Geen gemeentelijke opcentiemen op roerende voorheffing

23/12/11 om 17:01 - Bijgewerkt om 17:01

(Belga) De roerende voorheffing op rente-inkomsten of dividenden is niet onderhevig aan gemeentelijke opcentiemen. Dat benadrukte minister van Financiën Steven Vanackere vanmiddag tijdens het debat over de pensioenhervorming en de fiscale maatregelen in de plenaire Senaat op een vraag van Rik Daems (Open Vld). De Standaard meldde dat de roerende voorheffing door de gemeentelijke opcentiemen zou stijgen naar 22,5 procent, en niet naar 21 procent zoals de regering verklaarde, wat de minister in de hoge vergadering formeel ontkende.

Geen gemeentelijke opcentiemen op roerende voorheffing

De minister van Financiën herhaalde dat de staatsbon die dankzij de promotie door toenmalig premier Yves Leterme onderhevig is aan een gunstig tarief roerende voorheffing van 15 procent. Er is geen discriminatie omdat de wet niet spreekt van Belgische staatsbon, wat betekent dat hetzelfde tarief van toepassing is voor staatsbons die in dezelfde periode werden uitgeschreven en aangeschaft. Concreet werd toen ook een Italiaanse staatsbon uitgeschreven, aldus Vanackere. Hij wees er ook op dat ook de gehele opbrengst van spaarboekjes niet onderhevig is aan de bijkomende heffing van 4 procent. Dat betekent dat de rente-opbrengst bovenop het vrijgestelde deel onderhevig blijft aan een heffing van 15 procent. Ook de liquidatiebonus (10%) en de dividenden van oude aandelen (25%) vallen niet onder deze bijkomende heffing. (KME)

Onze partners