Gewonnen rechtszaak tegen Chinese bank Ping An kostte België toch nog 3,5 miljoen euro

18/02/16 om 11:27 - Bijgewerkt om 11:27

Bron: Belga

(Belga) De rechtszaak die de Chinese verzekeraar Ping An tevergeefs had aangespannen in nasleep van de ontmanteling van Fortis heeft de Belgische staat niettemin 3,5 miljoen euro aan advocatenlonen gekost. Dat vernam PS-Kamerlid Gwenaëlle Grovonius vorige maand van financieminister Johan Van Overtveldt (N-VA). De PS waarschuwt dat het TTIP-vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS dergelijke zaken zal doen toenemen.

Gewonnen rechtszaak tegen Chinese bank Ping An kostte België toch nog 3,5 miljoen euro

Gewonnen rechtszaak tegen Chinese bank Ping An kostte België toch nog 3,5 miljoen euro © BELGA

Ping An stapte in november 2012 naar het scheidsgerecht van de Wereldbank na de nationalisering en verkoop van Fortis Bank aan BNP Paribas door de Belgische staat. Ping An eiste een schadevergoeding van 2 miljard euro voor de schade die het bedrijf toen leed. Het internationale arbitragehof verklaarde zich echter onbevoegd. "Voor de kosten van het scheidsgerecht betaalde de Belgische staat 300.000 dollar bij wijze van voorschot, waarvan ongeveer 150.000 dollar werd teruggestort", antwoordde Van Overtveldt op 12 januari in de Kamer aan Grovonius. "Voor de erelonen en de advocatenkosten werd een totaalbedrag van 3.555.000 euro betaald, waarvan 153.000 euro voor kosten en uitgaven." Grovonius spreekt van "indrukwekkende kosten". Het PS-Kamerlid waarschuwt bovendien dat het ging om een geschilprocedure tussen een investeerder en een staat. "Er kan gevreesd worden dat het aantal procedures voor dergelijke internationale rechtbanken zal toenemen ten gevolge van de verdragen die we zouden ondertekenen", zo verwijst ze onder meer naar TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU waarover nog volop onderhandeld wordt. (Belga)

Onze partners