Fiscale fraude: administratie kan fraude bij managementvennootschap aantonen

07/05/12 om 12:30 - Bijgewerkt om 12:30

(Belga) De rondzendbrief over de toepassing van de antimisbruikbepaling gaat niet in op de vraag of managementvennootschappen een fiscaal misbruik vormen, maar dat betekent niet dat de administratie op basis van feitelijke omstandigheden niet het bewijs kan leveren dat er fiscaal misbruik in het spel is. Dat preciseert minister van Financiën Steven Vanackere, nadat afgelopen weekend de vraag was gerezen of managementvennootschappen onder de regelgeving vallen.

De antimisbruikbepaling werd opgenomen in de programmawet van maart en heeft tot doel constructies tegen te gaan die op poten zijn gezet om belastingen te ontwijken. De rondzendbrief met richtlijnen voor de ambtenaren die de FOD Financiën vrijdag publiceerde, omschrijft wat moet worden verstaan onder fiscaal misbruik. De administratie moet aantonen dat er sprake is van fiscaal misbruik en dat de belastingplichtige de kans heeft het tegendeel te bewijzen. Minister Vanackere wijst erop dat hij al tijdens de bespreking in het parlement had aangegeven dat de rondzendbrief geen concrete voorbeelden van fiscaal misbruik zou bevatten. Het gaat immers om een algemene regel en bovendien moet de rechtsleer zich daarover nog moeten ontwikkelen, gaat de vicepremier voort. "Zo wordt evenmin ingegaan op het feit of bijvoorbeeld managementvennootschappen al dan niet een fiscaal misbruik vormen. Op zich zijn die vennootschappen niet verboden, maar het is niet uitgesloten dat de administratie op grond van feitelijke omstandigheden het bewijs levert dat er fiscaal misbruik is". Volgens de rondzendbrief kan een belastingplichtige een rechtshandeling steeds aftoetsen bij de Dienst voor Voorafgaande Beslissingen (ruling). Een voorafgaand akkoord van die dienst bindt de administratie, op voorwaarde dat het akkoord volledig is nageleefd. (MVL)

Onze partners