Leni Franken
Leni Franken
Leni Franken werkt als onderzoeker op het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen.
Opinie

12/10/17 om 20:51 - Bijgewerkt om 20:51

'Gaan eindtermen levensbeschouwing in tegen de scheiding tussen kerk en staat?'

'De grondwettelijk vastgelegde organisatie van de levensbeschouwelijke vakken gaat terug op het schoolpact van 1958', schrijft Leni Franken. Ze roept op om daar verandering in te brengen, en verwijst daarvoor naar voorbeelden uit het buitenland.

'Gaan eindtermen levensbeschouwing in tegen de scheiding tussen kerk en staat?'

© istock

Op 5 oktober zaten de Vlaamse meerderheidspartijen samen rond het eindtermendebat. Eén van de discussiepunten in dit debat is de controle over de levensbeschouwelijke vakken. Tot op de dag van vandaag heeft de overheid hier immers niets over te zeggen: niet de overheid, maar de erkende levensbeschouwelijke instanties zijn verantwoordelijk voor de opleiding en aanstelling van leerkrachten, de leerplannen en leerboeken, en de inspectie. Dat dat in de praktijk niet altijd de gewenste effecten heeft, weten we al langer. Vooral het islamonderwijs, dat door steeds meer leerlingen gevolgd wordt (op tien jaar tijd verdubbelde het aantal leerlingen), staat geregeld onder vuur, maar ook de andere levensbeschouwelijke vakken gaan niet vrijuit.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de kwaliteit van de levensbeschouwelijke vakken één van de items is die in het debat rond de eindtermen op tafel liggen. Volgens Groen en SP.A komen er best volwaardige, gemeenschappelijke eindtermen voor levensbeschouwingen, maar voor CD&V is dat een brug te ver omdat dit ongrondwettelijk zou zijn en ingaat tegen de vrijheid van godsdienst en onderwijs. Ook volgens Katholiek onderwijs Vlaanderen en de Erkende Instantie Rooms-Katholieke godsdienst zouden door de overheid opgelegde eindtermen omtrent levensbeschouwelijke geletterdheid niet stroken met onze grondwet en de scheiding van kerk en staat. "Er bestaat nu een scheiding van kerk en staat. Het lijkt ons maar gezond om dat zo te houden", aldus Maurice van Stiphout. Maar klopt dit wel? Is er in België echt een scheiding tussen kerk en staat? En als deze er al zou zijn, vormt deze dan een hindernis voor algemene eindtermen levensbeschouwing?

Delen

Gaan eindtermen levensbeschouwing in tegen de scheiding tussen kerk en staat?

Wat de eerste vraag betreft, kunnen we alvast stellen dat er in België helemaal geen strikte scheiding tussen kerk en staat bestaat. Het feit dat officiële scholen grondwettelijk verplicht zijn om les aan te bieden in "de erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer" en dat deze vakken door de overheid worden bekostigd, is hier maar één voorbeeld van. Zolang deze samenwerking tussen kerk en staat het algemene belang ten goede komt, niet discriminerend werkt, de vrijheid van godsdienst en van onderwijs niet inperkt, en burgers voldoende inspraak geeft, is daar op zich niets mis mee.

De genoemde samenwerking mag in dat geval echter geen eenrichtingsverkeer zijn: voor wat hoort wat, dus wanneer de overheid toelaat dat er gesubsidieerde lessen levensbeschouwingen plaatsvinden in het leerplichtonderwijs, mag er verlangd worden dat dit onderwijs aan een aantal door de overheid opgelegde kwaliteitscriteria voldoet, ook wat betreft de inhoud.

Ten tweede leidt overheidscontrole die verder gaat dan "een door de levensbeschouwingen bepaalde gemeenschappelijke sokkel van waarden en normen" (een voorstel van Open VLD) of dan het huidige systeem (geen overheidscontrole) helemaal niet tot een aantasting van de scheiding tussen kerk en staat. In Frankrijk bijvoorbeeld wordt le fait religieux in vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde en literatuur geïntegreerd en door de overheid vastgelegd en gecontroleerd.

En in Noorwegen, Zweden en een aantal Zwitserse kantons moeten alle leerlingen een door de overheid ingericht vak over levensbeschouwingen, ethiek, filosofie en burgerschap volgen. Ondanks deze 'overheidsbemoeienis' is er in de genoemde landen of deelstaten wel degelijk een scheiding tussen kerk en staat - veel meer dan in België trouwens. Ook bij onze noorderburen groeit overigens het besef dat de overheid best wat meer inspraak mag hebben over levensbeschouwing in het onderwijs. Daarom werd er vorig jaar een gezamenlijke 'rationale voor een kerncurriculum religie en levensbeschouwing', opgesteld door deskundigen met uiteenlopende levensbeschouwelijke achtergronden en belangen, voorgelegd aan het Ministerie van Onderwijs. België hinkt wat dat betreft nodeloos achterop.

Grondwet aan herziening toe

Ten slotte zouden onze politici, ondanks de turbulente onderwijsgeschiedenis die België heeft gekend, stilaan mogen beseffen dat onze Grondwet niet heilig is en vandaag misschien wel aan herziening toe is. De grondwettelijk vastgelegde organisatie van de levensbeschouwelijke vakken gaat terug op het schoolpact van 1958, die een einde maakte aan de schoolstrijd en wat dat betreft haar verdienste heeft. Maar na zestig jaar is dit schoolpact verouderd en grotendeels achterhaald. Bovendien hoort de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken, net zoals de organisatie van bijvoorbeeld wiskunde, Frans en geschiedenis, niet thuis in de Grondwet. Onderwijscurricula moeten steeds op de noden van de samenleving afgestemd zijn en men moet daarom op basis van onafhankelijke expertise - en niet op basis van vastgeroeste levensbeschouwelijke en/of verzuilde belangen - kunnen bepalen hoe het curriculum er moet uitzien. Een overheid die op voorhand beslist dat bepaalde levensbeschouwelijke vakken tot het curriculum moeten behoren, houdt er geen rekening mee dat de noden en wensen van de samenleving, en hiermee ook van het onderwijs, evolueren.

In heel wat Europese landen heeft men ingezien dat het doorprikken van verzuilde, ideologische en levensbeschouwelijke belangen het onderwijs, en hiermee van de hele samenleving, ten goede komt. Dit geldt ook voor België. Ook bij ons zou een door de overheid goedgekeurd 'kerncurriculum religie en levensbeschouwing' niet alleen een verbetering kunnen zijn voor het levensbeschouwelijk onderwijs, maar ook voor de algemene vorming en, hiermee, voor het onderwijs en de samenleving van morgen.

Onze partners