Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

18/10/17 om 11:05 - Bijgewerkt om 12:23

'Gebruik van IQ-testen om beleid te evalueren is een stap achteruit in de strijd om gelijke kansen'

Onderzoekster Jozefien De Leersnyder (KU Leuven) reageert op het voorstel van N-VA om het IQ van scholieren te meten, zodat kan worden nagegaan of het gelijke onderwijskansenbeleid (GOK) van de overheid haar doel bereikt.

'Gebruik van IQ-testen om beleid te evalueren is een stap achteruit in de strijd om gelijke kansen'

© iStock

Donderdag stelde de N-VA voor om het IQ van scholieren te meten, zodat kan worden nagegaan of het gelijke onderwijskansenbeleid (GOK) van de overheid haar doel bereikt. Daar moeten we voorzichtig mee zijn, stelt minister Crevits, en daar geeft de culturele psychologie haar alle gelijk in. Er is werk aan de winkel kwestie van gelijke onderwijskansen, maar het meten van IQ helpt ons in dit geval niet vooruit - integendeel.

Het probleem van de kloof

De kloof in onderwijsprestaties tussen kinderen met versus zonder migratieachtergrond en kinderen lagere versus middenklasse gezinnen, is nergens in Europa zo groot als in Vlaanderen. Om deze kloof te dichten, voert de Vlaamse overheid sinds 2002 een gelijke onderwijskansenbeleid. Maar, uit de presentatie van het Rekenhof afgelopen donderdag in de parlementaire commissie onderwijs, bleek geen toename in het aantal kansarmere basisschoolleerlingen die doorstromen naar de richting 1A (lees: ASO van vroeger) in het secundair onderwijs en die daar een A-attest behalen. Als onderwijsprestaties op die manier worden gemeten, werkt het gelijke onderwijskansenbeleid dus niet: de kloof blijft bestaan.

Het meten van IQ om de 'echte' resultaten in te schatten?

Als reactie op dit resultaat, lanceerde Vlaams parlementslid Koen Daniëls (N-VA) het idee dat we ook IQ moeten monitoren om de resultaten van het beleid af te meten. Letterlijk: 'De vraag hoe kinderen uit kansarme omgevingen vorderen in het onderwijs, hangt niet alleen samen met hun thuissituatie, maar ook met IQ [...] En daar gaat de vraag in wezen over: Krijgen we kinderen met dezelfde capaciteiten IQ op dezelfde plaats, ongeacht hun thuissituatie? Dan moet je IQ dus meten.'

Delen

'Gebruik van IQ-testen om beleid te evalueren is een stap achteruit in de strijd om gelijke kansen'

Ik ga hier niet reageren op Daniëls' impliciete en problematische boodschap dat kinderen uit kansarmere gezinnen wel eens 'dommer' zouden kunnen zijn; dat hebben mijn collega's Orhan Agirdag en Hans Op de Beeck reeds met verve gedaan. In plaats daarvan wil ik twee extra, wetenschappelijk gefundeerde argumenten aanhalen die de onzin van het gebruik van IQ-testen als controlevariabele voor onderwijsprestaties aantonen. Het eerste argument gaat er van uit dat je IQ op een betrouwbare manier kunt meten voor verschillende bevolkingsgroepen, het 2e ontkracht echter deze aanname.

Argument 1: Ook al controleren we voor IQ, de kloof blijft bestaan

Onderzoek van collega Agirdag (KULeuven) heeft aangetoond dat wanneer het (non-verbale) IQ van leerlingen met een Turkse of Marokkaanse culturele achtergrond in rekening wordt gebracht, zij nog steeds slechter presteren op school dan leeftijdsgenoten met enkel Vlaamse roots. De kloof is zó groot dat de schoolresultaten voor wereldoriëntatie of begrijpend lezen van hoogbegaafde Turks Vlaamse en Marokkaans Vlaamse leerlingen slechts op het niveau zijn van middelbegaafde leerlingen zonder migratieachtergrond. Dus, aangenomen dat IQ betrouwbaar kan gemeten worden, schort er iets aan ons Vlaamse onderwijssysteem: kinderen met dezelfde capaciteiten komen niet op dezelfde plaats, er zijn geen gelijke onderwijskansen.

Het meten van IQ op grote schaal en het in rekening brengen voor het monitoren van het gelijke onderwijskansenbeleid, zou bovenstaande bevindingen verder kunnen ondersteunen. Maar, kunnen intelligentie en capaciteiten wel op een betrouwbare manier gemeten worden voor mensen met verschillende culturele achtergronden (in termen van etniciteit, socio-economische status en religie)?

