychisch lijden. Waarom? De invulling van de voorwaarde"ondraaglijk psychisch lijden dat niet meer gelenigd kan worden" is volgens deze experten immers zeer subjectief. Alleen de patiënt zelf weet hoe ondraaglijk zijn psychisch lijden is. Euthanasie toepassen louter en alleen op basis van een subjectieve invulling door de patiënt en een subjectieve interpretatie door de arts, gaat voor de ondertekenaars van de open brief dan ook te ver. Ze vragen bijgevolg om euthanasie op basis van psychisch lijden uit de euthanasiewet te schrappen. Nu zult u mij niet horen pleiten voor een schrapping. Maar ik stel wel vast dat er een niet onbelangrijk signaal vanuit het veld wordt gestuurd, dat onze aandacht zeker en vast verdient.

Delen

'Hoe lang nog voor we de euthanasiewet evalueren?'

Sinds 2013 volg ik als parlementslid intensief de debatten met betrekking tot euthanasie. De inzet van deze debatten was steeds de uitbreiding van de bestaande euthanasiewet van 2002, die euthanasie toelaat voor volwassenen. Ik heb toen meermaals in de commissie gevraagd waarom we zouden beslissen tot een uitbreiding als er niet eens een evaluatie gebeurd had plaatsgevonden van de bestaande euthanasiewet. Het was immers duidelijk dat de wet serieuze hiaten vertoonde, vooral met betrekking tot de "veiligheidskleppen" die zijn ingebouwd om misbruiken tegen te gaan.

Mijn herhaaldelijke vraag om een evaluatie werd echter afgeblokt door een wisselmeerderheid. Gevolg: de uitbreiding van de euthanasiewet werd zonder evaluatie gestemd. Deze week stellen we vast dat het debat opnieuw geopend wordt vanuit de (medische) sector zelf. De bezorgdheid van 65 experten moet ons aanzetten om kritisch naar de euthanasiewet te kijken en de wet grondig te evalueren. Dat debat moet zich in eerste instantie afspelen in de sector zelf en op academisch niveau. Nadien, en dus liefst met inbegrip van een evaluatie ten gronde, kan de wetgever daar waar nodig optreden. Niet om de wet af te schaffen, maar wel om haar te verbeteren.

Wat betekent 'medisch uitzichtloos'?

Een eerste probleem van de euthanasiewet is het gebrek aan definiëring van de wettelijke voorwaarden voor de uitvoering van euthanasie. De euthanasiewet bepaalt niet hoe de begrippen "medisch uitzichtloze toestand" en "ondraaglijk psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden" door de arts geïnterpreteerd moeten worden. In de praktijk leidt dit tot een uiterst subjectieve interpretatie door de arts, waardoor het risico bestaat dat er té vroeg wordt overgegaan tot euthanasie. Dat er heel voorzichtig moet omgesprongen worden met de diagnose dat de toestand van een persoon met een (ernstige) psychiatrische aandoening medisch uitzichtloos is, blijkt uit een multidisciplinaire studie van het Metaforum KULeuven over "euthanasie en menselijke kwetsbaarheid".

De helft van de mensen met een ongeneeslijke psychiatrische aandoening die aanhoudend en ondraaglijk lijden, vinden na vijf tot tien jaar een draaglijk en bevredigend evenwicht ('herstel'). Bij een grondige evaluatie van de euthanasiewet is het daarom noodzakelijk dat de voorwaarden van de euthanasiewet gedefinieerd worden op basis van objectieve criteria. Bovendien moet de drempel van wat als medisch uitzichtloos beschouwd wordt, hoog worden gelegd.

Pijnpunten in de controle

Een tweede pijnpunt zijn de controlemechanismen die misbruiken bij de toepassing van de euthanasiewet moeten voorkomen. De huidige euthanasiewet voorziet twee soorten controles: een controle van de wettelijke voorwaarden door artsen vóórdat euthanasie bij de patiënt wordt toegepast en een controle door de federale controle- en evaluatiecommissie nadat euthanasie is toegepast. Beide controlemechanismen zijn volledig ontoereikend.

De behandelende arts mag pas euthanasie uitvoeren bij een patiënt die psychisch lijdt, nadat hij het advies van twee andere artsen/specialisten heeft ingewonnen. In de praktijk hoeft de behandelende arts helemaal geen rekening houden met dit niet-bindende advies. Persoonlijk vind ik het oordeel van 3 artsen over een levenseindeverzoek al een absoluut minimum, net omdat de wettelijke voorwaarden zo moeilijk te interpreteren zijn. De praktijk leert ons echter dat omwille van het vrijblijvende karakter van deze adviezen slechts één (!) arts kan beslissen over het levenseinde van een patiënt. Die drempel is volgens mij te laag, een bijsturing van de euthanasiewet dringt zich op. Trouwens... Het Grondwettelijk Hof boog zich onlangs over de wettelijke uitbreiding van euthanasie naar minderjarigen. Het Hof gaf toen zelf ook aan dat de voorwaarden voor de toepassing van euthanasie moeten aangescherpt worden, onder meer op het vlak van het niet-bindend advies van de geconsulteerde kinderpsychiater.

Delen

'Net omdat het over het levenseinde gaat van een patiënt en euthanasie een onomkeerbaar proces is, moet de drempel voor de toepassing van euthanasie hoog liggen.'

Verder gebeurt er achteraf ook geen ernstige controle door de federale controle- en evaluatiecommissie. De waarheid is dat deze commissie vandaag nog nauwelijks samengesteld raakt. Veel artsen, advocaten en academici passen ervoor omdat artsen die deel uitmaken van de commissie zowel rechter als partij zijn. Kritische bemerkingen over de niet-naleving van de wet in bepaalde dossiers haalden slechts één keer een tweederdemeerderheid om naar het parket te worden doorverwezen. Opnieuw dringt een bijsturing van de wet zich aan, teneinde een effectieve en grondige controle te verzekeren.

Ik kan niet aanvaarden dat de wettelijke voorwaarden om euthanasie toe te passen, onduidelijk of niet gedefinieerd zijn. Ik kan ook niet aanvaarden dat de controlemechanismen die ingebouwd zijn om misbruiken van de wet tegen te gaan, in de praktijk compleet ontoereikend zijn. Net omdat het over het levenseinde gaat van een patiënt en euthanasie een onomkeerbaar proces is, moet de drempel voor de toepassing van euthanasie hoog liggen. Het feit dat 65 professoren, psychiaters en psychologen op het terrein aan de alarmbel trekken, is voor mij een duidelijk signaal dat de bestaande euthanasiewet een grondige evaluatie verdient. Dit signaal niet oppikken, zou getuigen van ideologische struisvogelpolitiek.

Onze partners