Half zoveel winterganzen als in doorsnee winter

13/01/12 om 14:33 - Bijgewerkt om 14:33

(Belga) Er zijn dit jaar in de Oostkustpolders maar half zoveel kleine rietganzen en kolganzen geteld als tijdens normale winters. "Een duidelijk gevolg van de zachte winter", zegt professor dr. Eckhart Kuijken. "Het aantal overwinterende kolganzen daalt de laatste tien jaar en na een stabilisatie is er sinds kort ook een afname van het aantal overwinterende kleine rietganzen."

Kuijken en zijn collega-ornithologen telden zowat 25.000 kleine rietganzen in de Oostkustpolders. Tijdens normale winters zijn dat er ongeveer 35.000. Er werden ook maar de helft zoveel kolganzen geteld. "Vorig jaar werden recordaantallen waargenomen, maar toen was het een uitzonderlijk strenge winter", aldus Kuijken. "Tot onze verbazing zijn de kleine rietganzen sinds deze week bijna allemaal vertrokken. Normaal blijven die tot eind januari." Kleine rietganzen, waarvan de populatie in Spitsbergen op 70.000 wordt geschat, zijn bijzonder plaatstrouw en komen enkel in de Oostkustpolders voor. "De laatste tien jaar merken we een stabilisatie van hun aantal, omdat ze sedert 1999/2000 meer in Denemarken blijven overwinteren. Sinds kort is er een dalende trend", luidt het. De naar schatting 12.000 overwinterende kolganzen in de Oostkustpolders maken maar de helft uit van een doorsnee winterpopulatie van deze soort. "Of er ook in Antwerpen-Linkeroever, de IJzervallei, het Meetjesland en de Grensmaas kleinere aantallen zijn, moet nog afgewacht worden. Kolganzen zijn zeer mobiel en reageren snel op veranderende weersomstandigheden. Vanaf 1999/2000 stellen we wel een duidelijk dalende trend van het aantal overwinterende kolganzen vast, met enkel uitschieters in harde winters." (KAV)

Onze partners