Ivan Van de Cloot
Ivan Van de Cloot
Hoofdeconoom bij het Itinera Institute en executive professor aan de Antwerp Management School.
Opinie

10/08/17 om 14:49 - Bijgewerkt om 17:57

'Hoe gaan we goed om met buitenlandse investeringen die onze nationale veiligheid raken?'

'De overheid maakt best snel werk van een Belgische strategie rond economische veiligheid', schrijft Ivan Van de Cloot van denktank Itinera.

'Hoe gaan we goed om met buitenlandse investeringen die onze nationale veiligheid raken?'

© Internet

Na de zomer van 2016 sloeg de hele Wetstraat ineens aan het hyperventileren. Aanleiding was dat het Chinese State Grid een belang van 14% in het distributiebedrijf Eandis wilde nemen Achteraf bleek vooral dat er iets niet klopte met de voorwaarden van het bod. De Chinezen betaalden maar voor 14% maar kregen in bepaalde scenario's een de facto blokkeringsmacht. In december van 2016 was er dan de overnamepoging van PostNL door de Belgische post en het ontsporen ervan na heel wat ophef. Minister Alexander de Croo maakte gewag van "Russische toestanden in de Nederlandse politiek". De Nederlandse minister van Economie Henk Kamp zei toen dat als PostNL door Bpost zou worden overgenomen, hij het postcontract inzake universele dienstverlening zou afnemen. Exit Bpost. Ondertussen hebben we president Donald Trump die met 'America First' een beleid hanteert dat regelrecht protectionistisch is vanuit het excuus van nationale veiligheid.

Veiligheidsbelangen

Nogal wat landen hebben ondertussen een strategie inzake economisch beleid gericht op nationale veiligheid ontwikkeld. De regels van de Europese Unie laten onder bepaalde voorwaarden daar ook ruimte voor, indien het tenminste echt gaat over veiligheidsbelangen. Risico's voor de nationale veiligheid kunnen ontstaan door buitenlands aandeelhouderschap. Zo kan vertrouwelijke informatie stromen naar de aandeelhouder maar ook daden gesteld worden die allesbehalve onschuldig zijn. Denk maar aan vitale infrastructuur zoals waterdistributie, elektriciteit of luchthavens.

Delen

'Hoe gaan we om met buitenlandse investeringen die onze nationale veiligheid raken?'

De landen die de stap maken naar het formaliseren van een economisch veiligheidsbeleid hanteren dan ook objectieven zoals continuïteit van vitale processen, de integriteit van informatie en het functioneren van de democratische rechtsorde. Het is niet moeilijk voor te stellen hoe strategische of gevoelige technologische kennis ongewenst in buitenlandse handen kan verzeilen. Het is echter ook evident dat heel wat landen dit beleid als een schaamlapje gebruiken om hun markt af te schermen of nationale kampioenen te ondersteunen. Frankrijk levert hiertoe aan de lopende band illustraties op waarbij slechts half ironisch gezegd wordt dat Danone onder de Franse nationale veiligheid valt.

Open economie versus veiligheid

Hoe gaan we echter goed om met buitenlandse overnames en investeringen die onze nationale veiligheid raken? Voor een handelsnatie als België gaat het over een evenwichtsoefening tussen veiligheidsbelangen en het belang van een open economie en aantrekkelijk investeringsklimaat. Principes die daarbij gehanteerd dienen te worden betreffen voorspelbaarheid en proportionaliteit. Met het oog op rechtszekerheid voor investeerders gaat het erover om toetsingscriteria binnen een procedure te codificeren en te publiceren. Inclusief strikte termijnen die effectief toegepast worden. Iets waar opnieuw Frankrijk bijvoorbeeld laks mee omspringt.

Een erg belangrijk principe is natuurlijk ook dat van proportionaliteit waarbij voor minder ingrijpende alternatieven gekozen wordt indien deze beschikbaar zijn. Het tegenhouden van de investering is een maatregel die pas in laatste instantie aan bod mag komen. Een belangrijke vraag is of bij de criteria ook de oorsprong van de investering wordt gehanteerd. Wat met investeringen uit Iran, Saoedi-Arabië of China? Nogal wat landen hanteren inderdaad criteria rond wie de uiteindelijke eigenaar is en of er een link is met een buitenlandse overheid. Als we spreken van een privatisering of liberalisering van een Belgische activiteit, is het minstens paradoxaal als de overnemer dan een tussenpersoon blijkt te zijn van een buitenlandse overheid.

Om dit allemaal rigoureus toe te passen, hanteren vele landen een sectorspecifieke aanpak. Het is evident dat je anders omspringt met buitenlandse investeringen in de sector van defensie, (lucht-)havens, elektriciteit en olie-en gasindustrie. Indien het veiligheidsbelang te vitaal is, dan blijft overheidseigendom als optie. Men moet zich ook niet blindstaren op de weg van aandeelhouderschap als piste want die blijft omslachtig, duur en zichtbaar in tegenstelling met bedreigingen zoals cyberspionage. Maar een Belgische strategie rond economische veiligheid dringt zich eveneens op.

En tegelijkertijd moet vermeden worden dat dit verglijdt via argumenten inzake economisch patriottisme naar regelrecht protectionisme. Het zwaaien met argumenten van nationale veiligheid kwam grote lidstaten altijd al van pas. In het Verenigd Koninkrijk is er zowel een maatschappelijk debat geweest bij een Franse investering in de Hinkley Point kerncentrale in Somerset als bij de overname van chocoladebedrijf Cadbury door Kraft Foods. Bij de overnamedreiging van het Britse farmaceutische bedrijf AstraZeneca door Pfizer werd er nog verwezen naar de Europese Commissie. Voor Groot-Brittannië is dit met de Brexit helemaal verleden tijd maar de praktijk wijst uit dat grote lidstaten nauwelijks nog gelegen laten liggen aan wat Brussel hiervan denkt.

Onze eigen officiële instanties moeten zelf hun verantwoordelijkheid in deze materie opnemen. Te vaak moet het eerst verkeerd lopen en wordt er dan maar naar een zondebok gezocht. Vandaag zijn er geïsoleerde maatregelen die vaak historisch gegroeid zijn zoals de eigendomsstructuur van havens of veiligheidssystemen voor de chemische industrie. We moeten echter ook nadenken over nieuwe uitdagingen zoals datacentra waar bijvoorbeeld overheidsinformatie wordt opgeslagen. Allerlei nieuwe bedrijven werken met gevoelige technologische kennis en systemen waar de persoonsgegevens van onze burgers opgeslagen worden, zijn legio. Moest het betaalverkeer staken, dan zouden de gevolgen ook onoverzichtelijk zijn. Waar het ons typisch aan ontbreekt is coherentie. Laten we hopen dat onze overheid het inzicht heeft om een echte strategie rond economische veiligheid te ontwikkelen.

Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom Itinera Institute en executive professor Antwerp Management School.

Onze partners