'Het debat op Twitter is om te huilen'

27/01/15 om 12:31 - Bijgewerkt op 28/01/15 om 09:14

Ze zouden een aanwinst zijn voor het parlement, maar zitten veilig verscholen achter de schermen: Matthias Somers als medewerker van Freya Van den Bossche (SP.A), Michaël Devoldere als medewerker van Ben Weyts (N-VA). Knack bracht hen samen voor een discussie over media en vrije meningsuiting.

'Het debat op Twitter is om te huilen'

Matthias Somers (links) en Michaël Devoldere. © Saskia Vanderstichele

Matthias Somers (31) is een persoonlijke medewerker van Freya Van den Bossche, Vlaams Parlementslid voor de SP.A. Michaël Devoldere (26) werkt op de communicatiedienst van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). Somers is filosoof van opleiding, Devoldere is historicus. Ze zijn nog erg jong en volslagen onbekend. Behalve dan op Twitter, waar ze actief deelnemen aan het maatschappelijke debat - al zijn ze van de kwaliteit van dat debat niet onder de indruk. Neem nu het debat over Charlie Hebdo.

Matthias Somers: Ach. We hebben een paar dagen geroepen dat we allemaal Charlie zijn, en dan was het weer tijd voor het volgende onderwerp. Zo gebeurt het heel vaak. We komen meestal niet verder dan een paar slogans. En iedereen heeft de waarheid in pacht, ook als die waarheid in tegenspraak is met de feiten. Neem nu de discussie op Twitter: iemand zegt iets, je weet op voorhand wat de reacties zullen zijn. En daaruit zou dan moeten blijken hoe levendig het debat in onze democratie is. Het is om te huilen.

Michaël Devoldere: Ja, maar wie zit er nu in godsnaam ook op Twitter? Nul komma vijf procent van de bevolking? Het hart van Vlaanderen klopt niet op Twitter.

Somers: Maar ook in het Vlaams Parlement wordt de grootste onzin verkocht. Tijdens het debat over de begroting vergeleek Bart Somers ons land onlangs met Spanje en Griekenland. Onbegrijpelijk. Ofwel weet hij dat die vergelijking niet opgaat en dan is hij leugenachtig. Ofwel weet hij niet waarover hij praat, en dat is zo mogelijk nog erger. En dat wordt dan in het Vlaams Parlement bejubeld als een goed debat.

Devoldere: Het publiek debat in Vlaanderen stelt sowieso niet veel voor. Voor een hoogstaander debat heb je volgens mij een grotere democratie nodig. In Nederland ligt het niveau hoger. Ik lees De Groene Amsterdammer, en ik ken in Vlaanderen geen enkele publicatie die dat niveau haalt. En de NRC speelt ook een paar klassen hoger dan De Standaard of De Morgen.

Wat is er beter aan die Nederlandse kranten?

Devoldere: In de NRC wordt nog een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten en opiniëring. In Vlaanderen hebben alle kranten dat met elkaar vermengd. Ik heb liever gortdroge feiten aan de ene en persoonlijke duiding aan de andere kant.

Somers: Mijn favoriete Vlaamse krant is vandaag De Tijd, die lees ik het meest. Het is een zakenkrant, dus je kent van tevoren de insteek waarmee hij gemaakt wordt. Dat vind ik een voordeel. Van mij mag ook een krant als De Morgen gerust weer een duidelijker links profiel krijgen.

Devoldere: De echt partijdige media in Vlaanderen zijn verdwenen. Maar ik vrees dat het vandaag veel erger is. De meeste kranten brengen gewoon het verhaal van de dag. Je ziet voortdurende dezelfde verhalen en dezelfde invalshoeken terugkomen. De dag na de aanslagen was iedereen Charlie. Nog een dag later lees je stukken waarin wordt uitgelegd waarom we toch niet zo Charlie zijn. Je kunt het zo voorspellen.

Somers: Dat is inderdaad jammer. Wat ze brengen en hoe ze het brengen, wordt veel te nadrukkelijk bepaald door hoe ze het de dag voordien op Twitter hebben gezien.

Devoldere: En ze laten zich alles voorkauwen. Als de oppositie opsomt wat de regering een gemiddeld gezin kost, nemen alle kranten dat klakkeloos over. Of het klopt of niet, maakt niets uit. Als het maar een straffe titel en een mooie infografiek oplevert.

Somers: Er wordt te weinig aan factchecking gedaan. Als de regering een dag later met haar eigen rekening komt, wordt ook die gewoon overgenomen. In plaats van eens uit te zoeken hoe het werkelijk zit.

Onze partners