Walter De Smedt
Walter De Smedt
Strafrechter op rust, enige Belg die ooit zowel lid was van het Comité P als het Comité I
Opinie

06/01/17 om 12:09 - Bijgewerkt om 12:09

'Enkel onderzoeksrechter kan de schijn van partijdigheid in onderzoek naar Kazachgate wegnemen'

'In het Belgische luik van het onderzoek naar Kazachgate is er veel meer aan de hand dan een schijn van partijdigheid', schrijft voormalig rechter Walter De Smedt. Hij legt uit waarom er beter een onderzoeksrechter wordt aangesteld in de zaak.

'Enkel onderzoeksrechter kan de schijn van partijdigheid in onderzoek naar Kazachgate wegnemen'

© iStock

Er is heel wat kritiek op het onderzoek naar de Kazachgate-affaire: "In Frankrijk wordt het onderzoek geleid door twee onderzoeksrechters, in België is het dossier nog steeds in handen van het parket. Dat vind ik in deze zaak onverstandig", stelt voorzitter Dirk Van der Maelen (SP.A). In België roept de goedkeuring van de minnelijke schikking voor Chodiev door het Brusselse parket-generaal immers vragen op. De toenmalige minister van Justitie had immers verboden de minnelijke schikking toe te passen. "Als we een onderzoeksrechter zouden aanstellen, dan bevindt die zich niet in de moeilijke positie waarin een parketmagistraat zich bevindt die de handelingen van zijn of haar superieuren moet onderzoeken", besluit Van der Maelen. Waarover gaan deze opmerkingen? Dit is namelijk niet zomaar een formaliteit, daarom een poging om het verstaanbaar uit te leggen.

Volgens de regels die wij van Keizer Napoleon hebben geërfd moest elk onderzoek door een rechter gebeuren en was de opdracht van de procureur beperkt tot het opsporen en het vervolgen van de misdrijven. De keuze om ieder onderzoek door een onderzoeksrechter te laten doen was een tegengewicht voor het geheim karakter van het vooronderzoek: een rechter is geen procespartij en moet zowel onderzoeken wat tegen de verdachte kan worden aangewend als wat zijn onschuld kan aantonen. Het was en is nog steeds de opdracht van de rechter om tijdens dat onderzoek de onafhankelijke en onpartijdige garant te zijn voor de eerbiediging van de rechten van alle betrokken partijen. De procureur is wél een partij en is een vervolgingsambtenaar die onder het gezag van de justitieminister staat.

Omdat het onderzoeksmonopolie van de onderzoeksrechter stroef was en het voor kleine zaken niet noodzakelijk was, ontstond het "gebruik" om eenvoudige onderzoeken ook door de procureur te laten doen en ging de procureur ook "gebruik" maken van de mogelijkheid om dossiers niet te behandelen en deze daardoor te laten verjaren. Uit het eerste ontstond het opsporingsonderzoek door de procureur, uit het tweede groeide het sepot, de vroegtijdige beslissing van de procureur om niet te vervolgen.

Het bleef evenwel een noodzaak om een onderzoeksrechter in te schakelen wanneer grondwettelijk gewaarborgde rechten moesten geschonden worden, huiszoeking of aanhouding nodig was. Want deze schendingen kunnen enkel door een rechter en niet door een procureur worden bevolen.

Evenwicht tussen de procespartijen

Wie aandachtig naar Britse of Amerikaanse politiefilms kijkt merkt dat het vooronderzoek daar anders verloopt. In die landen is er geen onderzoeksrechter en wordt het gehele vooronderzoek door de politie gedaan. Maar ook daar zijn er voorzieningen om het evenwicht tussen de procespartijen te bewaren. De advocaat die er als openbaar ministerie de Kroon vertegenwoordigt heeft er niet de bevoorrechte positie die de procureur bij ons wél heeft: hij zit er niet op een verhoog en naast de rechter maar staat zoals de andere partijen "op het parket". De politie die de schuld van de verdachte moet bewijzen wordt er ook als een gewone partij behandeld en moet het kruisverhoor door de advocaat van de verdediging ondergaan. In deze mondelinge en openbare procedure ligt de beslissing niet bij de rechter maar bij een jury.

Invloed van het Angelsaksisch systeem

Door de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens worden de twee vormen van vooronderzoek aan elkaar afgemeten en is de invloed van het Angelsaksisch systeem goed merkbaar. Dat heeft tot gevolg dat ook bij ons sommige elementen van de Angelsaksische opvatting zijn doorgedrongen. Zo is er voor de Belgische rechter een opdracht bij gekomen: hij moet oordelen of het proces, in zijn geheel genomen, wel behoorlijk, eerlijk is verlopen. Dat heeft tot gevolg dat bepaalde fouten of nalatigheden die voorheen aanleiding gaven tot vrijspraak nu kunnen afgewogen worden aan de gevolgen en die nog enkel tot strafvermindering aanleiding geven.

