Grondwettelijk Hof hekelt onderscheid in Brusselse milieueffectenstudies

16/03/12 om 18:56 - Bijgewerkt om 18:56

(Belga) Volgens het Grondwettelijk Hof gaat het Brussels gewest in de fout bij het gemaakte onderscheid tussen projecten met mogelijk belangrijke effecten op het leefmilieu. Door dat onderscheid bestaat de kans dat sommige projecten kunnen ontsnappen aan een grondigere "effectenstudie", waardoor het gelijkheidsbeginsel in het gedrang komt.

De zaak in kwestie draait rond de toepassing van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening bij de zoektocht naar een nieuw bouwterrein voor de Solvay Business School. Voor projecten uit de ene bijlage van dat wetboek wordt "onweerlegbaar" aangenomen dat ze belangrijke gevolgen voor het leefmilieu hebben, waardoor een milieueffectenstudie nodig is. Andere projecten vereisen echter een effectenverslag en slechts in "uitzonderlijke omstandigheden" ook een studie. Er bestaat echter een verschil in procedurele waarborgen tussen verslag en studie. Zo moet enkel voor een effectenstudie een erkend, onafhankelijk en onpartijdig bureau tussenkomen. Voor een effectenverslag hoeft dat niet. Bovendien moet het publiek voor een verslag ook niet in dezelfde mate voorafgaand geraadpleegd worden. Volgens het Grondwettelijk Hof valt op voorhand echter niet uit te maken voor welke projecten alsnog een effectenstudie nodig is. De "uitzonderlijke omstandigheden" zijn onvoldoende gepreciseerd, luidt het. Daardoor zouden sommige projecten met mogelijk belangrijke milieugevolgen "kunnen ontsnappen aan de procedure die een effectenstudie vereist", besluit het hof in antwoord op een prejudiciële vraag. De regels zijn dan ook in strijd met de grondwet. (KAV)

Onze partners