06/02/14 om 10:38 - Bijgewerkt om 12:06

Graag de juiste Moesen-norm

Afremming van de overheidsuitgaven is absoluut noodzakelijk om de publieke financiën te saneren en de economie terug aan te zwengelen. N-VA gaat voor een nominale Moesen-norm.

De noodzakelijke verdere sanering van de publieke financiën zal in de discussies naar de verkiezingen van 25 mei eerstkomend voortdurend aan de orde komen. De Leuvense emeritus hoogleraar Wim Moesen kwam reeds jaren geleden met de idee om op een algemene basis tot een beperking van de overheidsuitgaven te komen. In de loop der tijden ontstond er enige verwarring of er nu met die zogenaamde Moesen-norm een reële dan wel nominale bevriezing van de overheidsuitgaven bedoeld werd.

Bij hantering van een reële Moesen-norm is het de bedoeling om de overheidsuitgaven over de ganse lijn met niet meer dan het percentage van de inflatie te laten stijgen. Bij een nominale Moesen-norm gaat het mes iets dieper en worden de overheidsuitgaven bevroren op het niveau van het referentiejaar. Bij een nominale Moesen-norm komt er dus geen enkele vorm van verhoging van de overheidsuitgaven, ook niet ter compensatie van de inflatie. Het spreekt voor zich dat een realistische toepassing van de nominale Moesen-norm wel degelijk moet voorzien dat het onvermijdelijk kan zijn om in bepaalde overheidsuitgaven toch een stijging toe te laten maar dan wel mits volledige compensatie elders.

Vandaag stelt Wim Moesen voor om gedurende twee jaar de overheidsuitgaven te bevriezen aan de hand van een reële Moesen-norm, dit wil zeggen de overheidsuitgaven enkel ten belope van de inflatie te laten stijgen. Op die wijze zal dan volgens de Leuvense emeritus hoogleraar het overheidstekort teruglopen tot 0,5% van het BBP tegen 2016. Het vertrekpunt is een deficit van 2,8% van het BBP in 2013 zoals voorspeld door de Nationale Bank.

Op basis van de gegevens inzake BBP en overheidsuitgaven enerzijds en de verwachtingen voor inflatie tot en met 2016 anderzijds blijkt echter dat een toepassing van de reële Moesen-norm een verbetering van het deficit met 1,4% van het BBP oplevert tegen 2016. Dat is dus exact de helft van wat we nodig hebben om te voldoen aan de vraag van Europa om tegen 2016 ons begrotingstekort volledig weg te werken. Passen we de nominale Moesen-norm toe, dan levert dat een vermindering van het begrotingsdeficit op gelijk aan 2,7% van het BBP waardoor inderdaad het begrotingstekort effectief zo goed als naar nul gebracht wordt tegen 2016.

Gegeven het bovengaande zal het geen verbazing wekken dat toepassing van de nominale Moesen-norm een hoeksteen is van het sociaal-economische verkiezingsprogramma waar de N-VA binnenkort mee naar buiten komt. Een tweede hoeksteen van dat programma zal erin bestaan om via verdere consistente toepassing van de Moesen-norm, gecombineerd met lastenverschuivingen in lijn met de aanbevelingen van de Europese Commissie, tot zowel loonlastenverlagingen als algemene belastingverlagingen te komen.

De discussie over de toekomst van onze economie wordt al te zeer verengd als men ze enkel stelt in termen van loonlastenverlagingen of niet. Ja, loonlastenverlagingen moeten, anders kan je bijvoorbeeld 2% groei sowieso vergeten. Maar de noodzakelijke loonlastenverlagingen dienen wel gecombineerd te worden met een doordacht beleid ter afremming van de overheidsuitgaven en structurele ingrepen in de werking van onze economie. Enkel zo kan de economische groei duurzaam aangewakkerd worden, zullen er terug jobs tot stand kunnen gebracht worden in de marktsectoren van de economie en ontstaan er ook voor de minst bedeelden binnen de maatschappij terug reële perspectieven.

Onze partners