'Het biermuseum hoort in Leuven'

13/06/12 om 15:24 - Bijgewerkt om 15:24

Ze omschrijven zichzelf als een consumentenorganisatie ter promotie van de Belgische bieren, maar onder die wat droge kurk parelt een lekker product: de Leuvense Biertherapeuten (LBT) zijn gedreven én onderlegd. Deze week in een Knack Extra met een stevige schuimkraag.

'Het biermuseum hoort in Leuven'

'De mensen vervallen snel in vaste gewoontes, maar wij laten hen kennismaken met andere dan de gebruikelijke bieren', zegt LBT-voorzitter Steven Vermoere. 'We organiseren proeverijen, bierfestivals, spreekbeurten, en we geven advies aan de horeca, totaal onafhankelijk van de brouwers. Noem ons maar een consumentenorganisatie.'

De LBT maken deel uit van Zythos, de koepel van 37 gelijkaardige bierverenigingen. De term 'zythos' komt van het Griekse woord voor afkooksel van gerst. Luc Smekens is lid van de LBT en schuift mee aan tafel om de visie van Zythos te vertegenwoordigen. 'De promotie van het Belgisch bier staat centraal', zegt hij. 'Organisaties als het KVLV bijvoorbeeld vragen ons geregeld om voordrachten of proeverijen te houden. En dan bestellen ze achteraf aan de toog een Stellake. (lacht) Dat is weleens frustrerend, maar we proberen eraan te werken.'

Steven Vermoere: Er zijn honderden bieren in België, maar ze raken nergens op de kaart. De sector is in handen genomen door een tiental grote spelers, die eigenlijk bepalen hoe de markt eruitziet. De kleintjes ertussen wringen is moeilijk.

Luc Smekens: Een café is vaak gebonden aan een brouwerij en mag dan alleen de bieren van die brouwerij schenken. Nu, in België is flessenbier vrij, dus elk café mag flessenbier van om het even welk merk schenken. In theorie! De praktijk is heel anders: 'Je mag dat doen, hé, maar...' Er is altijd die 'maar'. Er zijn een paar uitzonderingen: Duvel vind je bijna overal, omdat er zoveel vraag naar is, en de trappisten ook.

Vermoere: Dat zijn dan ook heel sterke merken. Maar andere bieren die ook willen groeien, hebben het in België enorm moeilijk. Nu, de meeste kleine brouwers klagen niet, hoor. Integendeel, ze kunnen niet volgen, door de export. De markt voor speciaalbieren is geboomd.

Smekens: De Belg drinkt na twintig jaren van dalende cijfers eindelijk weer meer bier. Een halve liter per hoofd slechts, maar het is toch een halve liter. En als je ziet wát er meer gedronken wordt: dat zijn allemaal speciale bieren. Een dubbele plus voor ons dus. Met andere woorden: we doen ons werk best goed - maar wij niet alleen, hoor.

Een apart probleem vormen de etiketbieren.

Vermoere: Het is eigenlijk simpel. Stel dat jij, van Knack, zegt: wij willen voor die of die gelegenheid een bier uitbrengen maar er geen moeite in steken. En je wilt geen 3000 liter, wat net een ketel is, maar slechts 75. Dan zegt de brouwer: breng de etiketten binnen, ik heb nog een brouwsel staan en ik plak die erop. Dus heb je een brouwsel dat gebruikt wordt voor één bier en nog een ander, en nóg een ander... Resultaat: het moederbier, zoals dat heet en zoals dat officieel wordt verkocht in de brouwerij, duikt in tal van andere merken en bieren op.

Smekens: Vaak nog goedkoper ook, raar maar waar. Soms gaat dat veel verder: neem de eindcorrectiebieren, bieren die niet honderd procent verschillen. De brouwer zegt op het einde: nu doe ik er nog wat bitterstoffen bij, of ik ga wat accentueren, wat druppeltjes van dit of dat. Het hele brouwproces loopt gelijk en pas bij het afvullen gaan ze er nog wat aan sleutelen, zodat die bieren heel erg gelijkend zijn. Vroeger deed AB Inbev dat met de Hoegaarden Grand Cru en de Leffe Tripel. Die bieren lagen heel dicht bij elkaar. Als je nu een Vieux Temps of een Horse-Ale of een Ginder Ale drinkt, je gaat daar nauwelijks verschil in proeven want het basisbrouwsel is hetzelfde. Zijn dat etiketbieren? Wat is dan het moederbrouwsel? Dat is niet meer te achterhalen. Zij beweren bij hoog en bij laag dat het aparte brouwsels zijn, maar dat is onzin. Waarom zouden ze dat ook doen als het zo eenvoudiger en goedkoper is? Voor hen is elke cent een cent.

Vermoere: Er is op zich ook niks tegen etiketbieren, maar als consumentenorganisatie zeggen wij: zet alsjeblieft het moederbier op het etiket.

Hoe is jullie relatie met de beroepsvereniging Belgische Brouwers en Sven Gatz?

Smekens: We dienen hetzelfde doel: bier populair maken. De manier waarop hij dat doet, is anders. Hij moet trachten de grote brouwers nog groter te maken en de kleintjes daarin mee te trekken. Wij zeggen: de grote zijn al groot genoeg. Maar Sven Gatz is toch al begonnen met kleine brouwers tot de federatie toe te laten, aan een lager lidgeld zelfs. Het probleem is dat meer dan de helft van alle lidgelden uit één bedrijf komt. Natuurlijk dat Gatz het voor elkaar krijgt om een biermuseum in het Brusselse beursgebouw te huisvesten, als de grootste brouwer het steunt. Maar die zit wel in Leuven, hé. Dat museum had híér moeten komen, in het Tafelrond op de Grote Markt of zo.
Waarom is Leuven de echte bierstad? Toch niet vanwege AB Inbev?

Vermoere: In het Hageland vind je een grotere concentratie aan brouwers dan eender waar.

Smekens: In heel Vlaams-Brabant in feite, want in het Pajottenland zitten de geuzebrouwers. En wat is de hoofdstad van Vlaams-Brabant? Leuven. In Brussel zitten maar een paar brouwers.

Peter Mangelschots

Het volledige interview leest u deze week in Knack Extra, een heel nummer over bier. Gratis bij Knack.

Onze partners