Een op twaalf medische wetenschappers geeft fraude toe

20/03/13 om 15:02 - Bijgewerkt om 15:02

(Belga) Acht procent van de medische onderzoekers in Vlaanderen geeft toe data te verzinnen of te "masseren" om een hypothese te doen kloppen. Bijna de helft ziet dergelijke praktijken om zich heen gebeuren, zo blijkt uit een onderzoek van het wetenschappelijke tijdschrift Eos. Wetenschappers wijzen op de grote publicatiedruk als een van de oorzaken voor wanpraktijken.

Eos liet in november en december 2012 een anonieme enquête uitvoeren naar fraude en publicatiedruk bij wetenschappers aan alle geneeskundefaculteiten. De vragenlijst bevatte 14 stellingen die de ervaren publicatiedruk meten, en een vragenlijst die peilde naar recente fraude en andere twijfelachtige praktijken bij de wetenschapper zelf en in zijn directe omgeving. Eos koos voor de medische wetenschap omdat ze een grote impact heeft op ons welzijn. Het gaat om de eerste harde cijfers over wetenschapsfraude in Vlaanderen. Vier op de 315 onderzoekers geven toe in de voorbije drie jaar één of meer keer data te hebben verzonnen (1 procent), een erg zware vorm van wetenschapsfraude. 23 onderzoekers (7 pct) bekennen in diezelfde periode data of resultaten selectief te hebben verwijderd om een hypothese te doen kloppen, het zogenoemde 'data masseren'. Samen heeft ongeveer één op de twaalf (8 pct) zich recent aan verzinnen of masseren schuldig gemaakt, en daarmee doen de Vlamingen het een stuk slechter dan wetenschappers in het buitenland (2 pct). 47 pct van de Vlaamse medische onderzoekers heeft vastgesteld of vernomen dat een collega recent data heeft verzonnen of gemasseerd, opnieuw meer dan het gemiddelde in buitenlandse enquêtes (14 pct). (ANA)

Onze partners