Michel Maus
Michel Maus
Advocaat en hoogleraar fiscaal recht aan de VUB
Opinie

28/01/14 om 11:22 - Bijgewerkt op 26/03/14 om 08:27

Hoe de zesde staatshervorming de fiscale verkiezingsprogramma's lamlegt

Volgens fiscaal expert Michel Maus zijn de fiscale verkiezingsprogramma's waardevolle voorstellen. Hij ziet echter twee problemen: de onduidelijkheid over de financiering en de verlammende werking van de fiscale autonomie uit de zesde staatshervorming.

Hoe de zesde staatshervorming de fiscale verkiezingsprogramma's lamlegt

Wouter Beke (CD&V), Wouter Van Besien (Groen), Gwendolyn Rutten (Open VLD), Bart De Wever (N-VA) en Bruno Tobback (SP.A) © .

In de aanloop naar de verkiezingen wordt het stilaan duidelijk dat de fiscaliteit en meer bepaald de belastingdruk op arbeid een zeer centraal verkiezingsthema zal worden. De politieke partijen zijn dan ook druk bezig met het slijpen van hun fiscale potloden. Dat is natuurlijk volkomen terecht. De absurd hoge arbeidsfiscaliteit is een rem voor de consumptie en voor de werkgelegenheid in ons land en zorgt hoe langer hoe meer voor cruciale problemen op het vlak van de economische concurrentiekracht. De politiek heeft de boodschap eindelijk begrepen zo lijkt, en dus vliegen de fiscale voorstellen ons de laatste weken om de oren.

N-VA: De fiscale korf

NV-A heeft de spits afgebeten met het voorstel om in de Personenbelasting om de 40%-schijf te verbreden, zodat enkel grootverdieners met een inkomen van meer dan 50.000 euro tegen 50% worden belast. De kostprijs daarvan wordt op kruissnelheid geraamd op 1,2 miljard euro. Daarnaast wil de N-VA aan 'werkenden' een 'korf voor belastingaftrekken en -verminderingen' aanbieden waarmee ze tot een bepaald bedrag zelf zullen kunnen beslissen voor welke aftrekken ze opteren. Jongeren kunnen bijvoorbeeld voor een hoge hypothecaire aftrek kiezen, terwijl ouderen voor een hogere fiscale aftrek voor pensioensparen kunnen opteren. De fiscale korf zal eveneens 1,2 miljard euro kosten.

Open VLD: 5-5-5

De tweede in de rij was Open VLD die het voorstel lanceerde om de schijven van de personenbelasting te hervormen. Momenteel kent de personenbelasting een progressief schijfsysteem waarbij het inkomen wordt opgedeeld in 5 schijven met afzonderlijke tarieven die oplopen van 25% tot 50% (voor het deel van het inkomen boven 37.330 euro). Open VLD stelt voor om op termijn nog slechts twee tarieven te behouden, een tarief van 25% op de eerste schijf van het inkomen tot 19.810 euro, en een tarief van 45% op het inkomen boven 19.810 euro. De kost van die hervorming wordt op 5 miljard euro geraamd.

Groen en CD&V: de belastingvrije som

Groen en CD&V van hun kant deden dan weer het voorstel om de 'belastingvrije som' te verhogen. Elke belastingplichtige in de personenbelasting heeft recht op een belastingvrij deel van zijn inkomen. Dit deel bedraagt momenteel 6.990 euro. CD&V stelde voor om deze belastingvrije som voor elke belastingplichtige op te trekken tot 9.800 euro wat een kostenplaatje heeft van 3,29 miljard euro.

SP.A: Werkbonus

De laatste in de rij is voorlopig de SP-A. Deze partij wil de 'werkbonus', een mechanisme waardoor lage en modale lonen minder eigen sociale bijdragen betalen, versterken bij elke tweede indexering van de lonen. Iemand met een nettoloon van 1.500 euro krijgt er dan op jaarbasis 720 euro bij, tegenover 300 euro vandaag. Geraamde kostprijs: 3 miljard euro.

Conclusie: onduidelijkheid over de financiering

Dit zijn allemaal zeer waardevolle voorstellen, die echter één negatief kantje gemeen hebben, met name dat ze uitblinken in onduidelijkheid over de financiering. Geen enkele van de voorgestelde maatregelen kan worden gerealiseerd zonder een (para)fiscale compensatie en hieromtrent blinken de politieke partijen uit in vaagheid. Het zoeken van middelen in het besparen op de overheid, het bestrijden van de fraude, het verschuiven van belastingdruk van arbeid naar vermogen, ecologie en consumptie: mij allemaal niet gelaten, maar ik wil concreet zien hoe de politieke partijen dit willen tot stand brengen zodat het realistisch karakter van de voorstellen door de kiezer kan worden beoordeeld.

De boemerang van de zesde staatshervorming

Het feit dat de politieke partijen zo onduidelijk blijven, toont aan dat dit geen evidente zaak is, te meer daar dit proces nu ook nog eens wordt gehypothekeerd door onze fantastische staatshervorming. Iedereen met wat fiscaal verstand beseft maar al te goed dat we geen andere keus hebben dan de Europese aanbeveling te volgen en onze fiscale lasten op arbeid te verlagen en te compenseren met een hogere belastingdruk op consumptie, vermogen en ecologie. Ook de politici beseffen dat. In TerZake liet CD&V-voorzitter Wouter Beke al weten dat hij voor de financiering van het CD&V-voorstel dacht aan een verschuiving van de belastingdruk van arbeid naar consumptie.

Dit lijkt logisch, maar zorgt voor onvermijdelijke perverse fiscale effecten als gevolg van de staatshervorming. Op zich is er niets tegen het voorstel om de personenbelasting te verlagen en dan extra middelen te gaan zoeken in een belasting op vermogen, consumptie of in ecologie. Alleen: dat werkt niet voor de burger. Met de staatshervorming werd immers beslist om de dotaties aan de gewesten af te schaffen en te vervangen door gewestelijke opcentiemen op de personenbelasting. De gewesten krijgen met andere woorden geen centen meer van de fiscale overheid, maar moeten zelf aan centen geraken door een aanvullende belasting te heffen op de federale personenbelasting, net zoals ook de gemeenten dat moeten doen.

Tax shift

Indien de politieke partijen deze personenbelasting nu willen verlagen door in te spelen op de fiscale druk op arbeid, dan zal dit in de eerste plaats leiden tot een lagere federale personenbelasting. Op het federaal niveau kan dat dan worden gecompenseerd met een 'tax shift' naar andere belastingen om het geheel budgettair in evenwicht te houden. Maar een lagere federale personenbelasting betekent ook een lagere grondslag voor de toepassing van de aanvullende belasting van de gewesten en de gemeenten op deze personenbelasting.

Met andere woorden: indien de gewesten en de gemeenten evenveel inkomsten willen behouden, dan zullen zij geen andere keus hebben dan hogere aanvullende belastingen te gaan heffen op de federale personenbelasting. Dit zal voor een perverse hefboom zorgen waardoor de verlaging van de federale personenbelasting regionaal en lokaal wordt gecorrigeerd en eigenlijk wordt teniet gedaan. Indien men rekening houdt met de federale compensatie richting consumptie en ecologie zal dat allicht zelfs leiden tot een hogere globale belastingdruk.

De fameuze fiscale autonomie als gevolg van de staatshervorming zal hier dus verlammend werken, en dat pervers effect is duidelijk niet doorgedrongen bij de politieke architecten van de staatshervorming. Ik ben razend benieuwd hoe men dit probleem gaat omzeilen. En vergeet niet beste politici: hope is not a strategy.

Onze partners