Eternit-proces: beklaagden probeerden schadelijke effecten van asbest te verdoezelen

14/05/12 om 16:43 - Bijgewerkt om 16:43

(Belga) De rechtbank van Turijn heeft maandag in haar motiveringen op het Eternit-proces bekendgemaakt dat de Zwitserse industrieel Stephan Schmidheiny en de Belgische baron Jean-Louis de Cartier de Marchienne de schadelijke effecten van asbest kenden maar er niets tegen hebben ondernomen.

De twee mannen werden in februari veroordeeld tot 16 jaar cel wegens de dood van tweeduizend mensen in de vier Italiaanse vestigingen van de Eternit-groep spa Genova. In de 733 bladzijden tellende motivering oordeelde de rechtbank dat hun gedrag werd gekenschetst door een "bijzonder ernstige vorm van bedrog". Schmidheiny en de Cartier -in de aanklacht beschouwd als de bestuurders van de groep- waren op de hoogte van de problemen met asbest, schrijven de Piëmontese rechters, waarbij een rapport van 1968 wordt geciteerd. "Ondanks alles, bleven ze maar doorgaan zonder iets te ondernemen om de werkomgeving te verbeteren en de pollutie in de vestigingen te beperken. In tegendeel, de beschuldigden "probeerden de schadelijke effecten van asbest voor de omgeving of de mensen te verbergen of te minimaliseren", aldus het zwaarlijvige document. Volgens de rechters "kan geen enkele verzachtende omstandigheid weerhouden worden, want het lijkt evident dat beide beschuldigden met hetzelfde misdadig genoegen te werk zijn gegaan". De 65-jarige Zwitserse miljardair en de 91-jarige Belgische baron werden op 2 februari veroordeeld wegens "het opzettelijk veroorzaken van een milieuramp" en "het bewust verzuimen van een rampenplan". Ze moeten ook voor de gerechtskosten opdraaien en serieuze schadevergoedingen betalen aan de circa 4.500 burgerlijke partijen. Beide mannen hebben aangekondigd in beroep te willen gaan. (VIM)

Onze partners