Grondwettelijk hof verwerpt beroep tegen btw-plicht notarissen

14/11/12 om 16:45 - Bijgewerkt om 16:45

(Belga) Het grondwettelijk hof heeft het beroep verworpen dat een aantal notarissen had ingediend tegen de beslissing van de regering om hun beroep aan de belasting op toegevoegde waarde te onderwerpen.

Bij de opmaak van de begroting van 2012 had de federale regering beslist om de circa 1.500 notarissen in het land te onderwerpen aan een normaal btw-tarief van 21 procent. België was één van de laatste Europese landen waar juridische beroepen nog steeds vrijgesteld waren van btw. Dat blijft het geval voor advocaten. Verscheidene notarissen protesteerden tegen het verschil in behandeling. Volgens hen bestaat er geen redelijke verantwoording voor het verschil en schendt de beslissing het non-discriminatiebeginsel. Ze menen dat de uitzondering voor advocaten verklaard kan worden door de invloed van deze beroepscategorie in het politieke milieu. De ministerraad bracht dan weer in dat beide beroepsgroepen qua taken, beroepsorganisatie, deontologie en toegang tot het beroep duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. De ministerraad kreeg daarbij steun van de Orde van Vlaamse Balies. Het grondwettelijk hof geeft de ministerraad gelijk. Volgens het hof kan niet worden besloten "dat de bestreden maatregel discriminerend zou zijn, vermits de beleidskeuzen van de wetgever, alsook de motieven die daaraan ten grondslag liggen, inzonderheid wat de toegang tot het gerecht betreft, niet kennelijk onredelijk zijn en evenmin op een manifeste vergissing berusten". Het hof onderstreept wel dat de doelstelling van de regering om middelen voor de schatkist te genereren en Europese harmonisering na te streven nog beter nagestreefd kan worden indien de btw-plicht ook voor advocaten zou gelden. Dat voorstel ligt intussen ook op tafel op het begrotingsconclaaf van de regering. (DLA)

Onze partners