Hervormingsplan

Het lopende hervormingsplan van justitieminister Koen Geens wil, naar Angelsaksisch voorbeeld, de onderzoeksrechter afschaffen en het gehele vooronderzoek aan de procureur geven. Moest dit plan een overname zijn van het gehele Angelsaksisch systeem zou daar heel wat minder kritiek op zijn. Probleem is echter dat in dit plan enkel wordt overgenomen wat de machtsuitbreiding van de procureur dient en de andere elementen, die voor een evenwicht zorgen, niet worden overgenomen. De niet bevoorrechte positie van de politie, de gelijkheid van de wapens waarmede de partijen hun rechten gebruiken, en de juryrechtspraak worden in het plan Geens niet voorzien.

Integendeel, in het plan van Koen Geens worden nog andere elementen toegevoegd die de macht van het openbaar ministerie nog vergroten: de jury wordt afgeschaft, de klager kan zich niet meer verzetten tegen een zonder gevolg klassering, de procureur beslist of er al dan niet wordt vervolgd en gedagvaard. Bovendien is er ook de recente wet op de uitgebreide minnelijke schikking die aan de procureur de macht gaf om zonder enige tussenkomst van een rechter een vertrouwelijk akkoord te maken met de verdachte waardoor deze zijn schuld kon afkopen: de fameuze afkoopwet waarover de gehele Kazachgate gaat.

Herhaling van de Agusta-affaire

Ook in het land waarvan wij de onderzoeksrechter hebben geërfd was er een plan om deze af te schaffen. President Nicolas Sarkozy deed er alles aan maar slaagde er niet in. Dat kwam voornamelijk omdat al snel duidelijk werd wat de onderliggende reden waren van zijn plan: hij was zelf betrokken in een zevental onderzoeken en werd intussen meermaals door onderzoeksrechters ondervraagd. Eén van die onderzoeken is nu uitgewaaid naar ons land: de Kazachgate is niets meer dan de uitloper van een Frans onderzoek naar de mogelijke corruptie door minstens de omgeving van president Sarkozy bij de aankoop van Franse gevechtshelikopters. Het is overigens een herhaling van wat hier gebeurde met de aankoop van de Agusta-helikopters, wat eindigde met de veroordeling van vooraanstaande Belgische politieke mandatarissen.

Waarom in Frankrijk wél twee onderzoeksrechters het onderzoek in de Kazachgate doen en het bij ons enkel door de procureur gebeurt doet dan ook bij menig een de wenkbrouwen fronsen. Temeer daar het ook bij ons een gouden regel was om onderzoeken die de openbare opinie wakker maken aan een onpartijdige rechter te geven, al was het maar om te voldoen aan een ander uit het Angelsaksisch recht overgenomen regel: recht moet ook zichtbaar worden gedaan en daarbij moet de schijn van partijdigheid vermeden worden.

Is er in het Belgische luik een schijn van partijdigheid? Eigenlijk is er zelfs meer dan dat: omdat het openbaar ministerie, om de minnelijke schikking met de reeds gedagvaarde Kazachse criminelen toch te kunnen afsluiten, maakte de procureur-generaal gebruik van de nog niet gestemde afkoopwet. Daardoor maakte de procureur-generaal niet alleen gebruik van het betwiste recht om enkel op grond van opportuniteit over de vervolging te oordelen maar stelde hij zich ook in de plaats van de wetgever die nog over de wet moest stemmen. Dat deze beslissing onbehoorlijk was kan nu reeds worden afgeleid uit de afkeuring van de intussen toch gestemde afkoopwet door het Grondwettelijk Hof, juist omdat de rechter er buiten gelaten werd en omdat het openbaar ministerie dat onder het onder het gezag van de justitieminister staat zich niet in de plaats van de rechter kan stellen.

Rechter én partij

Ook voor de huidige procureur-generaal is er door het enkel onder zijn gezag gevoerde opsporingsonderzoek een ernstig probleem. Het is immers zijn privilege, zijn persoonlijke bevoegdheid, om uit te maken of zijn voorganger door een nog niet bestaande wet toe te passen aan machtsoverschrijding deed. De huidige procureur-generaal is daardoor tegelijk rechter en partij, wat meer is dan een enkele schijn van partijdigheid. Ook om deze reden kan het verkieslijk zijn een onderzoeksrechter aan te stellen.

Waarom de procureur-generaal dat niet wenst heeft dan wellicht en alweer te maken met zijn statuut, omdat hij als parketmagistraat onder het gezag staat van de justitieminister die hem kan verplichten zijn strafrechtelijk beleid te volgen. En het strafrechtelijk beleid van de heer Koen Geens houdt nu precies de afschaffing van de onderzoeksrechter in.

Waarom er in het Belgische luik van de Kazachgate geen onderzoeksrechter wordt aangesteld is dus niet alleen een kwestie van mogelijke schijn van partijdigheid of mogelijke betrokkenheid. Het is ook een politieke beslissing van de huidige justitieminister die daardoor vooruit loopt op wat hij door zijn hervorming wil bekomen: de afschaffing van wat in de Kazachgate wegens meerdere redenen de minst betwiste vorm van onderzoek zou moeten zijn.

Onze partners