Gemeentebelastingen blijven stabiel in verkiezingsjaar 2012

14/02/12 om 18:16 - Bijgewerkt om 18:16

(Belga) Voor het begrotingsjaar 2012 laten de meeste gemeenten hun tarieven van de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing ongewijzigd. Dat blijkt uit een rondvraag van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) bij alle Vlaamse gemeenten, zo meldt de VVSG dinsdag in zijn e-zine.

Op het vlak van de aanvullende personenbelasting (APB) behouden 303 van de 308 besturen hun tarief. De overige vijf (Bilzen, Geraardsbergen, Middelkerke, Sint-Gillis-Waas en Zelzate) voeren een belastingverlaging door. Hierdoor zakt het gemiddelde tarief tot 7,16 pct. Als er rekening wordt gehouden met het inwoneraantal per gemeente, dan bedraagt het gemiddelde APB-tarief 7,21 procent. De mediaan ligt op 8 procent. Wat de onroerende voorheffing (OV) betreft, zijn er zeven gemeenten die een verandering laten optekenen ten opzichte van 2011. Zes gemeenten (Diksmuide, Kortenberg, Kortessem, Nevele, Sint-Gillis-Waas en Tielt-Winge) voeren een belastingverlaging door, één bestuur (Wemmel) laat het OV-tarief licht stijgen. Dit levert een gemiddelde op van 1.340 opcentiemen. Gewogen op basis van het inwoneraantal, komt de VVSG uit bij een gemiddelde van 1.350 opcentiemen. Hier ligt de mediaan op 1.313 opcentiemen. Dat in totaal slechts tien gemeenten ten minste één van beide belastingtarieven in een verkiezingsjaar verlaagt, noemt de VVSG opmerkelijk. In het vorige verkiezingsjaar 2006 waren er drie keer zo veel besturen (36) die een belastingverlaging doorvoerden. De VVSG ziet hierin een bewijs van de beperkte budgettaire ruimte van die lokale besturen. De Vlaamse gemeenten halen gemiddeld 45 tot 50 procent van hun ontvangsten uit belastingen. Ongeveer vier vijfden van dat bedrag is afkomstig van de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing. (JDH)

Onze partners