Bart Denoodt
Bart Denoodt
CEO Steria
Opinie

21/09/14 om 08:10 - Bijgewerkt om 10:54

'Gelatenheid waarmee we de dagelijkse files trotseren, verwondert en ergert mij'

'De gelatenheid waarmee we de dagelijkse files trotseren, verwondert en ergert mij. Stilstaan is het nieuwe normaal geworden, en dat gaat ten koste van ons privéleven', schrijft CEO Bart Denoodt. Hij is met zijn bedrijf uit het centrum van Brussel weggetrokken omwille van het toenemende fileprobleem.

'Gelatenheid waarmee we de dagelijkse files trotseren, verwondert en ergert mij'

André, een van onze IT-specialisten, woont in de regio Mechelen. Hij heeft een bedrijfswagen om elke dag op tijd in onze kantoren in Watermaal-Bosvoorde te geraken. Geen sinecure in een land dat gebukt gaat onder de files. Aan het einde van de week had André bijna twee volledige werkdagen in zijn auto doorgebracht, vaak stilstaand of bumperrijdend. De situatie van André en vele andere van mijn collega's werd stilaan uitzichtloos. Er ging op die manier heel veel tijd verloren, en het beïnvloedde ook de werkkwaliteit, het werkplezier en het stressniveau. Er moest dringend iets gebeuren.

Een goed half jaar geleden namen we een drastische beslissing. We besloten om over te gaan tot een (gedeeltelijke) verhuis van onze kantoren van het nauwelijks bereikbare Watermaal-Bosvoorde naar een bedrijventerrein in Groot-Bijgaarden, aan de rand van Brussel. De kantoren in Watermaal-Bosvoorde zijn nog steeds in gebruik, maar André staat geen uren meer in de file en keert 's avonds als een ander mens weer naar zijn huis in het Mechelse.

Productiviteit gestegen

Zes maanden later merken we al de positieve impact van de verhuis op ons bedrijf en zijn medewerkers. Steria voerde een intern onderzoek uit waaruit blijkt dat het aantal sollicitaties vanuit Vlaanderen op korte tijd met 10 procent is toegenomen en dat de motivatie en de productiviteit van onze werknemers gevoelig is gestegen. Verder maken steeds meer medewerkers gebruik van de nieuwe kantoren in Groot-Bijgaarden, zowel de werknemers die van Gent en Antwerpen komen, als zij die uit Leuven en het Brusselse zelf komen. Wie van het zuiden van Brussel komt, blijft graag gebruik maken van onze kantoren in Watermaal-Bosvoorde.

De meest verrassende vaststelling uit ons intern onderzoek blijkt de tijd die wordt besteed in de wagen. Die daalde maar liefst met 50 tot 75 procent, afhankelijk van de woonplaats van de werknemer. Wie van Leuven komt, zag zijn reistijd verminderen van 1 uur naar een half uur. Werknemers uit Gent zaten 65 procent minder lang in de auto.

Privéleven

Door die efficiëntere tijdsbesteding verbeterde ook de work-life balance van onze medewerkers. Tot 10 procent van mijn collega's is bereid om zijn bedrijfswagen in te inleveren in ruil voor een zogenaamd mobiliteitsbudget, waarmee hij op basis van zijn eigen noden en behoeften bepaalt welke vervoersmiddelen hij wil gebruiken.

Delen

Gelatenheid waarmee we de dagelijkse files trotseren, verwondert en ergert mij

De gelatenheid waarmee we de dagelijkse files trotseren, verwondert en ergert mij. Stilstaan is het nieuwe normaal geworden, en dat gaat ten koste van ons privéleven. Nochtans is een vlotte mobiliteit een basisrecht. De nieuwe regeringen hebben de plicht om ervoor te zorgen dat we in dit land nog mogen en kunnen werken. Het gaat dan niet over een aantal noodoplossingen en wat gerommel in de marge, maar over echte structurele oplossingen. In Rotterdam, bijvoorbeeld, werd de Stichting Verkeersonderneming opgericht, een publiek-private samenwerkingsorganisatie waar de overheid, de bedrijfswereld en de Haven samen voorstellen uitwerken voor het oplossen van de fileproblemen en het bereikbaar houden van de havenstad.

Politieke daadkracht

De start van een nieuwe legislatuur kan ook bij ons de aanleiding zijn om een dergelijke privaat-publieke samenwerking op te richten. De doelstelling moet zijn om één globaal mobiliteitsplan te maken, niet per lokale entiteit, maar voor de ganse regio. Vlaanderen is tenslotte één grote stad, en de mobiliteit moet er in zijn totaliteit bekeken worden.

De invoer van het systeem van het mobiliteitsbudget is in theorie perfect mogelijk, alleen laat onze fiscaliteit op dit moment niet toe dit systeem op een flexibele manier toe te passen. Nu is de keuze van de bedrijfswagen, zowel voor de werkgever als voor de werknemer de meest voor de hand liggende incentive. Onnodig uit te leggen dat dit het fileprobleem in de hand werkt. Onze fiscale wetgeving moet in die zin aangepast worden dat de werknemer een grotere vrijheid krijgt bij het kiezen van andere vervoersmiddelen zonder dat hij financieel een nadeel heeft.

Er is hoe dan ook meer politieke daadkracht nodig. Er wordt gepalaverd, geadviseerd en geprocedeerd, maar nauwelijks iets beslist. Laten we hopen dat het niet al te laat is. Ik, en met mij veel anderen, verwachten van de politici een sterk mobiliteitsplan, waarin de dichtslibbende wegen én het openbaar vervoer worden aangepakt. Mobiliteit is wellicht dé grootste maatschappelijke én economische uitdaging voor de komende jaren.

Bart Denoodt, CEO Steria en ondervoorzitter van Agoria Brussel

Lees meer over:

Onze partners