Forensische experts nauwelijks geraadpleegd bij onderzoek naar vluchtmisdrijven

12/10/11 om 10:28 - Bijgewerkt om 10:28

(Belga) De forensische experts van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) worden amper nog geraadpleegd bij onderzoek naar vluchtmisdrijven. "Nochtans geven we binnen de 48 uur een duidelijk profiel van de gezochte wagen", zegt Jan De Kinder, directeur-generaal van het NICC, in De Standaard.

Via sporenmateriaal op een plaats van delict kan het instituut onder meer achterhalen welk type wagen bij een ongeval betrokken is geweest, schrijft De Standaard. Toch worden de onderzoekers van het NICC amper nog ingeschakeld bij een gerechtelijk onderzoek naar een vluchtmisdrijf. In amper twee tot drie gevallen per jaar, luidt het. "In 2008 werden door ons nog 35 analyses uitgevoerd. We hadden snel resultaat. Er waren geen klachten. Maar de jongste jaren worden we niet meer bij het onderzoek van de magistraten betrokken", zegt De Kinder aan de krant. "Ongevallen met alleen wat blikschade moeten niet door onze experten onderzocht worden. Maar als er een gewonde of een dode valt, is het wel nodig. Toch worden we ook na een ongeval met zware gevolgen genegeerd door de magistraten." Het NICC beschikt over acht laboratoria waar kruitsporen, vezels en verf- en glasresten kunnen worden geanalyseerd. Dat onderzoek naar verfresten is zelfs uniek, meldt De Kinder. "Onze forensische experts hebben toegang tot een Europese databank van autolak. Verfsporen die achterblijven op de fiets van een slachtoffer kunnen via de databank gelinkt worden aan een automerk, type en bouwjaar." Hij kan echter geen verklaring geven waarom hun expertise niet meer gebruikt wordt. (JDH)

Onze partners