"Er was wel degelijk intentie om te doden"

05/02/18 om 15:53 - Bijgewerkt om 15:54

Bron: Belga

(Belga) De drie mannen die zich op 15 maart 2016 in het appartement bevonden in de Driesstraat in Vorst, waar de leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT) een huiszoeking wilden uitvoeren, hadden wel degelijk de intentie om te doden. Dat heeft Kathleen Grosjean van het federaal parket gezegd.

"De drie mannen (Salah Abdeslam, Sofien Ayari en Mohammed Belkaïd, nvdr) hebben verschillende keren de kans gehad om zich over te geven of te vluchten, maar ze hebben beslist om in het appartement te blijven", aldus Grosjean. "Ze hoorden de agenten aankomen, ze hoorden de stormram beuken, ze hoorden de agenten zich identificeren. En toch bleven ze in een eerste fase alle drie in het appartement. Dat zegt genoeg. Er was geen sprake van een witte vlag. Er was duidelijk een wil om de politie aan te vallen." Grosjean haalde ook de getuigenis aan van een van de betrokken agenten: "We zijn meteen onder vuur genomen", zo klonk het daarin. Volgens Grosjean is de intentie om te doden ook te zien in het soort wapens dat werd gebruikt ("oorlogswapens"), en de grote voorraad munitie die in het appartement werd aangetroffen. Bij het schietincident werd Belkaïd gedood en raakten drie agenten gewond. "Het mag een wonder heten dat geen van de agenten omgekomen is", aldus nog Grosjean. (Belga)

Onze partners