'Eis van N-VA om zonder PS te regeren is moeilijk te realiseren' (Carl Devos)

23/12/13 om 12:28 - Bijgewerkt om 12:28

'Na de verkiezingen is een Antwerpse coalitie (N-VA, CD&V en Open VLD) de meest waarschijnlijke voor de Vlaamse regering. Federaal is de eis van N-VA om zonder de PS te regeren, moeilijk te realiseren. Een regering zonder PS is onwaarschijnlijk.' Dat zegt politicoloog Carl Devos in een gesprek met Knack.be.

'Eis van N-VA om zonder PS te regeren is moeilijk te realiseren' (Carl Devos)

Elio Di Rupo en Bart De Wever © Belga

Vijf maanden voor de verkiezingen laat N-VA-voorzitter Bart De Wever duidelijk zijn voorkeur blijken voor een centrum-rechtse regering. Dat betekent een coalitie met N-VA, CD&V en Open VLD en zonder de PS en de SP.A. Hoe realistisch is dat scenario vandaag?

Carl Devos: 'Die voorkeur is uiteraard geen verrassing. Al lange tijd is duidelijk dat N-VA gaat voor een bestuur zonder socialisten in het bijzonder en links in het algemeen. Want met linkse partijen zullen de, soms uitgesproken, sociaaleconomische structuurhervormingen waar N-VA voor pleit heel moeilijk of niet te realiseren zijn. Die keuze - zonder links - impliceert natuurlijk ook dat een tweederderegering er wellicht niet in zit en dus ook het confederalisme niet voor meteen zal zijn: de PS zal vanuit de oppositie niet erg geneigd zijn om een centrumrechtse regering de nodige steun te leveren voor een confederale hervorming.

Een 'Antwerpse coalitie' (N-VA, CD&V en Open VLD) is langs Vlaamse kant (zeker in de Vlaamse regering, moeilijker langs de Nederlandstalige kant van de federale) een mogelijk scenario. Het is zelfs een van de meest waarschijnlijke, samen met het alternatief: een klassieke tripartite. In de Vlaamse regering zou zelfs een regering met de voormalige kartelpartners kunnen volstaan, dus zonder Open VLD. Al klinkt dat evidenter dan het is.'

Waar hangt die optie van af?

Carl Devos: 'Van een aantal vragen. Gaat CD&V akkoord met een aantal van de scherpe voorstellen die N-VA doet, gesteld dat N-VA die na de verkiezingen op tafel legt? En, als Open VLD nodig is: zijn bij uitbreiding de Vlaamse liberalen het daarmee eens? Wil CD&V een regering onder een minister-president van N-VA, gesteld dat N-VA zoals verwacht de grootste Vlaamse partij blijft? Zal N-VA de Vlaamse regering gebruiken als uitvalsbasis voor de federale formatie, en wat vindt CD&V daar van? Zullen partijen die federaal nodig zijn hun federale noodzakelijkheid gebruiken om Vlaams in te breken? En dan bijvoorbeeld eisen dat er Vlaams zonder N-VA bestuurd wordt? Enzovoort.

Hoewel niet evident is de 'Antwerpse coalitie' of 'een kartelcoalitie' voor de Vlaamse regering een realistisch scenario. Maar federaal is de eis om zonder links te besturen veel moeilijker te realiseren.

Hoe hoog schat u die kans in?

Carl Devos: 'Het komt er wellicht niet van. Zonder PS wil zeggen dat naast MR één of twee andere Franstalige partijen bereid moet zijn om met een centrumrechtse Vlaamse meerderheid federaal te besturen. Als MR daartoe al bereid is. Want hoewel er nu spanningen zijn tussen PS en MR zijn er ook heel wat geruchten dat die samen Wallonië en Brussel zullen besturen, en Reynders zou dan eindelijk regeringsleider kunnen worden, in Brussel. Dus eerst zien of MR zonder PS wil besturen, samen met N-VA en anderen.

Dan is het afwachten wat CDH doet: na de lokale verkiezingen in Brussel zijn de relaties tussen CDH en PS minder goed, maar dat wil nog niet zeggen dat men binnen CDH zomaar zonder PS wil besturen. Veel hangt af van welke flank (centrumrechts of centrumlinks) binnen CDH het sterkst staat. Uiteraard is ook Ecolo een optie, en misschien wil die graag eens in een federale regering zonder PS, zeker als ze regionaal niet mogen meedoen, maar met de Waalse ecologisten (die federaal een fractie vormen met Groen) zal N-VA toch niet al te ambitieus moeten zijn.

Kortom: een regering zonder PS is niet onmogelijk, maar lijkt eerder onwaarschijnlijk. Zelfs indien PS nog wat procentpunten verliest, staat ze sterk en blijft ze in Franstalig België de dominante partij.'

De N-VA stelt zich vriendelijk op tegenover CD&V maar keihard tegen Open VLD. Ze mikt op het electoraat van de liberalen met een gelijklopend economisch programma en ze haalt overlopers uit die partij binnen. Open VLD wil op haar beurt niet eens beginnen met praten over het confederalisme van N-VA. Kunnen die twee partijen ooit nog door één deur?

Carl Devos: 'Partijen die voor de verkiezingen met getrokken messen tegenover elkaar staan worden 72 uur na het sluiten van de stembussen soms de beste politieke vrienden. Dat kan dus zeker, een regering met N-VA en Open VLD.