Argument 2: De illusie van 'culture free' IQ-testen

De wetenschappelijke literatuur, zowel binnen de culturele psychologie alsook daarbuiten stelt dat intelligentie niet betekenisvol en laat staan volledig kan worden begrepen buiten de culturele context waarin het voorkomt of gedefinieerd werd. Met andere woorden: wat we beschouwen als zijnde intelligent gedrag, is afhankelijk van onze culturele context. Bijgevolg, moeten scores op intelligentietesten die opgesteld werden in context A voorzichtig geïnterpreteerd worden wanneer ze ingevuld worden door mensen uit culturele context B, omdat die er een ander idee op kunnen nahouden van wat 'intelligentie' is en ook andere stijlen van redeneren kunnen zien als 'slim'.

Dit wordt duidelijk wanneer we kijken naar een aantal voorbeelditems uit de Wechscher Intelligence Scale for Children, één van de meest gebruikte testen in Vlaanderen voor kinderen uit het basisonderwijs:

  1. 'Kijk naar 4 prentjes en wijs de 'pompoenlantaarn' aan' - een opdracht die beduidend makkelijker is voor iemand die vertrouwd is met het feest van Halloween.
  2. 'Er zijn 4 etenswaren in de bovenste rij en 4 in de onderste rij. Welk van de bovenste rij hoort bij eentje van de onderste rij? - een vraag waarbij het juiste antwoord 'asperges en aardappelen' moet zijn omdat dat de enige 2 groenten zijn, maar waarbij je al snel een ander antwoord geeft als je andere combinaties van eten gewoon bent, of aardappelen niet als groente beschouwt, of associaties maakt op basis van de relatie die ze hebben tot elkaar (asperges met kip vormen de beste maaltijd) ipv op basis van overkoepelende categorieën (groenten).

Deze verbale intelligentietesten zijn dus problematisch. Daarom wordt vaak gegrepen naar non-verbale intelligentietesten die dan voorgesteld worden als 'culture free' omdat ze enkel gebruik maken van vierkantjes en cirkels etc. Echter, onze culturele context geeft niet alleen vorm aan onze taal en kennis, maar ook aan hoe we abstract redeneren. Het tweede voorbeeld hierboven, waarbij je net zo goed objecten kunt groeperen op basis van de relaties die ze tot elkaar hebben in plaats van op basis van hun overkoepelende categorie, is de dominante vorm van 'gelijkenissen zien' in Aziatische contexten alsook in contexten met een lagere socio-economische status.

Daarbovenop komt dan nog de factor dat mensen uit verschillende culturele contexten hun kinderen van ander speelgoed voorzien: wie van kleins af aan gepuzzeld heeft, heeft wellicht een groter voordeel bij het 'correct' oplossen van puzzels met vierkantjes en cirkeltjes. Volledig 'culture free' testen is dus een illusie.

Als Daniels het succes van het beleid op het vlak van gelijke onderwijskansen wil nagaan door te 'controleren voor IQ' is dat dus problematisch omdat IQ-testen producten zijn van onze Westerse middenklasse culturele context en leerlingen met een migratie-achtergrond of lagere sociale klassen per definitie lager zullen scoren op die IQ-test.

Inhoudelijke richtlijnen voor scholen

Het gevaar schuilt er dan in dat de leek deze structurele factor niet ziet en de lagere IQ-scores zal toeschrijven aan de persoon (de fundamentele attributiefout). Dit levert dan meteen een (illusoire, maar) 'verdedigbare' reden op voor het ontzeggen van extra middelen aan deze leerlingen (want het heeft toch geen zin). Het is niet voor niets dat wetenschappers IQ-testen 'een wapen van bourgeois ideologie' noemen, ter behoud van de dominantie van de midden klasse (Tort, 1977; Dasen, 1984).

Het gebruik van IQ-testen is dus mijns inziens een slechtere praktijk om het beleid te evalueren dan wat vandaag de dag gebeurt. Het is een stap achteruit in de strijd om gelijke kansen. En die strijd is nog lang niet gestreden. Een eerste stap kan zijn om eindelijk, en gebaseerd op zowel de best practices die het Rekenhof vaststelde alsook op basis van de nieuwste wetenschappelijke studies, inhoudelijke richtlijnen te geven aan scholen om hun extra budget in te zetten. Gelijke kansen komen er niet zomaar. Die moet je zorgvuldig creëren.

Jozefien De Leersnyder is verbonden aan de vakgroep Sociale en Culturele Psychologie aan de KU Leuven.

Onze partners