Matthias Somers (SP.A)
Matthias Somers (SP.A)
Parlementair medewerker van Freya Van den Bossche. Hij stond op de Europese lijst van SP.A bij de laatste verkiezingen.
Opinie

29/09/15 om 06:32 - Bijgewerkt op 26/10/15 om 15:16

'Het beleid dat de Vlaamse Regering voert contrasteert scherp met wat 'Visie 2050' uitdraagt'

'Moeten we Visie 2050 maar meteen de vuilnismand in gooien', vraagt Matthias Somers (SP.A) zich af in het Schaduwparlement. Hij staat stil bij een aantal tegenstrijdigheden in de langetermijnplannen van de Vlaamse Regering.

'Het beleid dat de Vlaamse Regering voert contrasteert scherp met wat 'Visie 2050' uitdraagt'

Geert Bourgeois (N-VA) © BELGA

Hoe zal de samenleving in Vlaanderen er in 2050 uitzien, en hoe moeten we ons daarop voorbereiden? - dat is de vraag die de Vlaamse Regering zich stelde en die *Visie 2050* zou moeten beantwoorden. Het ambitieuze doel is méér zijn dan nog maar eens een brei van zoemwoorden, sneller vergeten dan geschreven. Het moet het beleid van deze én van de komende Vlaamse Regeringen schragen, het moet een beeld scheppen waarop het beleid zich blijvend kan richten en waaraan het zich blijvend kan toetsen: hoe brengt dit de samenleving zoals we ons die dromen in 2050 dichterbij?

Delen

'Het beleid dat de Vlaamse Regering voert contrasteert scherp met wat 'Visie 2050' uitdraagt'

Niets op tegen. Al had het geen kwaad gekund, als het werkelijk de bedoeling is dat deze visie niet alleen het beleid van de huidige regering moet begeleiden, maar ook die van komende regeringen, van welke kleur ook, om ook andere partners al van bij het begin van het project te betrekken. Participatief Vlaanderen, waar de burger een zeg heeft in hoe de samenleving er moet uitzien? Wij orakelen van bovenaf hoe het zal zijn. Betrokkenheid van burgers bij het inkleuren van dit toekomstbeeld? Nul. Middenveldorganisaties? Niet gehoord, nergens voor nodig. Hoe kan je dan de pretentie hebben een visie naar voren te schuiven die werkelijk langer dan één legislatuur gedragen moet worden door een toevallige coalitie? Hoe kan je dan werkelijk verwachten dat het langer dan twee jaar misschien, eventueel, een leidraad kan zijn voor het beleid?

Delen

'Als het deze regering ernst is met *Visie 2050* die ze met zoveel trots presenteerde, kan ze dan anders dan Uplace definitief begraven?'

En zelfs dat is het niet. Het beleid dat diezelfde Vlaamse Regering voert contrasteert immers scherp met wat *Visie 2050* uitdraagt. Neem bijvoorbeeld het hoofdstuk over ruimtelijke ordening, een hoofdstuk dat getuigt van inzicht en ambitie. Alleen... Wéét de bevoegde minister van het bestaan hiervan? Heeft Joke Schauvliege er ook maar een letter van gelezen? Slaat ze er *Visie 2050* op na bij het uitstippelen van haar beleid, of was het niet meer dan bezigheidstherapie voor haar administratie, niet iets waar zij zich verder ook maar iets aan gelegen moet laten? Eén enkel citaat:

"Zorgen voor levendige steden en gemeenten is essentieel. Vandaag is er een druk op de kleinhandel in de stads- en dorpskernen, waardoor daar leegstand ontstaat. Dat gebeurt door de aangroei van het aantal baanwinkels of door grootschalige winkelcentra, die bovendien moeilijk bereikbaar zijn vanuit het oogpunt van mobiliteit."

Zei daar iemand Uplace? Als het deze regering ernst is met *Visie 2050* die ze met zoveel trots presenteerde, kan ze dan anders dan Uplace definitief begraven? Of moeten we Visie 2050 maar meteen de vuilnismand in gooien?

Een fundamenteler probleem met *Visie 2050* is echter dat het doel en middel lijkt om te wisselen. Het doel zou moeten zijn: een samenleving waarin het goed leven is - waarbij men dan kan discussiëren over hoe zo'n 'goede samenleving' er precies uitziet. Een middel om te komen tot zo'n samenleving is een bloeiende economie. Maar deze relatie van middel en doel lijkt de Vlaamse Regering volkomen uit het oog verloren.

Delen

'Wat is er aan de hand wanneer iemand zich genoodzaakt voelt om het streven naar een goede waterkwaliteit te verdedigen met het argument dat het nodig is om buitenlandse firma's aan te trekken?'

De passage over waterkwaliteit in Vlaanderen bijvoorbeeld is bijzonder frappant; het is een klein voorbeeld, een quasi onbeduidende passage in het geheel, maar net daarom revelerend, omdat hierin de hele visie achter *Visie 2050* tot uiting komt. Terecht hamert *Visie 2050* op het belang van een goede waterkwaliteit. Niet, echter, omdat heldere beken en schone rivieren een goed op zich zouden zijn: neen, Vlaanderen moet streven naar zuiver water want een goede waterkwaliteit is goed voor het toerisme (ka-tsjing!) en "belangrijk om buitenlandse bedrijven aan te trekken" (ka-tsjing! ka-tjsing!). Deze kleine passage is revelerend, want, wat is er in godsnaam aan de hand wanneer iemand zich genoodzaakt voelt om het streven naar een goede waterkwaliteit te verdedigen met het argument dat het nodig is om buitenlandse firma's aan te trekken? Wat is er aan de hand wanneer een goede leefomgeving alleen een na te streven goed is omdat het een economisch nut heeft, omdat het opbrengt? Wat staat ten dienste van wat?

Het antwoord van *Visie 2050* is duidelijk: Onderwijs staat in het teken van de arbeidsmarkt, onderzoek dient tot bedrijfstoepassingen te leiden, en zelfs ons water is er voor buitenlandse firma's. Of nog: de samenleving, de mens in die samenleving, en de ruimte waarin die samenleving is ingebed, staan ten dienste van de economie. En niet andersom. Dat is *Visie 2050*, de visie van deze Vlaamse Regering.

Onze partners