In een Vlaamse regering, waar er in principe geen communautaire onderhandelingen gevoerd moeten worden tenzij N-VA vanuit het Vlaams regeerakkoord confederale eisen op de federale tafel wil leggen, zouden de spanningen over institutionele kwesties (zoals het confederalisme) tussen Open VLD en N-VA niet zo belangrijk zijn. Ze vinden elkaar zeker in een reeks sociaaleconomische hervormingen. Al wil N-VA daarin soms verder gaan dan Open VLD, een compromis is daar zeker mogelijk.

Wat kan dat scenario in de weg staan?

Carl Devos: 'Federaal kan het institutionele een struikelblok vormen tussen N-VA en Open VLD, maar het is nu al duidelijk dat N-VA het ook daar niet hard zal spelen. De partij geeft al vele weken het signaal dat ze wel confederalisme wil en bij haar verhaal blijft dat dat echt nodig is, maar toch veel meer op het sociaaleconomische zal inzetten.

In de Vlaamse regering is het niet zozeer het communautaire en misschien ook niet direct het sociaaleconomische dat een groot struikelblok kan vormen, maar de maatschappijvisies van de conservatieve N-VA en de liberale Open VLD) verschillen nogal. Dat gaat om discussies over de rol van de Vlaamse staat tegenover de individuele burger en de markt. Na het Vlinderakkooord moet de Vlaamse regering heel wat nieuwe beleidskeuzes maken op heel wat nieuwe terreinen, en daarin is ook inbegrepen een debat over wie wat zal doen (sociale partners, de markt, het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Agentschappen, enz.). Een natievormende partij en een liberale burgerpartij zitten daar vaak op een andere lijn. Dus er zijn inhoudelijke verschillen te verwachten, maar die zijn oplosbaar.

Persoonlijke relaties zijn belangrijk, maar partijen staan in mei 2014 voor de keuze om ofwel vijf jaar te mogen meebesturen ofwel vijf lange, lange, lange jaren oppositie te moeten voeren. Dat zal velen inschikkelijker maken.

Dat Open VLD en N-VA nu hard tegen elkaar zijn is logisch: ze vechten een harde strijd uit in het strategisch belangrijk veld van de centrumrechtse Vlaamse kiezer. N-VA nam voordien al heel wat kiezers van alle partijen over, heeft LDD en het VB al leeg gehaald en ook heel wat volk van CD&V doen overstappen, bij Open VLD zien ze nog een reservoir. De relaties met CD&V moeten voor N-VA wat harmonieuzer zijn, omdat ook N-VA beseft dat dé coalitiekeuzes in Vlaanderen na mei 2014 vooral bij CD&V gemaakt worden.'

Na de peiling waarbij de N-VA enkele procenten verloor, kwam Di Rupo II terug in beeld. Zou het voor de kiezer niet duidelijker zijn als ook de andere partijen hun voorkeur voor een coalitie bekend maken?

Carl Devos: 'Duidelijk wel, maar dat is bij ons niet de politieke cultuur of gewoonte. Het is eerder uitzonderlijk dat een partij als N-VA al zo duidelijk maakt voor welke coalitie ze gaat, al kan ze met haar programma uiteraard moeilijk suggereren dat een regering met links voor haar mogelijk is.

Partijen houden om verschillende redenen die opties open. Kiezen voor een bepaalde coalitie kan kiezers afschrikken. Zowel omwille van de inhoudelijke keuze die een partij maakt, als het feit dat een partij al een voorkeur heeft nog voor de kiezer heeft gesproken. Dat klinkt onsympathiek. Partijen blijven zelfs voorzichtig over de vraag of ze Vlaams en federaal liever dezelfde coalitie willen of niet.

Een tweede reden is natuurlijk dat vooraf een voorkeur uitdrukken vaak betekent dat achteraf de onderhandelingen met anderen, die niet in de voorkeur zaten, moeilijker verlopen. Dus houden partijen die bewegingsruimte graag zo groot mogelijk.

Er is evenwel nog een ander probleem: in ons versnipperd en volatiel landschap is het heel moeilijk te voorspellen welke coalities straks mogelijk zijn. Dus vooraf een voorkeur uitspreken is moeilijk, gezien het hoogst onzeker is wat er überhaupt kan. Uitspraken gaan dan meer in de richting van 'liever een regering met x dan met y', maar ook dat is delicaat om de redenen die net werden aangehaald.

Bovendien stelt er zich een probleem als partij x zegt een regering te willen met y, maar y liever een coalitie met z ziet, maar z dan weer liever met x, enz. Dat is voor iedereen vervelend. Ook voor de kiezer, want die heeft er dan ook niet veel aan. Is er dan niet eerder meer verwarring en chaos dan duidelijkheid? De enige manier om dat te vermijden is dat partijen daarover met elkaar spreken. En dat doen ze: na de verkiezingen, we noemen dat coalitievorming.

En wat als men binnen partijen verschillende signalen uitstuurt? Want ook dat risico is er: een keuze vooraf kan de partij verdelen, omdat er dan immers geen zekerheid is dat die coalitie er ook echt kan komen.

Als we de kiezer het recht willen geven om zich ook over de coalitievorming rechtstreeks uit te spreken, dan moeten we ons kiesstelsel vervangen. Maar dat staat niet op de agenda.'

Lees meer over:

Onze partners